DZ/CWZ/CZE/EZ/MMC

Glasvocht en netvlies operaties (vitrectomie, PPV)

Inhoudsopgave:

Inleiding: wat is het glasvocht / netvlies?
Het glasvocht (ook wel glasachtig lichaam genoemd) is een gelei die het grootste deel van het oog opvult; het bevindt zich achter de ooglens. Normaal glasvocht laat lichtstralen ongehinderd door naar het netvlies. Het netvlies geeft het opgevangen beeld via de oogzenuw door naar de hersenen. Het netvlies (retina) is de binnenbekleding van het oog. Voor uitgebreide informatie, zie folder bouw en functie netvlies/glasvocht.

 doorsnede door het oog     doorsnede door het oog

In het centrum van het netvlies ligt de zogenaamde gele vlek (macula). Hiermee kunnen fijne details worden waargenomen, zoals nodig is bij lezen of televisie kijken. De rest van het netvlies zorgt voor het gezichtsveld en geeft ons wat grovere informatie over de ruimte om ons heen (waar onze blik niet bewust op gericht is).

Animatiefilm (alleen op website, met geluid)
- retina = netvlies
- macula = gele vlek, het centrale deel van het netvlies
- vitreous body = glasvocht of ooggelei


Wanneer is een vitrectomie nodig?
Een vitrectomie is een oogheelkundige operatie, die wordt uitgevoerd ter behandeling van glasvocht- en/of netvliesaandoeningen (bijv. een netvliesloslating, een glasvochtbloeding of een aandoening van de gele vlek van het netvlies).
Bij een glasvochtoperatie wordt in eerste instantie het glasvocht verwijderd, waarna eventueel verder aan het netvlies wordt geopereerd. De naam vitrectomie is opgebouwd uit "vitr" (vitr: afkomstig van corpus vitreum ofwel het glasvocht) en "ectomie" (dit betekent verwijderen). Er zijn meerdere oogaandoeningen waarvoor een vitrectomie nodig is. Deze aandoeningen worden uitvoerig besproken in de desbetreffende folders (zie website www.oogartsen.nl bij "Glasvocht / netvlies"). In deze folder wordt alléén de operatie zelf beschreven, dus niet de diverse aandoeningen zelf.

De verschillende aandoeningen waarbij een vitrectomie nodig kan, zijn:

         

Hoe wordt een vitrectomie verricht?
Bij een vitrectomie worden drie kleine openingen in de harde oogrok (het oogwit) gemaakt, ongeveer 3-4 mm achter het hoornvlies (tussen de lens en de equator).

lichtkabel, vitrectoom en infuusje in oog

De openingen zijn nodig voor het inbrengen van een infuusje, een lichtkabeltje en een vitrectoom. Bij de nieuwe techniek worden kleine buisjes (trocars genoemd) in het oog geplaatst om toegang te verschaffen tot het oog.

Een vitrectoom is een soort zuig/knip machientje dat het glasvocht verwijderd uit het oog. Tegelijkertijd wordt het oog weer, via een infuusje, opgevuld met infuusvloeistof.

De operatie kan bestaan uit meerdere stappen: 
1) het verwijderen van het glasvocht (dit wordt altijd als eerste verricht)
2) het opereren aan het netvlies

ad 1.  Het verwijderen van het glasvocht
Bij de operatie wordt zoveel mogelijk glasvocht verwijderd met een speciaal zuig/knip-machientje, de vitrectoom genoemd. Het glasvocht wordt tijdens de operatie vervangen door een speciale vloeistof (soort water) of gas. Dit wordt na de operatie snel, door het oog zelf, vervangen door eigen oogwater.

lichtkabel, vitrectoom en infuusje in oog   lichtkabel, vitrectoom en infuusje in oog 

ad 2.  De netvlies operatie
Na het verwijderen van het glasvocht wordt, afhankelijk van de oogaandoening, aan het netvlies geopereerd. Er kunnen aanvullende ingrepen nodig zijn. Een uitvoerige beschrijving van de verschillende netvlies-aandoeningen vindt u elders op deze website. Bij een netvlies-aandoening kan het glasvocht redelijk helder zijn (bijv een macula-gat of macula-pucker). Toch wordt ook dan het normale glasvocht verwijderd zodat hierna aan het netvlies geopereerd kan worden. De operatie van deze netvlies-aandoeningen worden hierna uitgelegd. 
Na de netvliesoperatie wordt het glasvocht meestal vervangen door een speciale vloeistof, maar soms door gas of olie. Dit is afhankelijk van de oogziekte.

