Allergie (incl. slijmvlies ontsteking)
Inhoudsopgave- Het slijmvlies (conjunctiva) van het oog
- Wat is een slijmvliesontsteking of conjunctivitis?
- Wat is allergie?
- Onderzoek en klachten
- Allergenen en indeling (o.a pollen, huisstof, oogdruppels, contactlens-allergie)
- Behandeling (algemeen)
- Indeling specifieke vormen en behandelingen
- acute allergische rhinoconjunctivitis (hooikoorts, huisstofmijt, pollen)
- vernale keratoconjuncitivitis (vernalis)
- atopische conjunctivitis
- giant papillaire conjunctivitis
- toxische conjunctivitis
Het slijmvlies (conjunctiva) van het oog
Bij een allergie is met name het bindvlies of slijmvlies (conjunctiva) van het oog aangedaan. De conjunctiva is de slijmvliesbekleding van de binnenzijde van de oogleden en van de buitenzijde van de oogbol (bulbus oculi). De conjunctiva op de oogbol ligt op het witte deel van het oog (de harde oogrok) en wordt "conjunctiva bulbi" genoemd. De conjunctiva aan de binnenzijde van de oogleden is rood vanwege de vele bloedvaten en wordt "conjunctiva palpebralis" genoemd. De ruimte tussen de bovenste en onderste oogleden en de oogbol heet de "conjunctivaalzak (fornix)". In de linker tekening is de conjunctiva in het wit aangeven.

cp = conjunctiva palpebralis
cb = conjunctiva bulbi
fornix = omslagplooi
In onderstaande tekeningen worden het oog en de oogleden in detail weergegeven:
→ detail → 
h= hoornvlies (cornea)
i= iris (regenboogvlies)
f= fornix
T= tarsus (de bindweefselplaat van het ooglid)
*= conjunctiva palpebralis
witte pijl= conjunctiva bulbi
Wat is een slijmvliesontsteking of conjunctivitis?
Conjunctivitis is de medische term voor een ontstoken slijmvlies van het oog. Het is de meest voorkomende oorzaak van een rood oog. Een conjunctivitis kan meerdere oorzaken hebben. De meest voorkomende oorzaak is een virus of een bacterie. Ook allergie kan een conjunctivitis veroorzaken.
Indeling conjunctivitis:
* bacteriële, virale infecties en algemene folder over conjunctivitis → zie folder conjunctivitis.
* allergische vormen van conjunctivitis → zie deze folder
Wat is allergie
Allergie is een overgevoeligheidsreactie van het afweersysteem van het lichaam op bepaalde onschadelijke stoffen, zoals pollen, huismijt ed. Deze stoffen, die altijd een soort eiwit bevatten, worden allergenen genoemd. Allergie is dus een niet-infectieuze ontsteking, d.w.z. het wordt niet door een virus of bacterie veroorzaakt.
Afweerreactie
Elk mens vormt in het lichaam antistoffen tegen lichaamsvreemde stoffen, zoals stuifmeel, bacteriën etc. De antistoffen functioneren als een soort politieagent van het lichaam. Zij zorgen ervoor dat deze lichaamsvreemde stoffen (allergenen) uit het lichaam verdwijnen. Als een allergeen (bijv. stuifmeelkorrels van gras) in aanraking komt met de ogen, neus, mond, keel of luchtpijp, raken de slijmvliezen geprikkeld. Het afweersysteem van de neus of ogen reageert dan abnormaal op het allergeen waarvoor men gevoelig is.
Het allergeen bindt zich aan antistoffen die aan bepaalde cellen in het slijmvlies gebonden zijn. Deze cellen heten mestcellen. De binding van het allergeen aan deze antistoffen stimuleert de mestcel waardoor bepaalde stoffen vrijkomen, zoals histamine. Deze stoffen, mediatoren genoemd, verwijden kleine bloedvaatjes in het slijmvlies en veroorzaken een slijmvliesontsteking waardoor klachten ontstaan. Er ontstaat dus een 'overdreven' afweerreactie waardoor de slijmvliezen zwellen en meer slijm produceren. Er zijn verschillende soorten afweerreacties mogelijk.
