DZ/CWZ/CZE/EZ/MMC

Netvliesloslating (ablatio retinae)

Inhoudsopgave:

Inleiding: het netvlies
Het netvlies vormt de binnenbekleding van het oog. Het beeld van de buitenwereld wordt door het netvlies opgevangen en langs de oogzenuw naar de hersenen doorgegeven.

      een normaal netvlies van het oog

In het centrum van het netvlies ligt de zogenaamde gele vlek (macula). Hiermee kunnen fijne details worden waargenomen, zoals nodig is bij lezen of televisie kijken. De rest van het netvlies zorgt voor het gezichtsveld en geeft ons een breed, maar minder scherp beeld van de ruimte om ons heen. Het glasvocht is een soort gelei die het grootste deel van het oog opvult. Dit bevindt zich achter de ooglens. Bij jonge mensen ligt het glasvocht tegen het netvlies aan. Voor uitgebreide informatie over het glasvocht en netvlies, zie folder bouw en functie netvlies/glasvocht.

Hoe ontstaat een netvliesloslating?
Het glasvocht speelt een belangrijke rol bij het ontstaan van achtereenvolgens een achterste glasvochtmembraanloslating, een netvliesscheur en een netvliesloslating. Meestal gaat het proces van een netvliesloslating als volgt:

a)  Achterste glasvochtloslating
Aanvankelijk zit het glasvocht vast aan het netvlies, maar met het ouder worden, verandert de samenstelling van het glasvocht. Het glasvocht krimpt iets, trekt zich geleidelijk terug van het netvlies en laat op een gegeven moment los van het netvlies (=achterste glasvochtloslating). Dit gebeurt meestal vrij acuut en de meeste mensen zien dan troebelingen in het beeld drijven (spinneweb, stipjes, sliertjes, vlekken), hetgeen mouches volantes genoemd wordt (zie linker plaatje en aparte folder over vlekken/flitsen). Soms worden er ook lichtflitsen waargenomen. Soms kan er een netvliesscheur ontstaan (zie b).

   achterste glasvochtloslating
Voor meer informatie over een AGVL → zie folder achterste glasvochtloslating.

b)  Netvliesscheur
Het loslaten van het glasvocht is een relatief normaal verschijnsel, echter soms zit de achterste glasvochtmembraan op bepaalde plaatsen vaster dan normaal (zie tekening).

   Licentie        toestemming

Soms ontstaan er tijdens het loslaten van de ooggelei één of meerdere scheurtjes in het netvlies (netvliesscheur, zie rechter plaatje). Dit komt bij 6-10% van de ogen na een AGVL voor. Deze scheur bevindt zich ter hoogte van de "equator" (de maximale bolling van het oog). Soms ontstaat er hierna een netvliesloslating (zie c).

c)  Netvliesloslating
Wanneer er een netvliesscheur is, kan er vloeistof uit de glasvochtruimte door het gaatje onder het netvlies komen (netvliesloslating). Het losgelaten deel van het netvlies kan niet goed meer functioneren omdat het los ligt. De patiënt zal een donkere wazige vlek gaat zien. Deze donkere vlek begint meestal aan de randen van het gezichtsveld (zie folder op deze website stoornissen in de waarneming).
Bij 40-50% van de netvliesloslatingen worden meerdere netvliesscheurtjes waargenomen. Bij het oogonderzoek probeert de oogarts de plaats van deze scheurtjes op te zoeken.

   
(tekening rechts; with author's permission, from Michels Retinal Detachment)

Twee voorbeelden van een netvliesloslating:
links: netvliesloslating met een bolle blaas
rechts: netvliesloslating met een netvliesgat (retinadefect) en littekenvorming
netvliesloslating  

Animatiefilm (met geluid)


Verschijnselen/klachten van een netvliesloslating
De klachten van een netvliesloslating kunnen bestaan uit de volgende klachten:

  1. Troebelingen/mouches volantes: dit zijn troebelingen in het glasvocht die kunnen worden waargenomen als spinnetjes, stipjes, sliertjes of vlekken (zie ook folder vlekken, flitsen).
  2. Lichtflitsen: de glasvochtmembraan kan op bepaalde plaatsen steviger vastzitten aan het netvlies. Bij een achterste glasvochtloslating kan deze glasvochtmembraan aan het netvlies trekken hetgeen gepaard kan gaan met lichtflitsen (bliksemschicht). Bij lichtflitsen moet men denken aan een netvliesloslating. Echter, bij een netvliesloslating kunnen de klachten van lichtflitsen ontbreken.
  3. Uitval van het gezichtsveld (een zwarte vlek in de hoek): een netvliesscheur ontstaat aan de randen van het netvlies (equator), midden op de bolling van het oog. Het netvlies laat dan aan de randen los, functioneert daardoor minder hetgeen door de patiënt wordt waargenomen als een donkere vlek. Deze vlek is aanvankelijk zichtbaar in de ooghoek en breidt zich daarna uit. Door kruising van lichtstralen in het oog zit de netvliesloslating aan de tegenovergestelde zijde van de donkergrijzevlek.

    Bij de netvliesloslating in de rechter foto zal de patient een vlek onderin het gezichtsveld waarnemen

  4. Vermindering van het zicht. Het zicht kan door de netvliesloslating geleidelijk of heel snel verdwijnen. Eerst wordt er een grote zwarte vlek bemerkt meestal aan de rand van het gezichtsveld. Wanneer ook het centrum van het netvlies (de macula of "de gele vlek") los heeft gelaten, verdwijnt het scherpe zien. Globaal is dit bij ruim 50% van de patiënten het geval. Zolang het centrale deel van het netvlies niet heeft losgelaten, is de gezichtsscherpte in het algemeen nog goed. 
    Soms is er bij de netvliesscheur een bloedvat gesprongen waardoor het bloed lekt in de glasvochtruimte (zie folder glasvochtbloeding); hierbij treedt een plotselinge vermindering van het zicht op.
    In onderstaande foto ziet u links het gezichtsveld (het beeld zoals de patiënt dit waarneemt) en rechts de loslating van het netvlies (met een netvliesdefect):

    designed by dr Brasse, Vreden

Risico groepen
Een netvliesloslating (ablatio retinae) komt jaarlijks ongeveer bij 1 op de 5.500 tot 8.500 mensen voor (de incidentie, ofwel het aantal nieuwe gevallen per jaar, ligt tussen de 10-18 per 100.000 inwoners). Het kan op elke leeftijd optreden, maar sommige mensen hebben een verhoogd risico, zoals:

Behandelingen
1)  Achterste glasvochtloslating
Deze hoeft in principe niet behandeld te worden. Alleen als de patiënt de troebelingen of mouches volantes als zeer storend ervaart, kan een inwendige oogoperatie waarbij het glasvocht wordt verwijderd, zinvol zijn. Deze operatie vitrectomie genoemd, wordt elders op de website besproken (→ zie folder glasvochtoperatie / vitrectomie).

2)  Netvliesscheur
Een netvliesscheur  moet bij klachten behandeld worden met laserstralen. Dit wordt gedaan om het risico op het ontstaan van een netvliesloslating te voorkómen.

       retinadefect, netvliesscheur / gat

Het doel is te voorkómen dat het netvlies van de onderliggende lagen wordt losgetrokken. Bij de laserbehandeling wordt het netvlies rondom de scheur vastgezet (soort laspuntjes) zodat er geen vocht door de netvliesscheur onder het netvlies kan komen en het netvlies dus niet los kan laten (zie folder ooglaser netvlies). Een voorbeeld van een netvliesscheur, afgegrendeld met laserpunten (zie sterretjes in tekening) (with author's permission, from Michels Retinal Detachment).

3)  Netvliesloslating
Bij een netvliesloslating is een uitgebreidere operatieve behandeling nodig. Er zijn verschillende methoden mogelijk om dit te corrigeren, afhankelijk van de situatie en het oordeel van de oogarts.
Deze folder gaat hierna over de operatieve correctie van een netvliesloslating.

