DZ/CWZ/CZE/EZ/MMC

bijlage: glasvocht en netvlies

Inhoudsopgave

Bloedvat nieuwvorming onder het netvlies (chorioidale neovascularisaties)
Bij bepaalde aandoeningen worden nieuwe bloedvaten gevormd die per definitie slecht van kwaliteit zijn. Deze nieuwe, maar broze, bloedvaten worden neovascularisaties genoemd. Deze bloedvaten zijn van slechte kwaliteit waardoor lekkage van vocht, bloed en/of vetten kan ontstaan. Deze nieuwe en slechte bloedvaten kunnen gevormd worden:

Ad  "natte" vorm van maculadegeneratie (exsudatieve / neovasculaire MD)
Hierbij is het centrale gedeelte van het netvlies, de macula of gele vlek, aangedaan. Het centrale deel van het netvlies (de macula) zorgt voor het waarnemen van kleine details. Dit wordt mogelijk gemaakt doordat in het centrum de grootste concentratie aan contrast- en kleurziencellen (de kegeltjes) aanwezig is. Zie hoofdfolder macula degeneratie (AMD) voor meer informatie over het ziektebeeld.  Het afsterven van de kegeltjes wordt macula degeneratie genoemd. Het scherpe zien verdwijnt en er blijft midden in het beeld een vlek achter. De rest van het netvlies blijft dus wel werken, zodat men in staat blijft om de weg in huis en daar buiten min of meer zelfstandig te vinden, ook al mist men dan scherpte.

Bij maculadegeneratie ontstaat er vaatlekkage uit de nieuwe bloedvaten onder het netvlies. Dit worden subretinale neovascularisaties of choroidale neovascularisaties (CNV) genoemd. Er is sprake van wildgroei van bloedvaatjes (vaatnieuwvorming) onder de macula, een goedbedoelde reactie op de slijtage van het netvlies die verkeerd uitpakt. Nieuwe vaatingroei maakt altijd deel uit van de wapens die het lichaam bij wondheling in stelling brengt. Maar op een gegeven moment hoort de groei te stoppen en bij exsudatieve MD gebeurt dat niet. Dit leidt tot vocht- en bloedophoping onder het netvlies waardoor een vermindering van het gezichtsvermogen optreedt. Bloed beschadigt de lichtgevoelige cellen in het netvlies, wat een snelle en ernstige achteruitgang van het gezichtsvermogen veroorzaakt.

  

De volgende foto toont een kleurenfoto en een contrastfoto van het netvlies bij een natte vorm van MD.
- links: vocht en een randje bloed in het centrum van het netvlies (macula)
- rechts: op een contrastfoto kleurt een netwerk van abnormale bloedvaten (neovascularisatie) aan
    

Doorsnede van het netvlies met een OCT onderzoek: vochtophoping onder pigmentlaagje en onder het netvlies  

Andere aandoeningen waarbij choroidale neovascularisaties kunnen optreden zijn: hoge bijziendheid (pathologische myopie), bepaalde inwendige oogontstekingen (POHS), angioide strepen, choroidale rupturen en sereuze chorioretinopathie.
Bij deze laatste aandoeningen kunnen injecties in het oog een bijdrage leveren tot het genezingsproces.

Bloedvatafsluiting (bijlage)

Deze tekst in een aanvulling op de algemene folder over bloedvatafsluitingen.
In deze folder staat extra informatie over het spontane beloop bij een CRVO (de afkorting staat voor Central Retinal Vein Occlusion ofwel een afsluiting van de hoofdader van het netvlies).

Veneuze stamafsluiting (CRVO): bij deze vorm treedt de afsluiting (trombose) op in het afvoerend bloedvat (de hoofdader) dat zich in de oogzenuw bevindt. Hierdoor zijn alle vier bloedvaten, die ontspringen uit deze hoofdader, betrokken bij het ziektebeeld. Het gehele netvlies is dan aangedaan. Eigenlijk is er meestal sprake van een gedeeltelijke afsluiting en geen volledige afsluiting. Uiteindelijk leidt een afsluiting tot drukverhoging in de bloedvaten (aders) en/of uitval van bloedvaatjes (geen doorstroming). Dit leidt tot verdikte bloedvaten (stuwing), bloedingen in het netvlies en vochtophoping in de gele vlek (toename van vaatlekkage).
Er zijn 2 vormen van een CRVO:

De oorzaak van een daling van het gezichtsvermogen is op het volgende gebaseerd:

Vele studies hebben dit onderscheid niet gemaakt. In een onderzoek is wel onderscheid gemaakt in beide vormen (Ophthalmology 2011). Het beschrijft het natuurlijke beloop van het ziektebeeld:

667 ogen met CRVO niet-ischemische vormischemische vorm 
verdeling  85% 15%
gezichtsvermogen
(visus)

bij aanvang 
(bij het stellen
van diagnose)
 ≥ 0.20 78% 1%
 

 < 0.20

 22% 99%
 > 0.30 66% 0%

visusverandering ≥ 3 regels:
* na 3 mnd:
  - 17% afname
  - 75% stabiel
  -   8% toename
* na 2-5 jr :
  - 20% afname
  - 68% stabiel
  - 12% toename  
 → bij 67% werd visus >0.30

