DZ/CWZ/CZE/EZ/MMC

Allergie en allergische conjunctivitis (slijmvlies ontsteking)

Inhoudsopgave

Het slijmvlies (conjunctiva) en
een slijmvliesontsteking (conjunctivitis)
Bij een allergie is met name het bindvlies of slijmvlies (conjunctiva) van het oog aangedaan. De conjunctiva is de slijmvliesbekleding van de binnenzijde van de oogleden en van de buitenzijde van de oogbol (bulbus oculi). De conjunctiva op de oogbol ligt op het witte deel van het oog (de harde oogrok) en wordt "conjunctiva bulbi" genoemd. De conjunctiva aan de binnenzijde van de oogleden is rood vanwege de vele bloedvaten en wordt "conjunctiva palpebralis" genoemd. De ruimte tussen de bovenste en onderste oogleden en de oogbol heet de "conjunctivaalzak (fornix)". In de linker tekening is de conjunctiva in het wit aangeven.

   
cp = conjunctiva palpebralis
cb = conjunctiva bulbi
fornix = omslagplooi

In onderstaande tekeningen worden het oog en de oogleden in detail weergegeven:

   → detail →
h= hoornvlies (cornea)
i= iris (regenboogvlies)
f= fornix
T= tarsus (de bindweefselplaat van het ooglid)
*= conjunctiva palpebralis
witte pijl= conjunctiva bulbi
 

Conjunctivitis is de medische term voor een ontstoken slijmvlies van het oog. Het is de meest voorkomende oorzaak van een rood oog. Een conjunctivitis kan meerdere oorzaken hebben. De meest voorkomende oorzaak is een virus of een bacterie. Ook allergie kan een conjunctivitis veroorzaken.
Indeling conjunctivitis:
* bacteriële, virale infecties en algemene folder over conjunctivitis → zie folder conjunctivitis.
* allergische vormen van conjunctivitis → zie deze folder

Wat is allergie?
Allergie is een overgevoeligheidsreactie van het afweersysteem van het lichaam op bepaalde onschadelijke stoffen, zoals pollen, huismijt ed. Deze stoffen, die altijd een soort eiwit bevatten, worden allergenen genoemd. Allergie is dus een niet-infectieuze ontsteking, d.w.z. het wordt niet door een virus of bacterie veroorzaakt.

Afweerreactie
Elk mens vormt in het lichaam antistoffen tegen lichaamsvreemde stoffen, zoals stuifmeel, bacteriën etc. De antistoffen functioneren als een soort politieagent van het lichaam. Zij zorgen ervoor dat deze lichaamsvreemde stoffen (allergenen) uit het lichaam verdwijnen. Als een allergeen (bijv. stuifmeelkorrels van gras) in aanraking komt met de ogen, neus, mond, keel of luchtpijp, raken de slijmvliezen geprikkeld. Het afweersysteem van de neus of ogen reageert dan abnormaal op het allergeen waarvoor men gevoelig is.
Het allergeen bindt zich aan antistoffen die aan bepaalde cellen in het slijmvlies gebonden zijn. Deze cellen heten mestcellen. De binding van het allergeen aan deze antistoffen stimuleert de mestcel waardoor bepaalde stoffen vrijkomen, zoals histamine. Deze stoffen, mediatoren genoemd, verwijden kleine bloedvaatjes in het slijmvlies en veroorzaken een slijmvliesontsteking waardoor klachten ontstaan. Er ontstaat dus een 'overdreven' afweerreactie waardoor de slijmvliezen zwellen en meer slijm produceren. Er zijn verschillende soorten afweerreacties mogelijk.

Onderzoek en klachten
Onderzoeken
Bij iemand met bijv. hooikoorts reageert het lichaam erg heftig zodra de slijmvliezen van neus of ogen met het stuifmeel in aanraking komen. Als u wilt weten of u allergisch bent voor boom- gras- of kruidpollen (de echte hooikoorts), of voor schimmels, huisstofmijt, katten- of hondenharen, dan heeft uw huisarts mogelijkheden om de oorzaak van uw allergie op te sporen. Bij specifieke oogproblemen, kan de betrokkene ook zelf proberen uit te vinden op welk middel de oogleden zo overgevoelig reageren. Voor meer informatie, zie website www.kno.nl. Bij oogproblemen kunnen de volgende verschijnselen voorkomen: roodheid van het slijmvlies, een onregelmatig slijmvlies (follikels of papillen genoemd), gezwollen oogleden en soms hoornvliesafwijkingen.

