Vitreomaculair tractiesyndroom, Lamellair maculagat
Inhoudsopgave: Deze folder is primair bedoeld voor co-assistenten en (para)mediciVitreomaculair tractiesyndroom (VMT)
Deze informatie is een aanvulling op de folder macula-pucker en primair bedoeld voor onderwijsdoeleinden.
Op jonge leeftijd zit het glasvocht vast aan het netvlies. Bij het ouder worden kan het glasvocht vervloeien en vervolgens loslaten van het netvlies (zie folder vlekken, troebelingen).
Op de overgang of het grensvlak (interface) tussen het glasvocht (vitreous) en het netvlies (retina) kunnen zich diverse afwijkingen voordoen. Dit worden daarom ook wel "vitreoretinale interface" aandoeningen genoemd. Hiertoe behoren de volgende aandoeningen:
- macula gat
- macula pucker
- vitreomaculair tractiesyndroom. Deze wordt hier besproken.
Bij een maculapucker is het glasvocht losgelaten van het netvlies en bevindt zich littekenweefsel op het oppervlak van het netvlies.
Bij een VMT-syndroom treedt dit proces van loslaten niet volledig op. Er is dan sprake van een incomplete achterste glasvochtloslating. Hierdoor kan het glasvocht trekken (tractie) aan het centrum van het netvlies (gele vlek) waardoor klachten kunnen ontstaan van verminderd zicht, beeldvertekening, beeldverkleining (micropsie) of lichtflitsen. Meestal nemen de trekkrachten van het glasvocht toe waardoor een glasvocht-netvliesoperatie (vitrectomie) nodig is. Door de tractie ontstaan vaak vochtophopingen in het netvlies (oedeem, zie tekening).
Bij het OCT onderzoek, een netvlies-scan (zie foto's) kunnen verschillende varianten van VMT worden onderscheiden, bijvoorbeeld:
- vitreofoveale tractie: het glasvocht zit alleen nog vast in het centrum van de gele vlek (de fovea) en is rondom de gele vlek losgelaten
- vitreoretinale tractie: het glasvocht zit nog vast tussen de oogzenuw en de gele vlek, maar is losgekomen aan de andere zijde van de gele vlek (temporale zijde)
- vitreomaculaire tractie met diffuse littekenvorming over de macularegio: een pucker-achtig beeld zonder een achterste glasvochtloslating maar met tractie aan de retina
links: OCT-scan (netvliesscan) met een doorsnede van het netvlies, 3 dimensionaal
rechts: OCT-scan met trekkrachten van het glasvocht aan de gele vlek (vitreofoveale tractie)

links: OCT-scan (netvliesscan) met een doorsnede van het netvlies: vitreofoveale tractie
rechts: netvlies als men van boven op de gele vlek kijkt (door de trekkrachten lijkt het op een berg)


Resultaten na een operatie
Bij een glasvocht-netvliesoperatie wordt de membraan verwijderd en worden de trekkrachten opgeheven. Het gemiddelde gezichtsvermogen vóór de operatie ligt vaak tussen de 20-50%. Het herstel vindt geleidelijk aan plaats maar met name de eerste 3 maanden. Echter, langzaam herstel vindt vaak ook daarna nog plaats (tot 1-2 jr na de operatie). Na deze periode blijkt dat de gezichtsscherpte bij ongeveer 60-80% van de patiënten in enige mate is toegenomen (≥ 1 regel).
Lamellair maculagat
Bij een lamellair maculagat is er sprake van een gedeeltelijk gat in het centrale deel van het netvlies (de gele vlek of de macula genoemd). Dit is het gebied waar we scherp mee kijken (macula). In tegenstelling tot een volledig maculagat is bij een lamellair maculagat het buitenste deel van het netvlies (fotoreceptoren, outer retinal layer) wel intakt maar ontbreken de binnenste lagen (aan de zijde van de glasvochtruimte).
Hoe kan dit ontstaan?:
- het proces van de vorming (ontwikkeling) van een maculagat wordt onderbroken. Hierdoor ontstaat niet een volledig maculagat maar een gedeeltelijk maculagat.
- bij bepaalde aandoeningen zijn vochtophopingen in de gele vlek (macula) aanwezig. Dit zijn macula cysten. Een lamellair gat kan ontstaan bij het afscheuren van het dak (het bovenste deel) van zo'n macula cyste.
Sommige deskundige maken een onderscheid in een "lamellair maculagat" en een "macula pseudogat". Het onderscheid is klinisch niet goed te maken. Een scan van het netvlies (OCT) kan dat onderscheid wel maken.
Bij een lamellair maculagat is het volgende op een scan zichtbaar: een onregelmatige, asymmetrische contour van de macula (fovea), een breuk in de binnenste lagen van het netvlies en er is een scheiding zichtbaar tussen van de binnenste en de buitenste foveale lagen hetgeen leidt tot een soort splijting van deze lagen (intraretinale split). Er is dan geen volledig gat aanwezig omdat de buitenste lagen, met o.a. de fotoreceptoren (kegeltjes), nog aanwezig zijn.
Vaak bevindt zich ook een dun laagje littekenweefsel (macula pucker) over het lamellair maculagat. Dit laagje kan samentrekken waardoor fijne plooitjes en een onregelmatig oppervlak ontstaan (zie foto). Soms ontstaat een maculagat t.g.v het afscheuren van de bovenste laag (dak) van een macula-cyste.