Onderzoek en klachten
Onderzoeken
Bij iemand met bijv. hooikoorts reageert het lichaam erg heftig zodra de slijmvliezen van neus of ogen met het stuifmeel in aanraking komen. Als u wilt weten of u allergisch bent voor boom- gras- of kruidpollen (de echte hooikoorts), of voor schimmels, huisstofmijt, katten- of hondenharen, dan heeft uw huisarts mogelijkheden om de oorzaak van uw allergie op te sporen. Bij specifieke oogproblemen, kan de betrokkene ook zelf proberen uit te vinden op welk middel de oogleden zo overgevoelig reageren. Voor meer informatie, zie website www.kno.nl. Bij oogproblemen kunnen de volgende verschijnselen voorkomen: roodheid van het slijmvlies, een onregelmatig slijmvlies (follikels of papillen genoemd), gezwollen oogleden en soms hoornvliesafwijkingen.
Klachten
Allergische reacties treden meestal gelijktijdig in beide ogen op. Tevens treden regelmatig elders in het lichaam overgevoeligheidsreacties op, zoals in de neus en de luchtwegen. De allergische reacties kunnen zich voordoen:
- op de oogleden: allergische ooglidontsteking (blefaritis)
- in het bindvlies van het oog: allergische bindvliesontsteking (conjunctivitis)
- in de neus en luchtwegen: allergische rhinitis
Afhankelijk van het allergeen kunnen zich klachten voordoen van de ogen of luchtwegen.
De neus- en keelklachten zijn o.a. jeuk, niezen, verstopte neus of loopneus, droge of branderige keel, hoesten.
De oogklachten kunnen bestaan uit sterke, plotselinge zwelling van de oogleden en uitzetten van de bloedvaten van het slijmvlies (roodheid), jeuk of zanderig gevoel. Er kan een waterige afscheiding zijn, die helder van kleur is en soms slierten bevat. De aandoening is meestal tweezijdig.
Allergenen en indeling
Men kan allergisch zijn voor tal van stoffen (allergenen) en het is soms moeilijk te achterhalen wat de juiste oorzaak is. Mogelijke allergenen zijn:
1) stuifmeel of pollen
Dit is de meest voorkomende vorm van allergie. Dit wordt "hooikoorts" genoemd. Er bestaat een gevoeligheid voor bepaalde soorten stuifmeel van grassen, planten of bomen. De klachten treden op wanneer deze planten in bloei staan. Bomen bloeien eerder (februari-maart) dan grassen (mei-juni). Het veroorzaakt een seizoensgebonden allergische conjunctivitis.
2) huisstofmijt, schimmels, huidschilfers van dieren
De huisstofmijt is een net niet voor het blote oog zichtbaar spinnetje dat in alle huizen voorkomt (minder dan een halve millimeter groot). Het beestje leeft vooral in huisstof, in een warme en vochtige omgeving waar veel huidschilfers zijn, bijv. in matrassen, kussens en vloerbedekking. Huisstofmijten komen het gehele jaar voor, met een piek in de herfstperiode. Het veroorzaakt een niet-seizoensgebonden (perennial) allergische conjunctivitis.
3) medicijnen (bijv. atropine, verschillende antibiotica)
Allergie kan ook veroorzaakt worden door oogdruppels of oogzalf. Vaak ligt de oorzaak bij het conserveringsmiddel (ontsmettingsmiddel), dat aan deze producten is toegevoegd. Deze conserveringsmiddelen zijn toegevoegd om de houdbaarheid van het geneesmiddel te verlengen (meestal 1 maand).
4) contactlenzen
Een bewaarvloeistof voor contactlenzen bevat onder andere conserveringmiddelen, hiervoor kunnen sommige ogen allergisch zijn.
Dan ontstaan klachten van branderigheid en lichtgevoeligheid, vaak in combinatie met roodheid van het oogwit. Zo'n allergische reactie kan opeens optreden. U kunt jarenlang dezelfde vloeistof gebruiken en plotseling klachten krijgen. Door over te schakelen op vloeistof zonder conserveringsmiddel is het probleem vaak opgelost.
Er wordt ook gedacht dat de contactlens zelf een slijmvliesontsteking kan veroorzaken. Of dit een mechanische (schurende) oorzaak heeft en/of een afweerreactie is, is nog niet geheel duidelijk. Het wordt m.n. waargenomen bij extended-wear zachte lenzen. De klachten kunnen bestaan uit roodheid, jeuk, slijmafscheiding, onregelmatig slijmvlies of hoornvlies afwijkingen.
Bij een ernstige vorm spreekt men van een giant papillary conjunctivitis (voor meer informatie, zie hierna).