Voortraject
Een netvliesoperatie vindt in dagbehandeling of in opname plaats. De oogarts bespreekt met u of er gekozen wordt voor plaatselijke of algehele verdoving. Bij een lange operatie of wanneer het voor de patiënt moeilijk is om stil te liggen, zal de oogarts meestal algehele verdoving aanraden. Afhankelijk van de ernst van de afwijking kan de operatie ongeveer 1-1.5 uur duren.
Bij deze operatie hoeven bloedverdunners niet gestaakt te worden. Hoewel er iets meer kans bestaat op een bloeding, weegt dit vaak niet op tegen de nadelen van het stoppen.  

Operaties bij een netvliesloslating (ablatio retinae)
Bij een netvliesloslating is een laserbehandeling zelden mogelijk. Een operatie is dan noodzakelijk. Er zijn globaal 3 soorten operaties mogelijk om een netvliesloslating te verhelpen. De oogarts zal u vertellen voor welke operatie wordt gekozen:

1.  Pneumatische retinopexie
Bij een kleine categorie patiënten is het mogelijk om een gasbel in het oog (in de glasvochtruimte) te spuiten.   

De gasbel wordt onder plaatselijke verdoving in het geïnjecteerd. Deze gasbel sluit aan de binnenzijde de netvliesscheur af waardoor het vocht onder het netvlies kan oplossen of resorberen. Hierna wordt de netvliesscheur vastgezet met laserstralen of met een koudebehandeling.

Belangrijk is dat de patiënt na de ingreep een houding aanneemt, zodanig dat de gasbel (die altijd het hoogste punt zoekt) de netvliesscheur afsluit. Dit gas lost vanzelf weer op en wordt vervangen door water.
Deze operatie wordt niet zo vaak uitgevoerd

2.  Uitwendige procedure: de conventionele ablatio retinae operatie
Deze operatie wordt veelvuldig toegepast bij een netvliesloslating, met name als de patiënt zijn eigen ooglens nog heeft. Deze operatie wordt aan de buitenkant van het oog uitgevoerd. Het hoofdprobleem bij een loslating is dat de ooggelei (glasvocht) aan het netvlies trekt. De bedoeling van de operatie is om deze trekkrachten te verminderen. De volgorde van de operatie wordt hierna beschreven, echter niet alle stappen worden toegepast bij elke patiënt. Vraag aan de oogarts welke onderdelen in uw specifieke situatie van toepassing zijn:

Het vocht dat tijdens de operatie niet volledig verwijderd is, kan vanzelf wegtrekken. Hiervoor is het van belang dat de gasbel het netvliesgaatje dichtdrukt.

Na de operatie krijgt u dan een houdingsadvies mee om ervoor te zorgen dat de gasbel tegen het gaatje drukt. Na de operatie wordt deze gasbel waargenomen als een trillende bal onder in het oog. De luchtbel verdwijnt vanzelf na enkele dagen en wordt vanzelf vervangen door water.

3.  Inwendige procedure: glasvocht- en netvliesoperatie (vitrectomie)
In de meeste gevallen is het beter om een inwendige oogoperatie te verrichten, een vitrectomie genoemd. Dit is de meest voorkomende operatietype bij een netvliesloslating. Het glasvocht kan namelijk erg troebel zijn en aan het netvlies blijven trekken waardoor dit alleen met een uitwendige operatie (zie 2) niet te verhelpen is. Ook kan de plaats of de grootte van het netvliesscheurtje niet geschikt zijn voor een explant of zijn er teveel scheurtjes aanwezig. 
vitrectomie (glasvocht operaties)      vitrectomie (glasvocht operaties)

Bij een vitrectomie wordt het glasvocht verwijderd en de trekkrachten van het glasvocht daarmee opgeheven. Het netvlies wordt op zijn plaats gebracht en het netvliesscheurtje wordt vastgezet met laserstralen. De glasvochtruimte wordt opgevuld met gas of olie om het netvlies de eerste tijd op zijn ondergrond te drukken en het netvliesscheurtje te laten vastgroeien aan zijn onderlaag. Bij patiënten die een staaroperatie hebben ondergaan, wordt meestal voor een vitrectomie gekozen. De voordelen zijn dat het troebele glasvocht is verdwenen en de kans op succes groot is. Soms wordt eerst een cerclagebandje om het oog gelegd, hierna wordt het glasvocht verwijderd. Uitgebreide informatie over de vitrectomie, zie www.oogartsen.nl → folder glasvochtoperatie/vitrectomie.

