Moedervlekken in het oog (vaatvlies)
Inhoudsopgave:- inleiding
- moedervlekken in het oog (choroidale nevus)
- melanoom
Inleiding
De meest voorkomende tumoren van het vaatvlies (choroidea tumoren) zijn een moedervlek (goedaardig gezwel) en een melanoom (kwaadaardig gezwel).
Het netvlies vormt de binnenbekleding van het oog. Het vaatvlies bevindt zich tussen het netvlies (retina) en de harde oogrok (sclera). Het beeld van de buitenwereld wordt door het netvlies opgevangen en langs de oogzenuw naar de hersenen doorgegeven.

Moedervlekken in het oog (choroidale nevus)
Een moedervlek wordt een nevus (meervoud 'nevi') genoemd. Vaak geeft het een bruinige verkleuring van het netvlies. Choroidale nevi (CN) zijn goedaardige melanocytische tumoren (pigment gezwellen) van de binnenbekleding van het oog (oogfundus). Ze komen vaak voor, ongeveer bij 5-10% van de blanke bevolking. Ze komen zelden voor bij donkere rassen. Hoewel een nevus waarschijnlijk al bij de geboorte aanwezig is, vindt de groei ervan met name plaats voor de puberteit en nauwelijks tijdens de volwassen leeftijd.
Kenmerken
Nevi geven meestal geen klachten (asymptomatisch) en worden vaak bij een routine oogheelkundig onderzoek ontdekt. Zelden treden symptomen op, hooguit bijv. als de gele vlek betrokken is bij de tumor of als er vocht onder het netvlies is gekomen (sereuze loslating).
De tumor ligt vaak achter in het oog (post-equatoriaal), is ovaal of rond, blauw-bruinachtig/grijs van kleur met waarneembare, maar onscherpe begrenzing. De omvang is vaak < 5 mm in diameter (3 papildiameters) en < 1 mm in dikte (licht verheven gezwel). Er kunnen drusen zichtbaar zijn (mn in het centrum), mn bij de grotere lesies. De meeste nevi hebben geen bloedvaten (avasculair) en zijn gepigmenteerd. Er bestaan ook atypische nevi, zoals een amelanocytische (niet-gepigmenteerde) nevus en een halo-nevus (een bleke rand om de pigmentlesie).