 
 ≤ 0.30 34% 100%

visusverandering:
* na 3 mnd:
  - 26% afname
  - 42% stabiel
  - 32% toename
* na 2-5 jr : 
  - 24% afname
  - 29% stabiel
  - 47% toename
 → bij 33% werd visus ≤ 0.30

visusverandering:
* na 3 mnd:
  - 15% afname
  - 75% stabiel
  - 10% toename
* na 2-5 jr : 
  - 31% afname
  - 46% stabiel
  - 23% toename

 details

bij aanvang 
(bij het stellen
van diagnose)

 > 0.50 
 0.40-0.50
 0.20-0.30 
 ≤ 0.10

 bij 41% vd ogen
 bij 25% vd ogen
 bij 12% vd ogen
 bij 22% vd ogen

 bij 0% vd ogen
 bij 0% vd ogen
 bij 1% vd ogen
 bij 99% vd ogen

aan het einde
(2-5 jr)
 > 0.50 
 0.40-0.50
 0.20-0.30 
 ≤ 0.10

 bij 41% vd ogen
 bij 26% vd ogen
 bij 12% vd ogen
 bij 21% vd ogen

 bij 0% vd ogen
 bij 0% vd ogen
 bij 0% vd ogen
 bij 100% vd ogen

gezichtsveld

minimale/geringe
uitval

bij aanvang 91% 8%
  
 

verslechtering in:
* na 3 mnd: 17%
* na 2-5 jr : 15%

 
matige-ernstige
uitval
bij aanvang 9% 92%
 
verbetering in:
* na 3 mnd: 41%
* na 2-5 jr : 79%

verbetering in:
* na 3 mnd: 15%
* na 2-5 jr : 27%

Opmerkingen:

Netvliesafwijkingen zonder suikerziekte (diabetes)
Er kunnen netvliesafwijkingen (retinopathie) aanwezig zijn die lijken op die van een retinopathie bij diabetes, maar zonder dat er sprake is van suikerziekte. Deze retinopathie komt overeen met enkele kenmerkingen van een diabetische retinopathie, zoals bloedvatverwijding (microaneurysmata), bloedinkjes (hemorrhagieën), vetlekkage (harde exsudaten), IRMA's (intraretinale microvasculaire abnormaliteiten), cotton wool spots en bloedvatafwijkingen (beading, bloedvatnieuwvorming). Maar bij deze mensen is geen diabetes mellitus aanwezig.

   
Deze retinopathie komt frequent voor, varierend van 4.8 tot 12.5% van de (volwassen) bevolking (dit is afhankelijk van de studie, het frequentst tussen 5-10%). Het voorkomen van de retinopathie is tevens afhankelijk van de regio en ras (in een studie bleek het volgende: 11.9% bij blanke ras, 13.9% bij zwarte ras, 12.6% Hispanische ras, 17.2% chineese ras met een gemiddelde van 12.5%, Ophthalmology 2011; 656)

De volgende risicofactoren of associaties zijn:

Andere associaties, maar wisselend bewezen, zijn o.a. het risico op een herseninfart, hartfalen (hartinfarct, decompensatie), nierziekte (nefropathie)roken, alcohol consumptie, zwaarlijvigheid (obesitas) en het gebruik van asperine en de pil.

Waarom deze retinopathie ontstaat is niet geheel duidelijk. De retinopathie is waarschijnlijk een uiting van vroege schade aan bloedvaatjes door een combinatie van insulten door bepaalde risicofactoren en bij een bepaalde individuele gevoeligheid. 
Het is mogelijk dat de tekenen van de retinopathie een marker (voorbode) zijn van schade door een hoge bloeddruk.

Beloop:
De meeste afwijkingen in het netvlies zijn tijdelijk van aard en verdwijnen spontaan in de loop der tijd (in een studie bleek dat ongeveer 65% van de afwijkingen verdwenen; studie ARVO 2010).

 

Fundus tessellation (zichtbare chorioidale bloedvaten)

Normaliter zijn bij een oogonderzoek wel de bloedvaten van het netvlies zichtbaar (retinale vaten), maar niet de bloedvaten van het vaatvlies (choroideale vaten). Het pigmentlaagje onder het netvlies veroorzaakt het feit dat deze choroidale bloedvaten onttrokken worden aan het zicht.
Fundus tessellation wordt gedefinieerd als het zichtbaar zijn van grote bloedvaten van het vaatvlies (choroideale bloedvaten) in de achterpool (tussen de vaatbogen), buiten het peripapillaire gebied. Over de oorzaak wordt gespeculeerd; de volgende redenen worden geopperd: a) de retinapigmentlaag is transparanter, b) verminderde vulling van de choriocapillaris, c) een toegenomen pigmentatie van de gebieden tussen de grote choroidale vaten (intrachoroidaal) en d) een vermindering van de dikte van de submaculaire choroidea.
Er blijkt een associatie te bestaan tussen een hogere mate van Fundus tessellation en



Deze folder is eigendom van www.oogartsen.nl, afkomstig van het Deventer ziekenhuis, CWZ (Nijmegen), Catharina ziekenhuis (Eindhoven), Elisabeth-TweeSteden ziekenhuis (Tilburg), HAGA ziekenhuis (Den Haag), Albert Schweitzer (Dordrecht), Rijnstate (Arnhem), Alrijne ziekenhuis (Leiderdorp), Gelre ziekenhuizen;  copyright. Voor de aandachtsgebieden van oogartsen, zie aandachtsgebieden (subspecialisaties).

print deze pagina
 
ga naar boven