5) contrastvloeistof, cosmetica of haarverzorgingsmiddelen.
Cosmetica, haarverzorgingsmiddelen, contrastvloeistof en brilmonturen geven soms een allergische reactie.
Behandeling (algemeen)
a) preventie
Het contact met het betreffende allergeen moet zo veel mogelijk worden weggenomen of vermeden. Dit is niet altijd eenvoudig. U kunt niets doen om hooikoorts te genezen. Wel kunt u proberen contact met stuifmeel zoveel mogelijk te vermijden. Op zonnige en winderige dagen zit er meer stuifmeel in de lucht. Vlak na een regenbui is de concentratie stuifmeel het laagst. Dat is een goed moment om te sporten, fietsen, wandelen etc. Voor de huisstofmijt geldt dat in huis met name de slaapkamer moet worden gesaneerd (zie www.kno.nl voor verdere adviezen).
b) medicijnen
Medicijnen tegen allergie worden verdeeld in beschermende (preventieve) middelen, die continu gebruikt moeten worden en genezende (therapeutische) medicijnen die gebruikt worden als er reeds klachten van allergie zijn. De preventieve middelen zorgen ervoor dat de ontstekingsstof (histamine) niet uit de mestcellen ontsnapt. Dit zijn de zogenaamde 'mestcel-stabilisators' (bijv. cromoglicinezuur [allergocrom, opticrom, vividrin]). Deze medicijnen zijn zinvol als de allergische stof nog niet het oog heeft bereikt, bijvoorbeeld bij een langdurige niet-seizoensgebonden allergie. Bij een acute seizoensgebonden allergische conjunctivitis daarentegen zijn er al klachten aanwezig. In dat geval, bij een sterke overgevoeligheid, kan een 'antihistaminicum' worden voorgeschreven. Dit middel remt de histamine en remt daarmee de in gang gezette allergische reactie. Deze druppels zijn te krijgen in tabletvorm, neusdruppels (of spray), of oogdruppels (bijv. livocab, tilavist, emadine). Ook is er een oogdruppel die beide werkingen heeft, zowel preventief als therapeutisch (opatanol).
Kunsttranen kunnen worden gebruikt om de allergenen en andere ontstekingsproducten te verdunnen en uit het oog te spoelen.
De zwelling kan worden behandeld met decongestiva (druppels voor het ontzwellen van weefsels) en koude compressen om de jeuk te verminderen. Soms worden, bij uitzondering, corticosteroïden (prednisondruppels) gebruikt. Het behandelen van allergische conjunctivitis is niet altijd eenvoudig, omdat het veroorzakende allergeen niet altijd te achterhalen is. Er kan dan een chronisch beeld ontstaan.
Voor de behandeling van neusklachten d.m.v. hyposensibilisatie (een prikkuur met allergeen) of sublinguale immunotherapie (allergeen in druppelvorm onder de tong), moet u contact opnemen met de huisarts.
c) druppels zonder conserveringsmiddelen
Indien men een allergie voor conserveringsmiddelen vermoedt, kan men oogdruppels geven zonder conserveringsmiddel. Deze druppels worden in een kleine verpakking geleverd en mogen slechts éénmalig worden gebruikt. De naam van de druppel zonder conserveermiddel eindigt meestal op "minims, unit dose, EDO".
Indeling specifieke vormen en behandelingen
Hierna volgt een indeling van de allergische conjunctivitis met bijbehorende klachten en behandelingen.
1) Acute allergische rhinoconjunctitivis
Dit is de meest voorkomende vorm van een oog- en neusallergie waar ongeveer 20% van de bevolking last van heeft. Het betreft een overgevoeligheidsreactie op een allergeen uit de omgeving. De klachten bestaan uit: tijdelijke acute aanvallen van roodheid, waterige afscheiding, jeuk, niezen en neusafscheiding, ooglidzwelling, gezwollen slijmvlies en milde zwellinkjes in het slijmvlies (papillae). De behandeling bestaat uit mestcelstabilisatoren, anti-histaminica of een combinatiepreparaat. Er zijn 2 klinische syndromen beschreven, die gebaseerd zijn op seizoensfactoren (verergering) en het allergeen zelf:
- seizoensgebonden allergische conjunctivitis: deze aandoening (hooikoorts) komt het meest voor en geeft klachten (exacerbatie) tijdens de lente en zomer. De meest voorkomende allergenen zijn boom- en graspollen.