Een nevus wordt gekenmerkt door:
- een gering risico op het veroorzaken van visuele symptomen
- een goedaardig gezwel
- een risico op transformatie in een kwaardaardig gezwel (een choroidaal melanoom). Men is van mening dat een nevus een voorloper is van een melanoom. Het verschil tussen een klein melanoom en een nevus kan lastig te bepalen zijn.
De aanwezigheid van bepaalde kenmerkingen van een gezwel (risicofactoren) kunnen leiden tot een snellere groei van de tumor. Een stabiele niet-groeiende tumor is vaker goedaardig, bij tumorgroei moet men echter bedacht zijn op een melanoom (in wording). Bij ≥ 2 risicofactoren moet men bedacht zijn op een choroidaal melanoom (kwaadaardig). De risicofactoren zijn oa:
- klachten van wazig zien, beeldvertekening (metamorfopsie), uitval van het gezichtsveld en lichtflitsen (fotopsie). Dit treedt mn op bij nevi in de buurt van de gele vlek.
- omvang
- de dikte van het gezwel van > 2 mm (de gemiddelde dikte van een nevus bij patiënten < 20 jr bleek 1.0 mm (range 0.6-2.2 mm) te zijn; bij patiënten tussen de 21-50 jr is de dikte 1.5 mm (range 0.7 - 3.7 mm) [Shields, Ophthalmology 2008;546].
- een diameter van > 5 mm.
- de aanwezigheid van oranje-achtig pigment dat het gezwel bedekt (lipofuscine pigment).
- een gezwel dat de oogzenuw raakt.
- de aanwezigheid van vocht onder het netvlies (op de oppervlakte of eronder gelegen).
Groei van een nevus is een belangrijke indicator (is verdacht) voor een melanoom of voor het ontstaan van een kwaardaardig melanoom (maligne transformatie). De risicofactoren die geassocieerd zijn met groei, staan hierboven beschreven. Bij aanwezigheid van risicofactoren, zal de oogarts het oog vaker gaan controleren. Sommigen zullen het oog eerder willen behandelen om het risico op uitzaaiingen te verminderen.
Een langzame groei van kleine choroidale melanocytische lesies, zonder de aanwezigheid van risicofactoren, hoeft geen teken te zijn van kwaadaardigheid of de ontwikkeling daarvan. Het gaat dan om een langzame groei, in een tijdsperiode van 15 jaar. Dit wordt vaker gezien op jongere leeftijd (bij groei van een choroidale nevus lijkt de leeftijd een voorspellende factor te zijn).
Bij een snelle groei van een gezwel, waarbij het gezwel groeit in een korte tijd (bijv. < 3 jr), moet men wel bedacht zijn op een maligne transformatie.
Bij het onderscheid tussen de groei van een nevus en kleine melanomen kan dus het volgende meespelen: a) de snelheid van de groei, b) de aanwezigheid van risicofactoren en c) het risico op uitzaaiing of metastasering (bij een nevus ontstaat geen uitzaaiing; bij een groeiend choroidaal melanoom kunnen wel uitzaaiingen in verschillende organen ontstaan).
In een studie werden nevi onderzocht die gedurende de studie niet overgegaan (getransformeerd) waren in een maligniteit (Mashaykhi/Shields, Ophthalmology 2011; 382). Het bleek dat 31% van de nevi een langzame groei liet zien gedurende 15 jaar. Van de nevi, die groeiden, bedroeg de mediane groei 1 mm (0.06 mm per jaar). Dit was leeftijdsafhankelijk, immers groei trad op bij 54% van de patiënten ≤ 40 jr, bij 34% van de patiënten in de leeftijd tussen 41-60 jr en bij 19% van de patiënten > 60 jr. Een andere studie bij chineese volwassenen > 40 jr liet een groei zien bij 5.3% (± 22.6%) bij een follow up van 5 jr.
Bij de nevi bleken de volgende kenmerken aanwezig: 5% had vocht onder het netvlies (subretinaal vocht), 6% had een oranje pigmentverkleuring en een deel had pigmentepitheel veranderingen op het gezwel (61% had drusen, 6% has atrofie, 10% had hyperplasie en 6% had fibreuze metaplasie).
Behandeling
De typische nevi hoeven niet behandeld te worden. Een controle is nauwelijks nodig omdat de kans op een kwaadaardige transformatie erg gering is.
Verdachte nevi moeten wel vaker gecontroleerd worden. Bij groei moet gedacht worden aan een kwaadaardig melanoom (in wording).
Choroidaal melanoom
Een melanoom is een kwaadaardig gezwel van het vaatvlies. Het komt zelden voor, de incidentie bedraagt ongeveer 5 per miljoen mensen per jaar.
De tumor wordt vaak rond het 60e levensjaar ontdekt. Het kan bij toeval ontdekt worden tijdens een oogheelkundig onderzoek. De tumor kan ook symptomatisch zijn ofwel klachten geven zoals een verminderd zicht, beeldvertekening, verkleining van het gezichtsveld, troebelingen (floaters), lichtflitsen (fotopsie, een soort lichtbal die door het gezichtsveld bweegt, 2-3 keer per dag optredend).
Bij oogheelkundig onderzoek kunnen de volgende kenmerken aanwezig zijn:
- een verheven zwelling onder het netvlies, met pigment (melanocytisch) of zonder pigment (amelanocytisch).
- klonten van oranje pigment (lipofuscine).
- de tumor kan agressief zijn en uitzaaiingen geven.
- vocht onder het netvlies (op oppervlakte of onder de tumor).
- plooien in het vaatvlies, bloeding, vaatnieuwvorming op de iris (rubeosis) of ontstekingen (uveitis).

Risico's
De tumor kan verder ingroeien in de oogbol en in de omliggende structuren. Ook zijn uitzaaiingen (metastase) in het lichaam mogelijk.
Behandeling
Bij de behandeling wordt gestreefd naar het behoud van het oog en het verkleinen van het risico op metastases. De behandeling vindt plaats in gespecialiseerde centra in Nederland.
Deze folder is eigendom van www.oogartsen.nl, afkomstig van het Deventer ziekenhuis (Deventer), CWZ (Nijmegen), Catharina ziekenhuis (Eindhoven), Elisabeth ziekenhuis (Tilburg), Maxima Med. Centrum (Veldhoven), HAGA ziekenhuis (Den Haag), Albert Schweitzer (Dordrecht) en Rijnstate (Arnhem), copyright.
Voor de aandachtsgebieden van oogartsen, zie aandachtsgebieden (subspecialisaties).






