Netvlies afwijkingen bij hoge bijziendheid (pathologische myopie)
Inhoudsgave:- inleiding
- perifere retinadegeneraties (zwakke gebieden in het netvlies)
- netvliesloslating (ablatio retinae)
- myope maculopathie (afwijkingen in de gele vlek)
- overige afwijkingen (staphyloom)
Inleiding
Deze folder gaat over netvliesafwijkingen die kunnen voorkomen bij een hoge bijziendheid.
Voor algemene informatie over bijziendheid (myopie) zie folder myopie.

Bij myopie valt het beeld van een voorwerp, wat zich op afstand bevindt, vóór het netvlies. Je ziet het beeld dan onscherp. Maar wanneer het voorwerp zich op leesafstand bevindt, dan verplaatst dit beeld zich in het oog naar achteren en komt het dus wel op het netvlies terecht (de afstand waarop het voorwerp scherp wordt waargenomen, is afhankelijk van de sterkte van de myopie). Dit beeld is dan scherp. Vandaar dat men in de volksmond zegt "een myoop of bijziend oog kan voorwerpen dichtbij goed zien, maar op afstand niet".
Ongeveer 30% van de mensen met bijziendheid (myopie) heeft een hoge myopie. Bij een hoge myopie bedraagt de brekingsfout (refractieve fout of brilsterkte) of de min-sterkte van de bril > -6 dioptrieen (de lengte van het oog bedraagt > 26.5 mm, terwijl dit in een normaal oog 24 mm is). Dit komt voor bij ongeveer 2% van de bevolking. Andere termen voor een hoge myopie zijn: progressieve myopie, pathologische myopie of degeneratieve myopie.
Bij een hoge myopie is er sprake van een progressieve toename van de oogaslengte. De collageenvezels zijn abnormaal en uitgerekt. Hierdoor is er meer kans op het ontwikkelen van afwijkingen in de choroidea (vaatvlies), sclera (harde oogrok) en retina (netvlies). Mensen met een hoge myopie hebben meer kans op de volgende oogheelkundige problemen:
- perifere retinadegeneraties
- netvliesloslating (ablatio retinae)
- myope maculopathie (afwijkingen in de gele vlek)
- overige afwijkingen
Perifere retinadegeneraties
Bij patiënten met een hoge myopie komen vaker zwakke plekken voor aan de randen van het netvlies. Dit worden "perifere retinadegeneraties" genoemd. Voorbeelden zijn: lattice degeneratie en cobbles stones. Ook kunnen er vaker netvliesgaatjes worden geconstateerd.
Lees meer in de folder perifere retinadegeneraties.
Netvliesloslating (ablatio retinae)
De incidentie (=aantal nieuwe gevallen) van een netvliesloslating bij mensen zonder een brilsterkte (emmetropen genoemd) is ongeveer 0.01 tot 0.015% per jaar. Myopen hebben een grotere kans op een netvliesloslating. Vergeleken met emmetropen, hebben laag myopen (tussen de -1 en -3 dioptrieën) een 4 maal hoger risico en hogere myopen (> -3 dioptrieën) een 10-maal hoger risico. Er is een aparte folder over netvliesloslating. De kans op een netvliesloslating in de normale bevolking, bij myopie en na een staaroperatie wordt elders beschreven (lees verder).
Myope maculopathie
Dit is een afwijking in de gele vlek (macula) die kan leiden tot een vermindering van het gezichtsvermogen. Dit is m.n. het geval als de myopie extreem hoog is (bijv. >10 dioptrieën). Dit wordt "myopia gravior" genoemd (zie foto). Bij hoog myopen is het oog langer dan normaal en daardoor wat 'uitgerekt'. Hierdoor kunnen zwakke plekken ontstaan in het RPE (retinapigment epitheel ofwel het buitenste laagje van het netvlies) en scheurtjes ontstaan in de onderliggende laag (membraan van Bruch). Veranderingen in de gele vlek (macula) door bijziendheid wordt ook wel myope maculopathie genoemd. Deze veranderingen kunnen bestaan uit:
- een focale chorioretinale atrofie
- lacquer cracks
- chorioretinale NeoVascularisaties
- subretinale hemorrhagieën
- fuchse spot
- maculaire retinoschisis
a. Focale chorioretinale atrofie:
Dit zijn bleke gebieden doordat er minder pigment aanwezig is. De bloedvaten van het vaatvlies en soms de harde oogrok, kunnen dan zichtbaar zijn.
