DZ/CWZ/CZE/EZ/MMC

Slijmvlies: plooien (conjunctivochalasis), kalkneerslagen, witte kalkspatjes

Inhoudsopgave:

Hoornvlies / Slijmvlies

a) een troebel hoornvlies: wat zijn degeneraties en dystrofieën?

Degeneratie van weefsel is een fysiologische decompensatie van weefselbestanddelen en een achteruitgang van weefselfuncties. Vaak zijn het fysiologische veranderingen die geassocieerd zijn met leeftijd (ouderdom). De degeneraties worden gekenmerkt door perifere hoornvliestroebelingen (gelegen aan de randen) die asymmetrisch kunnen voorkomen (verschil tussen linker en rechter oog) en zich later in het leven presenteren (geassocieerd met de leeftijd) en waarbij de progressie (verslechtering) langzaam of snel kan zijn.

Dystrofie wordt meestal gebruikt om een een dubbelzijdige, symmetrische, erfelijke aandoening van cellen, weefsels of organen te beschrijven (in het grieks betekent "dys"' verkeerd of fout en "trofie" voeding).
De informatie over degeneraties en dystrofieën staat in 2 folders beschreven:

  1. Degeneraties van het hoornvlies/slijmvlies 
    • arcus senilis, bandkeratopathie
    • conjunctivochalasis, crocodile shagreen  → zie deze folder
    • concrementen (kalkspatjes of kalk-korreltjes)  → zie deze folder
    • pingueculum, pterygium
  2. Dystrofieën van het hoornvlies → zie folder cornea dystrofieën
    • epithelial basement membrane dystrophy (map-dot-fingerprint dystrofie), epitheliale recidiverende erosies (beschadigingen)
    • Reis-Bücklers dystrofie
    • granulaire dystrofie, lattice dystrofie, maculaire dystrofie, central cloudy dystrophy of Francois
    • Fuchse endotheliale cornea dystrophie

b) bouw van het hoornvlies
Elders op de website worden diverse oogziekten van het hoornvlies (cornea) en het slijmvlies (conjunctiva) besproken. In deze folder worden met name de meest voorkomende “degeneraties” besproken. Degeneratie betekent achteruitgang en verlies van bepaalde eigenschappen.
Alvorens deze aandoeningen te bespreken, is de bouw van het oog van belang:
  

Het hoornvlies, de cornea genoemd, is het heldere voorste deel van het oog, waardoor het licht het oog binnenkomt. doorsnede hoornvlies (cornea)

Het is een voortzetting van het witte deel van het oog (de harde oogrok of sclera genoemd). De sclera omvat de hele oogbol. Achter het hoornvlies is het gekleurde deel van het oog te zien, het regenboogvlies (iris). Het bindvlies (conjunctiva) is een laagje slijmvlies dat het witte deel van het oog en de binnenzijde van de oogleden bekleedt.

De cornea en de conjunctiva
Het hoornvlies heeft een dikte van ongeveer een 0,5 mm en is opgebouwd uit 5 lagen: het epitheel (de buitenbekleding), de Bowmanse membraan, het stroma (het middelste deel), de Descemet membraan en het endotheel (binnenste laagje).

 

Indeling degeneraties
De belangrijkste degeneraties van het hoornvlies (cornea) en het slijmvlies (conjunctiva) worden in folders elders beschreven en kunnen als volgt worden ingedeeld.


Conjunctivo-chalasis (plooitjes, overtollig slijmvlies of conjunctiva)
De conjunctiva is de slijmvlies- of bindvliesbekleding van 
a) de binnenzijde van de oogleden (cp = conjunctiva palpebralis) en 
b) de buitenzijde van de oogbol (cb = conjunctiva bulbi).

De ruimte tussen de bovenste en onderste oogleden en de oogbol heet de "conjunctivaalzak (fornix)". Deze fornix is de omslagplooi. Er is een bovenste omslagplooi (fornix superior) en een onderste omslagplooi (fornix inferior).
     
cb = conjunctiva bulbi
cp = conjunctiva palpebralis
fornix = omslagplooi (inferior: onderste plooi)

De conjunctiva aan de binnenzijde van de oogleden is rood vanwege de vele bloedvaten en wordt "conjunctiva palpebralis" genoemd. De conjunctiva op de oogbol ligt op het witte deel van het oog (de harde oogrok) en wordt "conjunctiva bulbi" genoemd. Aan de binnenzijde van de oogleden vormt de conjunctiva een overgangsplooi, de "conjunctivaalzak (fornix)" genoemd. Dit is de overgang van de "conjunctiva palpebralis" en "conjunctiva bulbi".

