DZ/CWZ/CZE/EZ/MMC

Hoge bloeddruk (hypertensie) en het oog

Inhoudsopgave:

Wat is het netvlies
Het netvlies is de binnenbekleding van het oog. De beelden die we waarnemen, komen in het oog terecht en vallen op het netvlies. Hier wordt het beeld omgezet in een elektrisch signaal dat wordt doorgestuurd naar de hersenen.
     

Animatiefilm (alleen op de website, met geluid)


Wat is de bloeddruk?
De bloeddruk is de spanning of druk in een slagader van het lichaam. Deze bestaat uit een onderdruk (de laagste druk of diastolische druk genoemd) en een bovendruk (de hoogste druk of systolische druk genoemd). Na een hartslag wordt er bloed geperst in de slagader waardoor de bloeddruk tijdelijk stijgt (= systolische druk), hierna stroomt het bloed weer weg waardoor de druk daalt (= diastolische druk). Hierna komt de volgende hartslag etc.
De bloeddruk, uitgedrukt in millimeters kwik (mmHg), wordt weergegeven door 2 getallen, het eerste getal is de systolische druk, het tweede getal de diastolische druk. Een normale bloeddruk ligt onder de 140/90 mmHg.

De bloedvoorziening van het oog
De bloedvoorziening in het oog bestaat uit arteriën (slagaders, die het bloed aanvoeren) en venen (aders, die het bloed afvoeren).   Er is een aparte bloedvoorziening voor het netvlies (retina) en een aparte bloedvoorziening voor het vaatvlies (choroidea). De bloedvaten van het netvlies komen via de oogzenuw in het oog. De bloedvaten komen tezamen in de kop van de oogzenuw, de papil genoemd.
In de foto hiernaast ziet u de bloedvaten van een normaal netvlies. De papil is de "gelige schijf" in de foto en is bij het oogonderzoek te zien.

Een hoge bloeddruk (hypertensie) kan de bloedvaten in het lichaam beschadigen, dus ook de bloedvaten in het oog. De oorzaken van een hoge bloeddruk worden hier niet besproken. De bloedvaten in het oog zijn de enige vaten in het lichaam die men “met het blote oog”, maar wel met behulp van een vergrootglas of microscoop, kan waarnemen.

De oogheelkundige afwijkingen bij hypertensie kunnen worden waargenomen door fundoscopie (het kijken met een lampje en een vergrootglas in het oog) en d.m.v. fluorescentie angiografie (zie website www.oogartsen.nl, de folder FAG). Hypertensie heeft nadelige effecten voor het netvlies, het vaatvlies en/of de oogzenuw.

Netvliesafwijkingen door een hoge bloeddruk
(hypertensieve retinopathie)
Globaal kunnen afwijkingen van de netvliesvaten (retinopathie) ontstaan door
a)  hypertensieve veranderingen (overvulling van vaten) en
b)  arteriosclerotische veranderingen (aderverkalking):

ad a)  hypertensieve veranderingen (hypertensieve retinopathie genoemd)
Dit ontstaat door een snel ontstane, forse hoge bloeddruk waarbij veel bloedvolume wordt verplaatst door het hart. De bloedvaten zijn sterker gevuld en staan daardoor meer onder spanning (volume belasting of volume-hypertensie). Hierbij staat de “ernst van de hypertensie” op de voorgrond (dus hoe hoger de bloeddruk, hoe meer kans op afwijkingen en hoe ernstiger de afwijkingen zijn). Dit komt vaker voor bij relatief jongere mensen (bijv. <50 jr) of tijdens een  zwangerschap.
Het klinisch beeld van deze hypertensieve retinopathie wordt gekarakteriseerd door:

  1. een vernauwing van de bloedvaten (als reactie op het grote bloedvolume) en/of
  2. lekkage uit bloedvaten. Door de hoge spanning in de bloedvaten kan lekkage optreden van vocht, bloed en vetten (harde exsudaten genoemd). Soms gaan kleine bloedvaatjes ook dicht zitten waardoor bepaalde gebieden van het netvlies onvoldoende bloed ontvangen (cotton wool spots).
  3. afwijkingen in het vaatvlies (choroidea). Ook kan (zelden) een afsluiting plaatsvinden van bloedvaatjes in het vaatvlies (hypertensieve choroidopathie genoemd). Dit treedt m.n. op bij jong volwassenen. De afwijkingen kunnen bestaan uit Elschnigse spots (focale choroidale infarctjes), Siegritse lijnen (vlekken langs de choroidale vaten die duiden op fibrinoide necrose bij maligne hypertensie) of een exsudatieve netvliesloslating (loslating door vochtlekkage bij bijv. zwangerschapstoxicose).

Men kan de mate van afwijkingen indelen in 4 hoofdgroepen (hypertensieve retinopathie):
graad 1 (gering): algehele vernauwing van de bloedvaten
graad 2 (matig): graad 1 + focale (locale) vernauwing van bloedvaten
graad 3 (ernstig): graad 2 + lekkage waardoor bloedingen, vetten (harde exsudaten) etc ontstaan.
graad 4 (zeer ernstig): graad 3 + zwelling van de oogzenuw (papil)

Twee voorbeelden van het netvlies:
links: een normaal netvlies
rechts: netvliesafwijkingen door een hypertensie graad 4 (uitleg: het stervormige patroon = harde exsudaten; de wittige vlekken = cotton wool spots; rode plekken = bloedingen)
  bloedingen en lekkage in netvlies

b)  arteriosclerotische veranderingen (aderverkalking)
Bij het ouder worden, veranderen de bloedvaten in het lichaam: de wanden van de bloedvaten worden dikker, harder en star (verminderde elasticiteit). 
  een normaal bloedvat

  een verdikte wand

  een atherosclerotische plaque
Dit wordt aderverkalking of arteriosclerose genoemd. Dit proces verloopt langzaam in de loop der tijd. Bij oudere patiënten, met een later optredende hypertensie, ziet men vooral die oogafwijkingen die men ook bij arteriosclerose aantreft. Andere risicofactoren voor arteriosclerose zijn: verhoogd cholesterol, suikerziekte, roken, hartvaatziekten en weinig lichaamsbeweging.