- links: een normaal netvlies
- rechts: bleke of atrofische gebieden in het centrum van het netvlies
b. Lacquer cracks (atrofische maculopathie genoemd):
Dit zijn scheurtjes in de buitenste laag van het netvlies en vaatvlies (het complex van "RPE-laagje -Bruchse membraan en -choriocapillaris").
c. Chorioretinale NeoVascularisaties (CNV of exsudatieve maculopathie genoemd):
Hierbij ontstaan nieuwe bloedvaatjes onder het netvlies die van slechte kwaliteit zijn. Ze kunnen ontstaan in associatie met lacquer cracks en met gebieden van focale atrofie. Deze CNV gaat vaak vanzelf over, maar kan op termijn atrofie veroorzaken. CNV ontstaat in ongeveer 5-10% van de hoog myopen en komt bij 12-41% in beide ogen voor.
CNV is een belangrijke oorzaak voor een daling van het gezichtsvermogen bij pathologische myopie. Het natuurlijke beloop is niet zo goed: ongeveer 1/3 van de patiënten behoudt slechts een gezichtsvermogen van > 10%.
Vele therapiën zijn geprobeerd, zoals een maculaire translocatie (operatie), het chirurgisch verwijderen van de CNV, transpupillaire thermotherapie, PDT (photodynamische therapie) met steroidinjecties en anti-VEGF behandeling. De laser en PDT zijn aanvankelijk wel effectief maar later verdwijnt het resultaat vaak weer (vaak wordt het gezichtsvermogen < 30%). Een behandeling met anti-VEGF middelen (bijv. Avastin, Lucentis) lijkt effectiever te zijn. Het gezichtsvermogen ligt bij de meeste patiënten > 40%.
tekening: een bleek plekje in de linker foto en een aankleuring van het bloedvat bij een kleurstofonderzoek:

d. Subretinale hemorrhagieën:
Dit zijn bloedinkjes onder het netvlies die soms kunnen ontstaan bij een lacquer crack (zonder dat er een CNV aanwezig is). Ze kunnen ook geassocieerd zijn met een CNV.
e. Fuchse spot:
Dit is een verheven pigmentlesie (ophoping) die soms kan ontstaan nadat een maculabloeding (bloeding onder de gele vlek) is geresorbeerd (opgelost).
f. Maculaire retinoschisis:
Dit is een splijting (schisis) in de lagen van het netvlies. In deze folder ziet een OCT-scan van de gele vlek van het netvlies: het netvlies is gespleten met verticale balkje ertussen:
Overige afwijkingen
Bij extreme bijziendheid kan de oogbol iets uitrekken aan de achterzijde. De oogwand (harde oogrok) is dan dunner dan normaal. Het netvlies is uitgerekt waardoor de witte harde oogrok zichtbaar wordt (het bleke gebied). Dit wordt een staphyloom genoemd (zie tekening van het centrale gebied van het netvlies:
Een staphyloom komt bij 90% van de patiënten met een hoge myopie voor. De incidentie en diepte van het staphyloom neemt toe met de leeftijd.
Deze folder is afkomstig van www.oogartsen.nl (Deventer ziekenhuis); een samenwerkingsverband tussen het Deventer ziekenhuis (Deventer), CWZ (Nijmegen), Catharina ziekenhuis (Eindhoven), Elisabeth ziekenhuis (Tilburg) en Maxima Med. Centrum (Veldhoven), copyright.
Voor de aandachtsgebieden van oogartsen, zie aandachtsgebieden (subspecialisaties).
Update: 20 maart 2010