In bepaalde omstandigheden kunnen één of meerdere slijmvliesplooitjes te zien zijn die rusten op het onderooglid. Dit wordt een conjunctivo-chalasis genoemd. Het woord "chalasis" betekent een relaxatie van weefsel (slapper wordend weefsel), het woord conjunctivochalasis betekent dan ook "een relaxatie van de conjunctiva". Er is sprake van overtollig weefsel, in dit geval slijmvlies, dat het oogoppervlak bedekt. Meestal ligt er een slijmvliesplooi op het onderooglid (op de overgang van het onderooglid en de oogbol). Vaak bevindt zich het aan de buitenzijde van het onderooglid. Het

  overtollig slijmvlies op de ooglidrand

Het worden ook wel lipcof plooitjes genoemd (lipcof = lid parallel conjunctival folds).
Tenon is een laagje taai weefsel tussen de harde oogrok (sclera) en het slijmvlies (conjunctiva). De limbus is het overgangsgebied van het hoornvlies naar het slijmvlies (ofwel de overgang van het gekleurde deel van het oog en het witte deel van het oog). Deze tenonse laag  ontbreekt bij een normaal oog rondom de limbus. De conjunctivo-chalasis ontstaat in het gebied waarbij het tenonse kapsel ontbreekt.

Klachten
De patiënt hoeft geen klachten te hebben (asymptomatisch). Er kunnen echter ook klachten bestaan zoals oogirritatie, pijn, een bloeding onder het slijmvlies (subconjunctivale bloeding), tranende ogen, droge ogen of zweervorming (ulceratie). Vaak ervaart de patiënt pijn bij oogbewegingen of bij het knipperen. Het slijmvlies verplaatst waardoor de patiënt dit voelt."

Oorzaak
Hoewel het onderliggende mechanisme dat leidt tot een conjunctivochalasis nog niet goed bekend is, lijken een leeftijdsgebonden veroudering (elastotische degeneratie met collagenolyse) van het slijmvlies en een chronische ontsteking een rol te spelen.

Associatie
Een conjunctivochalasis kan gepaard gaan met:

Risicofactoren
De risicofactoren voor het ontstaan van conjunctivo-chalasis zijn oa:

Behandeling
De behandeling is afhankelijk van de ernst van de klachten. Als er geen klachten zijn, kan men afwachten en eventueel controleren. Patiënten met klachten kunnen in aanmerking komen voor de volgende behandeling:

Kalkneerslagen
1) conjunctivale concrementen (kalkspatjes of kalk korreltjes)

In het slijmvlies (conjunctiva) van de oogleden kunnen wit-gele neerslagen of korreltjes voorkomen. Deze neerslagen zijn epitheliale inclusiecysten die gevuld zijn met epitheelcellen en keratine restanten. De korrels zijn zichtbaar aan de binnenzijde van het ooglid (conjunctiva palpebralis):

    kalk concrementen
cb = conjunctiva bulbi
cp = conjunctiva palpebralis
fornix = omslagplooi (inferior: onderste plooi)

Het komt mn voor bij ouderen of na een chronische conjunctivitis (ontsteking van het slijmvlies).
De meeste mensen hebben geen last van deze concrementen (asymptomatisch). Indien de concrementen echter door het epitheel heenbreken (het buitenste beschermende laagje van het slijmvlies), kan een zanderig gevoel ontstaan.

Behandeling
Bij klachten kunnen deze concrementen onder locale verdoving verwijderd worden.

2) Kalkneerslag in harde oogrok (sclera)
Er kan een donkere verkleuring aanwezig zijn onder het slijmvlies van de oogbol. Het is een plak van kalkmateriaal die aanwezig is in de harde oogrok. Meestal bevindt zich dit in de horizontale lijn, dus aan de neuszijde en/of aan de andere zijde (ooghoek).
Mensen hebben hier geen last van.

Deze plak voelt hard aan. Het is moeilijk om, bij een eventuele operatie of injectie, op die plaats in het oog te prikken.

Behandeling
Dit beeld is onschuldig en geeft geen klachten. Behandeling is niet nodig.



Deze folder is eigendom van www.oogartsen.nl, afkomstig van het Deventer ziekenhuis, CWZ (Nijmegen), Catharina ziekenhuis (Eindhoven), Elisabeth-TweeSteden ziekenhuis (Tilburg), HAGA ziekenhuis (Den Haag), Albert Schweitzer (Dordrecht), Rijnstate (Arnhem), Alrijne ziekenhuis (Leiderdorp, Leiden), Gelre ziekenhuizen (Apeldoorn, Zutphen);  copyright. Voor de aandachtsgebieden van oogartsen, zie aandachtsgebieden (subspecialisaties).

print deze pagina
 
ga naar boven