De veranderingen in het netvlies door arteriosclerose bestaan m.n. uit:

  1. afwijkende wanden van bloedvaten: de doorzichtigheid neemt af, een verdikte vaatwand.
  2. afwijkende vaatkruisingen: normaliter kruist een slagader (arterie) een ader (vene), een arterioveneuze kruising genoemd. Bij arteriosclerose is deze vaatkruising vaak afwijkend. Deze afwijkende arterioveneuze kruising geeft aan dat het proces in de loop der jaren is ontstaan (niet acuut dus).

Men kan de mate van arteriosclerose indelen in 4 hoofdgroepen:

Staat bij de hypertensieve veranderingen (zie a) de “ernst van de hypertensie” op de voorgrond, bij de arteriosclerotische veranderingen speelt de “duur van de hypertensie” een evidente rol (dus hoe langer de hoge bloeddruk bestaat, hoe meer kans op deze afwijkingen van arteriosclerose).

Er heersen verschillende opvattingen omtrent de indeling van hypertensieve veranderingen van de netvliesvaten. Dit komt omdat de hypertensieve veranderingen (zie a) en de arteriosclerotische veranderingen (zie b) vaak door elkaar heenlopen. De onderlinge relatie is erg complex en varieert enorm per patient. Een goede indeling is derhalve niet mogelijk.

Risico’s en complicaties bij hypertensie
Ernstige hypertensie kan uiteindelijk leiden tot verschillende afwijkingen:

  1. afsluitingen van kleine slagaders (arterie): retinale arteriele occlusies genoemd (zie onderstaande foto). Voor uitgebreide informatie over een bloedvafsluitingen, zie folder bloedvatafsluiting elders op de website www.oogartsen.nl.
      bloedpropje (embolie)
  2. afsluitingen van kleine aders (venen): retinale veneuze occlusies genoemd (zie aparte folder bloedvatafsluiting).
  3. retinale arteriële macroaneurysma (zie beschrijving verder op in deze folder).
  4. afsluiting oogzenuw: AION genoemd (zie aparte folder AION op website).
  5. uitval van hersenzenuwen die de oogspieren aansturen (zie folder verlamming hersenzenuwen op website).
  6. hypertensie bij patiënten met suikerziekte kan de netvliesafwijkingen versterken (folder suikerziekte).

Hier volgt een  voorbeeld van een patiënt waarbij een afsluiting zichtbaar is in een tak van een slagader. Hierdoor ontstaat in het verzorgingsgebied van deze slagader vochtophoping in het netvlies (het bleke gebied).

Retinale arteriële macroaneurysma
Een retinaal arterieel macroaneurysma is een gelocaliseerde verwijding (dilatatie) van een arteriole. Een arteriole is een kleinere tak van een slagader. Het kan leiden tot een bloeding, het uittreden van vocht (oedeem) of van vetten (harde exsudaten).
De aandoening komt met name voor bij vrouwen met een hoge bloeddruk (hypertensie) en is meestal éénzijdig (in ongeveer 90% van de gevallen).

Klachten / presentatie
Een retinaal arterieel macroaneurysma geeft niet altijd klachten. Soms is het een toevalsbevinding bij oogheelkundig onderzoek. De volgende klachten kunnen zich voordoen:

  1. langzaam ontstane vermindering van het gezichtsvermogen t.g.v. vocht in de gele vlek (macula-oedeem) en/of vettige neerslagen (harde exsudaten).
  2. soms een acute daling van het gezichtsvermogen door een glasvochtbloeding.

  

Onderzoek
Bij oogheelkundig onderzoek wordt een vaatverwijding (dilatatie) gezien. Meestal is dit zichtbaar:

Een onderdeel van het oogheelkundig onderzoek kan een contrastonderzoek (FAG) zijn. Bij dit onderzoek worden de bloedvaten in beeld gebracht:

  

Beloop
Meestal gaat het macroaneurysma in regressie (teruggang van de ernst) na het dichtslibben van het bloedvat (trombosering). Soms kan er een bloeding ontstaan in het netvlies (intraretinaal), vóór het netvlies (preretinaal) of in de glasvochtruimte. Er kan sprake zijn van een daling van het gezichtsvermogen doordat vochtlekkage en vetlekkage (harde exsudaten) het centrum van het oog (de macula) hebben bereikt.

Behandeling
Indien vocht of exsudaten het centrum bedreigen, valt een laserbehandeling te overwegen. Bij een glasvochtbloeding of een preretinale bloeding is een vitrectomie (glasvochtoperatie) geïndiceerd. Op de website is een aparte folder van een vitrectomie aanwezig.



Deze folder is afkomstig van www.oogartsen.nl  (Deventer ziekenhuis); een samenwerkingsverband tussen het Deventer ziekenhuis (Deventer), CWZ (Nijmegen), Catharina ziekenhuis (Eindhoven), Elisabeth ziekenhuis (Tilburg) en Maxima Med. Centrum (Veldhoven), copyright.
Voor de aandachtsgebieden van oogartsen, zie folder subspecialisaties.

Update: 29 december 2009


print deze pagina
 
ga naar boven