Klachten
Allergische reacties treden meestal gelijktijdig in beide ogen op. Tevens treden regelmatig elders in het lichaam overgevoeligheidsreacties op, zoals in de neus en de luchtwegen. De allergische reacties kunnen zich voordoen:
- op de oogleden: allergische ooglidontsteking (blefaritis)
- in het bindvlies van het oog: allergische bindvliesontsteking (conjunctivitis)
- in de neus en luchtwegen: allergische rhinitis 

Afhankelijk van het allergeen kunnen zich klachten voordoen van de ogen of luchtwegen.
De neus- en keelklachten zijn o.a. jeuk, niezen, verstopte neus of loopneus, droge of branderige keel, hoesten.
De oogklachten kunnen bestaan uit sterke, plotselinge zwelling van de oogleden en uitzetten van de bloedvaten van het slijmvlies (roodheid), jeuk of zanderig gevoel. Er kan een waterige afscheiding zijn, die helder van kleur is en soms slierten bevat. De aandoening is meestal tweezijdig.

Allergenen en indeling
Men kan allergisch zijn voor tal van stoffen (allergenen) en het is soms moeilijk te achterhalen wat de juiste oorzaak is. Mogelijke allergenen zijn:

1) stuifmeel of pollen
Dit is de meest voorkomende vorm van allergie. Dit wordt "hooikoorts" genoemd. Er bestaat een gevoeligheid voor bepaalde soorten stuifmeel van grassen, planten of bomen. De klachten treden op wanneer deze planten in bloei staan. Bomen bloeien eerder (februari-maart) dan grassen (mei-juni). Het veroorzaakt een seizoensgebonden allergische conjunctivitis.

2) huisstofmijt, schimmels, huidschilfers van dieren
De huisstofmijt is een net niet voor het blote oog zichtbaar spinnetje dat in alle huizen voorkomt (minder dan een halve millimeter groot). Het beestje leeft vooral in huisstof, in een warme en vochtige omgeving waar veel huidschilfers zijn, bijv. in matrassen, kussens en vloerbedekking. Huisstofmijten komen het gehele jaar voor, met een piek in de herfstperiode. Het veroorzaakt een niet-seizoensgebonden (perennial) allergische conjunctivitis.

3) medicijnen (bijv. atropine, verschillende antibiotica)
Allergie kan ook veroorzaakt worden door oogdruppels of oogzalf. Vaak ligt de oorzaak bij het  conserveringsmiddel (ontsmettingsmiddel), dat aan deze producten is toegevoegd. Deze conserveringsmiddelen zijn toegevoegd om de houdbaarheid van het geneesmiddel te verlengen (meestal 1 maand).

4) contactlenzen
Een bewaarvloeistof voor contactlenzen bevat onder andere conserveringmiddelen, hiervoor kunnen sommige ogen allergisch zijn. hobbelig slijmvlies onder het bovenooglidDan ontstaan klachten van branderigheid en lichtgevoeligheid, vaak in combinatie met roodheid van het oogwit. Zo'n allergische reactie kan opeens optreden. U kunt jarenlang dezelfde vloeistof gebruiken en plotseling klachten krijgen. Door over te schakelen op vloeistof zonder conserveringsmiddel is het probleem vaak opgelost.

Er wordt ook gedacht dat de contactlens zelf een slijmvliesontsteking kan veroorzaken. Of dit een mechanische (schurende) oorzaak heeft en/of een afweerreactie is, is nog niet geheel duidelijk. Het wordt m.n. waargenomen bij extended-wear zachte lenzen. De klachten kunnen bestaan uit roodheid, jeuk, slijmafscheiding, onregelmatig slijmvlies of hoornvlies afwijkingen. 