Operaties bij glasvocht aandoeningen
Bij bepaalde glasvocht-aandoeningen is het glasvocht niet helder meer waardoor het zien beperkt kan zijn. Oogziekten waarbij alléén het glasvocht wordt verwijderd, zonder dat een netvliesoperatie verder nodig is, zijn bijvoorbeeld:

Operaties bij netvliesaandoeningen
Vraag uw oogarts voor welke aandoening u geopereerd wordt. Bij de volgende aandoeningen wordt een vitrectomie verricht:

a)  Netvliesloslating (ablatio retinae)
Een netvliesloslating kan uitwendig of inwendig worden geopereerd.

De uitwendige procedure wordt op de website www.oogartsen.nl in de folder "netvliesloslating" besproken. Hierbij wordt aan de buitenkant van het oog geopereerd.

Bij een inwendige procedure wordt in het oog zelf geopereerd: een inwendige glasvochtoperatie (vitrectomie). Soms is het beter om een netvliesloslating te verhelpen d.m.v. een vitrectomie. Bij een netvliesloslating kan het glasvocht namelijk erg vertroebeld zijn en aan het netvlies blijven trekken waardoor dit alleen met een uitwendige operatie niet te verhelpen is. Ook bij patiënten die een staaroperatie hebben ondergaan, wordt eerder voor een vitrectomie gekozen.

  

Het netvlies wordt vervolgens op zijn plaats teruggelegd met behulp van een zware vloeistof (zwaar water). Daarna worden de scheuren in het netvlies behandeld met laser. Het oog wordt aan het eind meestal gevuld met gas. Het gas wordt gebruikt om het netvlies op zijn plaats te houden. De gasbel zal zich in het oog naar het hoogste punt verplaatsen.

Om de gasbel na de operatie op de juiste plaats tegen het netvlies te laten drukken, zal de oogarts voor enige tijd een voorkeurshouding van uw hoofd met u afspreken. Na de operatie vervangt het oog zelf het gas door eigen oogwater. Afhankelijk van het type gas kan het 2 tot 8 weken duren voordat de gasbel volledig verdwenen is. Na de operatie is de gasbel zichtbaar. Zolang er een grote gasbel in het oog zit, kunt u weinig zien met het geopereerde oog. Na verloop van tijd merkt u dat u over de gasbel heen kunt kijken en de bel langzaam uit het oog verdwijnt. U mag niet vliegen als er gas in het oog zit.
Bij ernstige netvliesloslatingen wordt het oog niet gevuld met gas maar met siliconenolie, hetgeen het  netvlies langdurig op zijn plaats drukt. Deze olie moet enkele maanden later weer operatief verwijderd worden. De olie wordt dan vervangen door water.

In een enkel geval wordt eerst een kunststof bandje (cerclage) rond het oog aangebracht om het netvlies extra steun te geven. Dit bandje is van buitenaf niet zichtbaar en hoeft niet verwijderd te worden. Hierna wordt het glasvocht verwijderd.

b)  Macula pucker (plooivorming in de gele vlek door littekenweefsel)
Bij een macula pucker bevindt zich littekenweefsel (vliesje) in het centrum (macula) van het netvlies (→ zie folder macula pucker). Na het verwijderen van het glasvocht wordt het littekenweefsel van de macula verwijderd met fijne microchirurgische pincetjes. Het glasvocht wordt tijdens de operatie vervangen door speciaal water. Dit wordt na de operatie snel vervangen door vocht dat het oog zelf aanmaakt. Na deze operatie is het in principe niet nodig om een bepaalde houding aan te nemen. Vaak wordt er lucht achter te laten.
  verwijderen glasvocht     *