Combinatie-operatie
Indien het oog, naast de netvliesloslating, ook (enige) staar heeft, kan worden besloten om een combinatie-operatie te verrichten. Bij deze operatie vindt eerst een staaroperatie plaats, gevolgd door een vitrectomie.

Houdingsadviezen
Het is mogelijk dat voor en/of na een netvliesoperatie een houdingsadvies wordt voorgeschreven. Hieronder volgen illustraties van de meest voorkomende houdingsadviezen. Hoe vaak en hoe lang een houding moet worden aangenomen is afhankelijk van de netvliesaandoening en de netvliesoperatie. De houding wordt vaak de helft van de tijd overdag en zoveel mogelijk gedurende de nacht aangenomen (vaak gedurende 1 tot 4 dagen). Deze houding is oa afhankelijk van de plaats waar het netvliesdefect zit (de gasbel moet het netvliesdefect dichtdrukken).
houdingsadviezen na netvliesloslating
Een houding hoeft overigens niet altijd te worden aangenomen. De chirurg zal dit met u bespreken.

Welke klachten, veranderingen en complicaties kunnen optreden?
Tijdens de operatie kunnen zich de volgende problemen voordoen, die overigens gelukkig weinig voorkomen:

Nazorg (na de operatie)
In het algemeen zal men snel na de ingreep weer uit bed mogen. Doordat het bindvlies om het oog gehecht is en vaak fors gezwollen is, traant het oog meestal en voelt het zanderig aan. De oogarts schrijft u ontstekingsremmende oogdruppels voor. Door het gebruik van pupilverwijdende druppels kan de pupil langere tijd wijd blijven. Dit heeft tot gevolg dat men meer last heeft van licht en een waziger beeld.
Een houdingsadvies is nodig als er gas (meestal lucht) in het oog zit; het is immers de bedoeling om de netvliesscheur af te drukken d.m.v. de gasbel. De houding is dus afhankelijk van de plaats van de netvliesscheur. Zolang er een gasbel in het oog zit, kan men met het geopereerde oog weinig zien. Uiteindelijk zal de gasbel geleidelijk uit het oog verdwijnen. Als er een gasbel in het oog zit, is het niet toegestaan om te vliegen. Als er veel gas in het oog wordt achtergelaten, krijgt u een groen bandje om de pols.
Vaak kunt u spoedig weer naar huis (meestal 1 dag na operatie). Het oog blijft vaak geruime tijd gevoelig, rood en gezwollen, in die tijd zult u fel licht moeilijk verdragen. Ook de gezichtsscherpte is vaak nog niet optimaal.  

Prognose
In ongeveer 90% van de operaties lukt het om het netvlies weer op zijn plaats te krijgen en te houden. Soms zijn hier wel meerdere operaties voor nodig. Bij een geslaagde ingreep herstelt meestal het gezichtsveld (de omgeving). Herstel van de gezichtsscherpte is van meerdere factoren afhankelijk. De belangrijkste factor is of de netvliesloslating ook het centrum van het netvlies (de gele vlek of de macula) bereikt heeft.


Vaak ontstaan er bij een netvliesloslating troebelingen in het glasvocht (donkere bewegende vlekken). Meestal went u na enige tijd aan deze vlekken en zult u er weinig hinder van hebben. Indien de troebelingen te storend zijn, valt een vitrectomie (verwijderen van het glasvocht) te overwegen. 

Tot slot
Indien u vragen heeft over deze aandoening, neem dan gerust contact op met uw oogarts.



Deze folder is eigendom van www.oogartsen.nl, afkomstig van het Deventer ziekenhuis (Deventer), CWZ (Nijmegen), Catharina ziekenhuis (Eindhoven), Elisabeth ziekenhuis (Tilburg), HAGA ziekenhuis (Den Haag), Albert Schweitzer (Dordrecht) en Rijnstate (Arnhem) Rijnland ziekenhuis (Leiderdorp), copyright. Voor de aandachtsgebieden van oogartsen, zie aandachtsgebieden (subspecialisaties).

print deze pagina
 
ga naar boven