Bij een ernstige vorm spreekt men van een giant papillary conjunctivitis (voor meer informatie, zie hierna).

5) contrastvloeistof, cosmetica of haarverzorgingsmiddelen. 
Cosmetica, haarverzorgingsmiddelen, contrastvloeistof en brilmonturen geven soms een allergische reactie.

Behandeling (algemeen)
a) preventie

Het contact met het betreffende allergeen moet zo veel mogelijk worden weggenomen of vermeden. Dit is niet altijd eenvoudig. U kunt niets doen om hooikoorts te genezen. Wel kunt u proberen contact met stuifmeel zoveel mogelijk te vermijden. Op zonnige en winderige dagen zit er meer stuifmeel in de lucht. Vlak na een regenbui is de concentratie stuifmeel het laagst. Dat is een goed moment om te sporten, fietsen, wandelen etc. Voor de huisstofmijt geldt dat in huis met name de slaapkamer moet worden gesaneerd (zie www.kno.nl voor verdere adviezen).

b) medicijnen
Medicijnen tegen allergie worden verdeeld in beschermende (preventieve) middelen, die continu gebruikt moeten worden en genezende (therapeutische) medicijnen die gebruikt worden als er reeds klachten van allergie zijn. De preventieve middelen zorgen ervoor dat de ontstekingsstof (histamine) niet uit de mestcellen ontsnapt. Dit zijn de zogenaamde 'mestcel-stabilisators' (bijv. cromoglicinezuur [allergocrom, opticrom, vividrin]). Deze medicijnen zijn zinvol als de allergische stof nog niet het oog heeft bereikt, bijvoorbeeld bij een langdurige niet-seizoensgebonden allergie. Bij een acute seizoensgebonden allergische conjunctivitis daarentegen zijn er al klachten aanwezig. In dat geval, bij een sterke overgevoeligheid, kan een 'antihistaminicum' worden voorgeschreven. Dit middel remt de histamine en remt daarmee de in gang gezette allergische reactie. Deze druppels zijn te krijgen in tabletvorm, neusdruppels (of spray), of oogdruppels (bijv. livocab, tilavist, emadine). Ook is er een oogdruppel die beide werkingen heeft, zowel preventief als therapeutisch (opatanol). 
Kunsttranen kunnen worden gebruikt om de allergenen en andere ontstekingsproducten te verdunnen en uit het oog te  spoelen.
De zwelling kan worden behandeld met decongestiva (druppels voor het ontzwellen van weefsels) en koude compressen om de jeuk te verminderen. Soms worden, bij uitzondering, corticosteroïden (prednisondruppels) gebruikt. Het behandelen van allergische conjunctivitis is niet altijd eenvoudig, omdat het veroorzakende allergeen niet altijd te achterhalen is. Er kan dan een chronisch beeld ontstaan.
Voor de behandeling van neusklachten d.m.v. hyposensibilisatie (een prikkuur met allergeen) of sublinguale immunotherapie (allergeen in druppelvorm onder de tong), moet u contact opnemen met de huisarts.

c) druppels zonder conserveringsmiddelen
Indien men een allergie voor conserveringsmiddelen vermoedt, kan men oogdruppels geven zonder conserveringsmiddel. Deze druppels worden in een kleine verpakking geleverd en mogen slechts éénmalig worden gebruikt. De naam van de druppel zonder conserveermiddel eindigt meestal op "minims, unit dose, EDO".

Indeling specifieke vormen en behandelingen
Hierna volgt een indeling van de allergische conjunctivitis met bijbehorende klachten en behandelingen.