c)  Macula gat
Een macula-gat is een gaatje in de gele vlek (macula). De aandoening wordt elders op de site beschreven (zie folder maculagat). Na het verwijderen van het grootste deel van het glasvocht wordt het achterste deel van het glasvocht, dat tegen de macula aankleeft, verwijderd. Uiteindelijk wordt ook het meest oppervlakkige laagje van het netvlies rondom het macula-gat verwijderd. Deze binnenste laag van het netvlies heet de membrana limitans interna. Dit laagje wordt verwijderd om de laatste trekkrachtten op de randen van het macula-gat weg te nemen. Het glasvocht wordt vervangen door een speciaal gasmengsel om van binnenuit het macula-gat te sluiten en op zijn onderlaag aan te drukken. Na de operatie is deze gasbel voor u zichtbaar. Zolang er een grote gasbel in het oog zit, kunt u weinig zien met het geopereerde oog. Na verloop van tijd merkt u dat u over de gasbel heen kunt kijken en de bel langzaam uit het oog verdwijnt.

       leeshouding

Bij gebruik van gas is het meestal nodig dat u gedurende een aantal dagen na de operatie een bepaalde houding aanneemt, de zogenaamde treurhouding, zodat de gasbel tegen het maculagat duwt. Bij patiënten die na de operatie niet goed deze speciale houding kunnen aannemen, kan er gekozen worden voor het opvullen van het oog met een ander gasmengsel. Hierdoor is het mogelijk om een leeshouding of een soms een rechtop-houding aan te nemen. De houding wordt vóór de operatie door de oogarts met u besproken. Indien u uw eigen ooglens nog heeft en er nog veel gas in het oog aanwezig is, kunt u beter niet langdurig plat op de rug liggen. De gasbel drukt dan namelijk tegen de ooglens aan. Ook mag u niet vliegen als er nog gas in het oog zit. Voor aanvullende informatie, zie folder maculagat).

d)  Suikerziekte (diabetische retinopathie)
De netvliesaandoening door suikerziekte wordt diabetische retinopathie (DRP)genoemd (→ zie folder DRP, netvliesafwijkingen). Bij deze aandoening kan een glasvochtbloeding ontstaan. Deze glasvochtbloeding wordt veroorzaakt doordat het netvlies broze bloedvaten heeft gevormd (neovascularisaties genoemd) die snel kunnen gaan bloeden. Na het verwijderen van het glasvocht worden deze slechte bloedvaten, bloedresten en het littekenweefsel verwijderd van het netvlies. Hierna wordt het netvlies met laserstralen en een koude-behandeling (cryocoagulatie) behandeld. Het oog wordt meestal opgevuld met speciaal water.

e)  Glasvochtbloedingen
Glasvochtbloedingen kunnen voorkomen bij verschillende aandoeningen, bijvoorbeeld suikerziekte, achterste glasvochtloslating, netvliesgaatjes of vaatafsluitingen ed. Afhankelijk van de aandoening wordt het netvlies soms aanvullend behandeld met laserstralen (voor meer informatie, zie folder glasvochtbloedingen).

f)  Lensresten na een staaroperatie
Tijdens een staaroperatie kan het lenskapsel scheuren. Dit kan tot gevolg hebben dat een deel van de eigen ooglens (nucleus resten) in het glasvocht terecht komt. Dit heet een dropped nucleus. Deze lensresten moeten dan tijdens een 2e operatie, door middel van een vitrectomie, verwijderd worden. Het oog wordt tijdens de vitrectomie gevuld met water, er is geen houdingsadvies nodig na de operatie (→ zie folder complcaties bij staaroperatie).

Aanvullende procedure: een staaroperatie
Er kunnen omstandigheden aanwezig zijn om eerst een staaroperatie te verrichten. Indien het oog van deze operatie genezen is, volgt de vitrectomie. Soms wordt ervoor gekozen om een staaroperatie en een vitrectomie in één operatie te combineren. In dat geval wordt eerst de ooglens verwijderd en gevolgd door een vitrectomie.