- perennial allergische conjunctivitis (perennial = 'het hele jaar durend'): deze aandoening veroorzaakt klachten gedurende het gehele jaar met verergering (exacerbatie) in de herfst omdat in deze periode blootstelling aan huisstofmijt, huidschilfers van dieren en schimmelallergenen het grootst is. Het komt minder vaak voor en is ook milder dan de seizoensgebonden vorm.
2) Vernale keratoconjunctivitis (VKC), vernalis (vernal = lentetijd)
Dit is een terugkerende, dubbelzijdige oogontsteking die met name optreedt bij kinderen en jong volwassenen. Met name jongetjes zijn aangedaan. De aandoening presenteert zich vaak onder het 10e levensjaar (gemiddeld 7 jaar) en verdwijnt meestal in de loop der tijd (onder de 20-30 jaar). VKC komt vaker voor in warme (rond de evenaar) dan in gematigde gebieden. In de gematigde luchtstreken heeft ongeveer 75% ook andere 'allergische aandoeningen' (atopie genoemd), bijv. astma of eczeem. Ongeveer 2/3 van de patiënten heeft familieleden die lijden aan atopie. Het is vaak seizoensgebonden, met een piek in de lente-en zomerperiode. Soms zijn milde klachten het gehele jaar aanwezig. Patiënten met VKC hebben een verhoogd risico op een bepaalde hoornvliesafwijking, keratoconus genoemd (zie folder keratoconus).
De klachten kunnen bestaan uit jeuk, tranen, lichtschuwheid (fotofobie), branderigheid, knijpende oogleden (blefarospasme), minder zien en afscheiding van dik slijm. De ontsteking bevindt zich met name in het slijmvlies aan de binnenzijde van de oogleden maar ook andere onderdelen van het oog kunnen soms aangedaan zijn bij ernstigere vormen. De VKC kan de volgende uitingsvormen hebben:
- oogleden: de bovenoogleden zijn veel vaker aangedaan dan de onderoogleden. Er zijn zwellinkjes zichtbaar in het slijmvlies (papillae) aan de achterzijde van het bovenooglid en er is slijmvorming:
- limbale vorm: de limbus is het overgangsgebied van het slijmvlies (het witte deel van het oog) naar het hoornvlies (het doorzichtige deel met daarachter het gekleurde regenboogvlies). Op de limbus kunnen ook zwellinkjes aanwezig zijn (papillae), eventueel gepaard gaande met kleine witte stippen (Trantas dots).
- hoornvlies: naast de slijmvliesontsteking (conjunctivitis) is soms ook het hoornvlies aangedaan (hoornvliesontsteking). De afwijkingen kunnen bestaat uit droge plekjes (punctata, erosies), zweervorming (shield ulcus), een witte lijn bij vaak terugkerende ontstekingen (pseudogerontoxon) of groei van bloedvaatjes m.n. aan de bovenzijde van het hoornvlies (oppervlakkige vascularisatie).
De behandeling (zie boven bij algemene therapie) bestaat uit: mestcel-stabilisators (vaak onvoldoende effectief als enige behandeling, maar het vermindert het gebruik van de corticosteroïden), antihistaminica, corticosteroïden (bij ernstigere gevallen) of cyclosporine (zeer zelden nodig). In zeer ernstige gevallen moeten soms medicijnen in tabletvorm worden gegeven.
3) Atopische keratoconjunctivitis
Dit is een zeldzame, tweezijdige en symmetrische ontsteking die zich m.n. voordoet bij jong volwassenen (m.n. bij mannen) na een langdurige voorgeschiedenis van een ernstige overgevoeligdheid van de huid (atopische dermatitis). Ongeveer 5% heeft in het verleden een vernale keratoconjunctivitis (zie 2) doorgemaakt. De aandoening is vaak chronisch en kan vervelende oogafwijkingen geven, zoals: jeuk, tranen, lichtschuwheid (fotofobie), branderigheid, knijpende oogleden (blefarospasme), minder zien, afscheiding van dik slijm, ooglidafwijkingen (rood, verdikt, chronische ooglidontsteking), slijmvliesafwijkingen (zwellinkjes, littekenvorming) en hoornvliesafwijkingen (droge plekjes, erosies, bloedvatnieuwvorming en een verhoogd risico op een keratoconus). De behandeling is vergelijkbaar met die van de vernale keratoconjunctivitis.