1)  Acute allergische rhinoconjunctitivis

Dit is de meest voorkomende vorm van een oog- en neusallergie waar ongeveer 20% van de bevolking last van heeft. Het betreft een overgevoeligheidsreactie op een allergeen uit de omgeving. De klachten bestaan uit: tijdelijke acute aanvallen van roodheid, waterige afscheiding, jeuk, niezen en neusafscheiding, ooglidzwelling, gezwollen slijmvlies en milde zwellinkjes in het slijmvlies (papillae).
  
kleine papillae: zwellinkjes van het slijmvlies (binnenzijde van het bovenooglid)

De behandeling bestaat uit mestcelstabilisatoren, anti-histaminica of een combinatiepreparaat. Er zijn 2 klinische syndromen beschreven, die gebaseerd zijn op seizoensfactoren (verergering) en het allergeen zelf:

2) Vernale keratoconjunctivitis (VKC), vernalis (vernal = lentetijd)

Algemeen
Dit is een terugkerende (recidiverende), dubbelzijdige oogontsteking die met name optreedt bij kinderen en jong volwassenen. Met name jongetjes zijn aangedaan. De aandoening presenteert zich vaak onder het 10e levensjaar (gemiddeld 7 jaar) en verdwijnt meestal in de loop der tijd (onder de 20-30 jaar). VKC komt vaker voor in warme gebieden (rond de evenaar) dan in gematigde gebieden. In de gematigde luchtstreken heeft ongeveer 75% ook andere 'allergische aandoeningen' (atopie genoemd), bijv. astma of eczeem.
Ongeveer 2/3 van de patiënten heeft zelf of familieleden die lijden aan atopie. Het is vaak seizoensgebonden, met een piek in de lente-en zomerperiode (vernal = lentetijd). Soms zijn milde klachten het gehele jaar aanwezig. Patiënten met VKC hebben een verhoogd risico op een bepaalde hoornvliesafwijking (keratoconus genoemd).
De klachten en oogverschijnselen kunnen varieren in ernst en zelf dagelijks fluctueren bij een individuele patiënt. De intervalperiode tussen het begin van de acute klachten en het moment zonder klachten (de duur van de klachten) varieert tussen patiënten.

Leeftijd en spontaan beloop
De aandoening treft mn de jonge kinderen (voor de puberteit) en gaat meestal weer spontaan over na de puberteit. In enkele gevallen blijft het nog op volwassen leeftijd aanwezig of actief.
De prognose is i.h.a. slechter als de aandoening vaker terugkeert, op een jonge leeftijd ontstaat (<3-4 jr) en het beeld ernstiger is bij aanvang.

Klachten
De klachten kunnen bestaan uit: jeuk, tranen, lichtschuwheid (fotofobie), branderigheid, knijpende oogleden (blefarospasme), minder zien en afscheiding van dik slijm. De ontsteking bevindt zich met name in het slijmvlies aan de binnenzijde van de oogleden maar ook andere onderdelen van het oog kunnen soms aangedaan zijn bij ernstigere vormen. Bij lichtshuwheid is vaak het hoornvlies betrokken bij de aandoening.

Oogheelkundig onderzoek
Kenmerkend zijn oa de roodheid van het slijmvlies (conjunctivale hyperemie), slijmvlieszwelling (chemosis), afscheiding (secretie van slijm), een hobbelig slijmvlies (papillae, zie hierna), verlittekening (subconjunctivale fibrosis) en een hoornvlieszweer (ulcus).
Het slijmvlies (conjunctiva) bevat ontstekingscellen (infiltraat) zoals eosinofielen, lymfocyen, plasmacellen en monocyten. De VKC kan de volgende uitingsvormen hebben:

Behandeling
De behandeling (zie boven bij algemene therapie) bestaat uit anti-allergische middelen en soms corticosteroiden:

Gradering (stadia)
Een duidelijke indeling is niet aanwezig. Onderstaande indeling is afkomstig van Sacchetti (Ophth 2010) en geeft een indruk van de manifestatie van de aandoening met de bijpassende behandeling:

De behandeling is afhankelijk van het stadium van het ziektebeeld. Dit kan per patiënt verschillend zijn, bijvoorbeeld graad 0 (geen behandeling), graad 1 (soms anti-allergica), graad 2 (dagelijks anti-allergica), graad 3 (dagelijks anti-allergica + lage dosis pulsed steroiddruppels) en graad 4 (dagelijks anti-allergica + hoge dosis pulsed steroiddruppels [dagelijks 4-6 druppels voor 3 dg en hierna afbouwfase).