  1. Het kan zijn dat dit vóór de operatie al bekend is, bijv. als er staar aanwezig is. Om het glasvocht en netvlies beter zichtbaar te maken, wordt eerst een staaroperatie uitgevoerd. Deze wordt dan gevolgd door een vitrectomie. Deze gecombineerde ingreep van een staaroperatie en vitrectomie wordt dan van tevoren met u besproken. De methode van de staaroperatie wordt elders beschreven op de website (→ zie folder staar operatie).
  2. Soms zal de oogarts, door onvoorziene omstandigheden, tijdens de operatie moeten besluiten om de lens te verwijderen; de lens kan namelijk tijdens de operatie (vroegtijdig) troebel worden waardoor het glasvocht en netvlies onvoldoende zichtbaar zijn. Tijdens de operatie wordt bekeken of de ooglens wordt vervangen door een kunstlens.
    Daarom wordt vóór elke operatie altijd een oogmeting (kunstlenssterkte) verricht. Een oogmeting betekent dus niet per definitie dat de eigen ooglens verwijderd wordt!

De verdoving
Afhankelijk van de ernst van de afwijking kan de totale operatie 45-90 min duren, inclusief het steriel klaarzetten van instrumentarium en apparatuur. De oogarts bespreekt met u of er gekozen wordt tussen plaatselijke of algehele verdoving. Bij bijv. een lange operatie of beweeglijke patiënten zal de oogarts meestal algehele verdoving aanraden.Vóór de operatie wordt u nagekeken door de anesthesist (pre-operatieve screening). De operatie kan uitgevoerd worden in het Deventer ziekenhuis. Meestal wordt de operatie verricht in dagbehandeling; u mag dan op dezelfde dag weer naar huis. Soms wordt u opgenomen in het ziekenhuis; meestal kunt u dan de 1e of 2e dag na de operatie weer naar huis. Dit wordt van tevoren met u besproken.

De nazorg
Het oog wordt na de operatie afgedekt met een verband. De rest van de dag houdt u bedrust. Als er gas in het oog is achtergelaten, zal de arts met u bespreken welke houding na de operatie moet worden aangenomen. Deze houding is meestal pas ná de operatie met zekerheid te noemen.

De dag na de operatie wordt u weer gecontroleerd op de polikliniek Oogheelkunde. Op de poli wordt het verband verwijderd en het oog schoongemaakt. Tijdens dit bezoek worden afspraken gemaakt over de verdere behandeling. Meestal blijft u tot enkele weken na de operatie oogdruppels gebruiken (bijv. Tobradex, Atropine of Tropicamide / fenylefrine). Het kan zijn dat u voorlopig wazig ziet, bijv. doordat de aandoening nog moet genezen, een gasbel het zicht belemmert of door de druppels. Hechtingen zijn niet altijd nodig, de wonden sluiten dan vanzelf. Soms zijn wel hechtingen nodig maar die hoeven niet verwijderd te worden (lossen vanzelf op). Ze kunnen vooral de eerste week irritatie geven. Het oog blijft enkele weken wat gevoelig, rood en gezwollen en in die tijd zult u fel licht waarschijnlijk slecht kunnen verdragen.

Als er gas in het oog in het oog is gedaan, is het zicht wazig. De gasbel in uw oog spiegelt het meeste licht terug het oog uit. Hierdoor ziet u de eerste dagen tot weken heel weinig. De dagen daarna kunt u de kleiner wordende gasbel gaan zien als een bal of schijf onderin uw beeld, die bibbert en spiegelt. Het lijkt alsof u in een aquarium kijkt met bovenin de waterspiegel (in het oog zit het water onderin), alsof er een vijver in uw oog zit. In de weken na de operatie ziet u de gasbel langzaam naar beneden zakken omdat het gas door het oog wordt vervangen door helder oogvocht. Pas als de lijn onder het midden van het oog komt, en de gele vlek niet meer met gas wordt bedekt, wordt het zicht vaak weer wat beter.

Na één tot enkele weken kunt u al uw bezigheden weer hervatten. Wanneer een cerclagebandje is aangebracht, wordt na 3 maanden uw brilsterkte aangepast. De brilsterkte zal dan ongeveer 2 eenheden veranderen, omdat uw oog door het cerclagebandje iets van vorm is veranderd.