Bij een pseudo-maculagat gaat het gat recht naar beneden (steiler), zoals hieronder weergegeven. Het is in feite een laagje littekenweefsel waarin een gaatje zit. Het wordt ook wel een "epiretinale membraan (ERM) met een pseudo-gat" genoemd.
links: een gedeeltelijk gat (ERM= epiretinale membraan of pucker)
rechts: een bovenaanzicht van de gele vlek of macula

Een lamellair gat is vaak gerelateerd aan een macula pucker of aan vochtophoping in de macula.
1) een macula pucker (epiretinale membraan):
Dit is littekenvorming van de macula waardoor het netvlies geplooid is. Bij een macula pucker lijkt een ontbreking in het littekenvlies te bestaan waardoor de schijn wordt gewekt dat het om een maculagat gaat. Vandaar dat het ook wel een schijngat wordt genoemd (pseudogat). Het is dus geen echt maculagat omdat het netvlies niet in de volledige dikte is verdwenen.
Dit wordt ook wel een epiretinale membraan met een lamellair (pseudo-)maculagat genoemd. Het heeft vaak weinig consequenties voor het gezichtsvermogen. Indien er voldoende klachten zijn, dwz een verminderd zicht of beeldvertekening (metamorfopsie), dan kan een glasvocht-netvliesoperatie worden overwogen (zie folder vitrectomie: verwijderen van het glasvocht, de binnenste laag van het netvlies en gastamponade).
2. vochtophoping in de macula (cystoid macula oedeem, CME):
Bij bepaalde aandoeningen kan zich vocht opstapelen in de gele vlek (macula). Een cyste is een holte gevuld met vocht. Bij CME kan het binnenste laagje van de cyste knappen waardoor een lamellair gat ontstaat.
Voor meer informatie over cystoid macula oedeem → zie folder vocht onder gele vlek.
Interface aandoeningen (de overgang tussen het glasvocht en het netvlies)
Op de overgang of het grensvlak (interface) tussen het glasvocht (vitreous) en het netvlies (retina) kunnen zich diverse afwijkingen voordoen. Dit worden daarom ook wel "vitreoretinale interface" aandoeningen genoemd. Het glasvocht kan vastzitten aan het netvlies in het gebied van de gele vlek (macula). Deze aanhechting (vitreomaculaire adhesie) kan een rol spelen bij diverse aandoeningen. 
Door de trekkrachten van het glasvocht aan het netvlies kan de aandoening ontstaan of verergeren. Bij de volgende aandoeningen kan de vitreomaculaire adhesie een rol spelen:
- macula gat (zie folder macula gat)
- macula pucker (zie folder macula pucker)
- vitreomaculair tractiesyndroom (zie deze folder)
- suikerziekte
- littekenvorming op de overgang tussen het netvlies en glasvocht (proliferatieve diabetische retinopathie)
- vochtophoping onder de gele vlek of macula (diabetisch macula-oedeem) → zie folder diabetes.
- littekenvorming na operaties (PVR, proliferatieve vitreoretinopathie)
- netvliesslijtage (zie folder exsudatieve maculadegeneratie)
Het kan zijn dat het opheffen van deze 'vitreomaculaire adhesie' een bijdrage kan leveren aan de genezing van de oogziekte. De adhesie kan worden opgeheven d.m.v.
- een glasvochtoperatie: hierbij wordt het glasvocht en de aanhechting ervan aan de gele vlek (macula) verwijderd (zie folder vitrectomie).
- medicijnen: er zijn medicijnen in ontwikkeling die de adhesie kunnen oplossen. Deze medicijnen worden in het oog geinjecteerd (intravitreale injectie) en verbreken de verbindingen. Een voorbeeld is microplasmine. Er wordt 125 ug microplasmine in het oog geinjecteerd. Na 1 maand blijkt in ongeveer 26% van de gevallen (in de epiretinale groep) de locale adhesie verbroken te zijn (zonder injectie, in de placebo-groep, treedt dit op in 10% van de gevallen), in ongeveer 13-14% bleek een totale glasvochtloslating opgetreden te zijn (in de placebogroep 3.7%). Bij een maculagat was dit na behandeling 40% (placebo 11%). Deze behandelingsvorm staat nog in de kinderschoenen en wordt op dit moment niet/nauwelijks toegepast.
Deze folder is afkomstig van www.oogartsen.nl (Deventer ziekenhuis); een samenwerkingsverband tussen het Deventer ziekenhuis (Deventer), CWZ (Nijmegen), Catharina ziekenhuis (Eindhoven), Elisabeth ziekenhuis (Tilburg), Maxima Med. Centrum (Veldhoven) en HAGA ziekenhuis (Den Haag), copyright.
Voor de aandachtsgebieden van oogartsen, zie aandachtsgebieden (subspecialisaties).