4) Giant papillary conjunctivitis (GPC)
Het slijmvlies heeft een hobbelig oppervlak (papillae) onder het bovenooglid. Bij de ernstigere vormen ziet men een soort cobble stones op het slijmvlies. Deze lijken op grote platte keien, hetgeen een giant papillaire conjunctivitis (GPC) wordt genoemd. GPC is een ontsteking van het bindvlies of slijmvlies (conjunctiva genoemd), in de meeste gevallen van het bovenooglid. In sommige gevallen ontstaan droge plekjes op het hoornvlies (punctata) en in ernstigere gevallen ook hoornvliesinfiltraten (ontstekingsplekken aan de randen van het hoornvlies) en bloedvatnieuwvorming op het hoornvlies.
De klachten bestaan uit: een zandkorrelgevoel, roodheid van het slijmvlies, jeuk en het moeilijk kunnen verdragen van contactlenzen.
De GPC wordt met name beschreven bij zachte contactlensdragers, maar er kunnen ook andere oorzaken zijn. Het kan onstaan doordat iets schuurt tegen het slijmvlies aan de binnenzijde van het bovenooglid. Mechanisch schuren komt voor bij bijv. prothesedragers, uitstekende hechtingen en bij bepaalde slijmvlieszwellingen (bijv. een blaasje na een glaucoomoperatie).
De behandeling bestaat uit het verwijderen van de stimulus (contactlenzen, hechtingen, prothese), het goed schoonmaken van de contactlenzen (hygiëne, eventueel wegwerp-lenzen of helemaal stoppen met lenzen dragen) en van de prothese (polijsten en reinigen) en eventueel oogdruppels (mestcel-stabilisators of corticosteroiden).
Voor meer informatie over GPC → zie folder complicaties bij contactlensdragers.
5) Toxische conjunctivitis
Sommige oogdruppels geven aanleiding tot een toxische reactie van het slijmvlies (chemische beschadiging door druppels). Er zijn globaal 2 vormen van een conjunctivitis:
- allergische reactie: vrij snel (binnen enkele minuten) na het indruppelen van oogdruppels ontstaat er jeuk, zwelling en roodheid van het ooglid en slijmvlies. De oogdruppels zijn vaak antibioticadruppels. Deze allergische reactie komt zelden voor.
Het is ook mogelijk dat er pas 1-3 dagen na het druppelen een reactie ontstaat, een "contact-blefaroconjunctivitis" genoemd. De klachten kunnen dan bestaan uit een roodheid, eczeem en schilfering van de oogleden en uiteindelijk een ooglid/slijmvliesontsteking (verlittekening huid, jeuk, slijmvormige afscheiding, oppervlakkige droge plekjes op het hoornvlies). Deze reactie ontstaat vaak bij de volgende oogdruppels: atropine, homatropine, antibiotica, thiomersal (conserveermiddel). - toxische reactie: deze vorm van conjunctivitis of keratitis (hoornvliesontsteking) kan ontstaan als bijwerking van een oogdruppel (conjunctivitis medicamentosa genoemd). Deze reactie treedt meestal pas weken tot maanden na aanvang van het gebruik van de oogdruppel op. De afwijkingen kunnen bestaan uit een roodheid van het slijmvlies, een slijm/pus-afscheiding, slijmvliesveranderingen (zwellinkjes of follikels of papillae) of hoornvliesafwijkingen (oppervlakkige droge plekjes). De reactie kan ontstaan bij het gebruik van de volgende oogdruppels: antibiotica, antivirale middelen of oogdruppels die het conserveermiddel 'benzalkonium chloride en thimerosal' bevatten. Uiteindelijk kan het een chronische ontsteking veroorzaken. De behandeling bestaat uit het staken van de druppels (in overleg met oogarts) en/of het gebruik maken van oogdruppels zonder conserveermiddelen.
Deze folder is afkomstig van www.oogartsen.nl (Deventer ziekenhuis); een samenwerkingsverband tussen het Deventer ziekenhuis (Deventer), CWZ (Nijmegen), Catharina ziekenhuis (Eindhoven), Elisabeth ziekenhuis (Tilburg) en Maxima Med. Centrum (Veldhoven), copyright.
Voor de aandachtsgebieden van oogartsen, zie folder subspecialisaties.
Update: 27 januari 2010