Welk resultaat mag u verwachten?
Na de operatie zal het zien in de loop van enkele weken tot maanden geleidelijk verbeteren. Hoe goed de werking van de gele vlek (het scherpe zien) zal worden, hangt af van de oorzaak en ernst van de oogafwijking. Meer informatie over de resultaten vindt u in de folder of op de website bij de specifieke oogaandoeningen. De verwachtingen zullen voor de operatie zo goed mogelijk worden aangegeven.
Meestal zal het gezichtsveld zich vrijwel volledig herstellen. Soms is er meer dan één glasvochtoperatie nodig om het gewenste doel te bereiken. Als de ooglens bij de operatie verwijderd is en er geen kunstlens is ingebracht, zal later een contactlens gedragen moeten worden of alsnog, met een extra operatie, een kunstlens in het oog aangebracht moeten worden.

Welke complicaties kunnen optreden?
Bij elke vitrectomie kan zich een probleem voordoen, gemiddeld ongeveer in 5% van de gevallen. Meestal is dit uiteindelijk goed oplosbaar:

  1. Nabloeding, infectie. Zoals bij iedere operatie kan ook na een vitrectomie een nabloeding of infectie optreden. Bij een bloeding wordt het hele beeld plotseling wazig. Een bloeding verdwijnt meestal vanzelf. Een infectie komt zeer zelden voor (ongeveer 0.1%), maar kan ernstige gevolgen voor het zien hebben.
  2. Ontwikkeling van staar. Als u nog niet aan staar geopereerd bent, zal enige tijd na een vitrectomie een staaroperatie nodig zijn. Bij patiënten op hogere leeftijd zal de staar zich meestal binnen één tot drie jaar ontwikkelen. Bij jongere patiënten kan dit veel langer duren. Het ontstaan van staar merkt u door een langzame achteruitgang van de gezichtsscherpte.
  3. Hoge oogdruk. Soms is na de operatie de oogdruk tijdelijk te hoog (met name als er gas of olie wordt gebruikt). De oogdrukverhoging wordt meestal met extra oogdruppels behandeld.
  4. Netvliesloslating (of recidief). Soms treedt na de operatie (opnieuw) een netvliesloslating op. Bij een netvliesloslating valt een deel van het gezichtsveld weg. De kans op een netvliesloslating is het grootst in de eerste maanden na de vitrectomie. Het is verstandig in deze periode het gezichtsveld af en toe zelf te controleren. Dit kunt u doen door uw hand in het gezichtsveld te bewegen, terwijl u recht vooruit blijft kijken en het niet geopereerde oog dicht houdt. Uw hand moet dan rondom overal evengoed zichtbaar zijn. Met een extra operatie is een netvliesloslating meestal wel goed te  verhelpen.
  5. Littekenvorming. Soms ontstaat er littekenvorming op het netvlies hetgeen een netvliesloslating kan veroorzaken. Strengen kunnen dan het netvlies lostrekken (PVR genoemd). Het ontstaan van een littekenreactie is niet te voorspellen of te voorkomen. Er kunnen meerdere operaties nodig zijn om het netvlies weer aanliggend te krijgen. Vaak zal het herstel van de gezichtsscherpte beperkt zijn.
    Soms vormt zich een laagje littekenvorming op de gele vlek. Dit wordt een maculapucker genoemd.
  6. Overige: zelden treedt een bloeding of vochtophoping onder het vaatvlies op (choroidale loslating of bloeding genoemd): dit kan het gezichtsvermogen aanzienlijk belemmeren.

Opmerking
Bij vragen over de operatie kunt u contact opnemen met de oogarts. Deze folder geeft algemene informatie over een vitrectomie (glasvocht operatie). Niet alles in deze folder is op u van toepassing. Tijdens de operatie kan de operateur (onverwachts) besluiten om toch af te wijken van de aangegeven procedure.
Zoekt u een oogarts in uw omgeving die deze operatie uitvoert → zie folder specialisaties.



Deze folder is afkomstig van www.oogartsen.nl  (Deventer ziekenhuis); een samenwerkingsverband tussen het Deventer ziekenhuis (Deventer), CWZ (Nijmegen), Catharina ziekenhuis (Eindhoven), Elisabeth ziekenhuis (Tilburg), Maxima Med. Centrum (Veldhoven) en HAGA ziekenhuis (Den Haag), copyright.
Voor de aandachtsgebieden van oogartsen, zie aandachtsgebieden (subspecialisaties).

print deze pagina
 
ga naar boven