Overige data
Om een indruk te geven, zijn enkele data genomen uit een studie (Sacchetti 2010, 110 patienten): geslacht (man:vrouw = 22% : 78%), ernst (gradering veranderde gemiddeld 2x per jaar), opvlamming van de ziekte (aantal recidieven lag tussen 0 - 3.5 per jaar met gemiddelde van 0.4 per jaar), hoornvlieszweer (ulcus trad bij 14% van de patiënten op), herstel (bij 30% trad volledig herstel op na gemiddeld 10 jr).

3) Atopische keratoconjunctivitis

Dit is een zeldzame, tweezijdige en symmetrische ontsteking die zich m.n. voordoet bij jong volwassenen (m.n. bij mannen) na een langdurige voorgeschiedenis van een ernstige overgevoeligdheid van de huid (atopische dermatitis). Ongeveer 5% heeft in het verleden een vernale keratoconjunctivitis (zie 2) doorgemaakt. De aandoening is vaak chronisch en kan vervelende oogafwijkingen geven, zoals: jeuk, tranen, lichtschuwheid (fotofobie), branderigheid, knijpende oogleden (blefarospasme), minder zien, afscheiding van dik slijm, ooglidafwijkingen (rood, verdikt, chronische ooglidontsteking), slijmvliesafwijkingen (zwellinkjes, littekenvorming) en hoornvliesafwijkingen (droge plekjes, erosies, bloedvatnieuwvorming en een verhoogd risico op een keratoconus). De behandeling is vergelijkbaar met die van de vernale keratoconjunctivitis.

4) Giant papillary conjunctivitis (GPC)

Het slijmvlies heeft een hobbelig oppervlak (papillae) onder het bovenooglid. Bij de ernstigere vormen ziet men een soort cobble stones op het slijmvlies. Deze lijken op grote platte keien, hetgeen een giant papillaire conjunctivitis (GPC) wordt genoemd. GPC is een ontsteking van het bindvlies of slijmvlies (conjunctiva genoemd), in de meeste gevallen van het bovenooglid. In sommige gevallen ontstaan droge plekjes op het hoornvlies (punctata) en in ernstigere gevallen ook hoornvliesinfiltraten (ontstekingsplekken aan de randen van het hoornvlies) en bloedvatnieuwvorming op het hoornvlies.
De klachten bestaan uit: een zandkorrelgevoel, roodheid van het slijmvlies, jeuk en het moeilijk kunnen verdragen van contactlenzen.
De GPC wordt met name beschreven bij zachte contactlensdragers, maar er kunnen ook andere oorzaken zijn. Het kan onstaan doordat iets schuurt tegen het slijmvlies aan de binnenzijde van het bovenooglid. Mechanisch schuren komt voor bij bijv. prothesedragers, uitstekende hechtingen en bij bepaalde slijmvlieszwellingen (bijv. een blaasje na een glaucoomoperatie).
De behandeling bestaat uit het verwijderen van de stimulus (contactlenzen, hechtingen, prothese), het goed schoonmaken van de contactlenzen (hygiëne, eventueel wegwerp-lenzen of helemaal stoppen met lenzen dragen) en van de prothese (polijsten en reinigen) en eventueel oogdruppels (mestcel-stabilisators of corticosteroiden).
Voor meer informatie over GPC → zie folder complicaties bij contactlensdragers.

5) Toxische conjunctivitis

Sommige oogdruppels geven aanleiding tot een toxische reactie van het slijmvlies (chemische beschadiging door druppels). Er zijn globaal 2 vormen van een conjunctivitis:



Deze folder is afkomstig van www.oogartsen.nl  (Deventer ziekenhuis); een samenwerkingsverband tussen het Deventer ziekenhuis (Deventer), CWZ (Nijmegen), Catharina ziekenhuis (Eindhoven), Elisabeth ziekenhuis (Tilburg) en Maxima Med. Centrum (Veldhoven), copyright.
Voor de aandachtsgebieden van oogartsen, zie aandachtsgebieden (subspecialisaties).

Update: 22 juli 2010


print deze pagina
 
ga naar boven