bijlage Hoornvlies / Slijmvlies
Inhoudsopgave:- bijlage episcleritis en scleritis
- episcleritis
- scleritis
- scleritis posterior
- acute corneale hydrops (plotselinge zwelling van het hoornvlies)
Episcleritis en scleritis
Dit is een bijlage van de hoofdfolder over episcleritis en scleritis.
Onderstaande gegevens zijn afkomstig van een grote studie [Ophthalmology 2012;43, 500 scleritis-patienten en 85 episcleritis patienten]:
Episcleritis
- de gemiddelde leeftijd was 40-50 jr (range 10-80 jr)
- de episcleritis kwam vaker voor bij vrouwen dan bij mannen
- de aandoening kwam bij 40% van de patienten beiderzijds voor
- de diffuse vorm komt vaker voor (70%) dan de nodulaire vorm (30%)
- oogheelkundige complicaties kwamen bij 19% van de patiënten voor (minder zien, inwendige oogontsteking [uveitis], een randontsteking van het hoornvlies, hoge oogdruk)
- vermindering van het gezichtsvermogen bij 2-3%
- inwendige oogontsteking: 16.5%
- hoge oogdruk: 3.5%
- geassocieerde ziekten (27%):
- bindweefselaandoeningen en lichamelijke vasculitis (ontstekingen van de bloedvaten), zoals reuma, de ziekte van Bechterew, gewrichtsontstekingen bij een darmontsteking of psoriasis (15.3%)
- infectieuze aandoeningen (virus, bacterie, Lyme ed) (5.9%)
- overige aandoeningen (bijv rosacea, atopie) (5.9%)
- de bovengenoemde aspecten verschillen nauwelijks tussen de diffuse en de nodulaire vorm
Scleritis
De indeling van een scleritis is:
- scleritis anterior (94%). De scleritis anterior kan weer verder worden ingedeeld in:
- een diffuse vorm (plaatselijke roodheid of totale roodheid van het oog, 75%)
- een nodulaire vorm (een plaatselijke zwelling, 14%)
- een necrotiserende vorm (de ernstigste vorm, 4.6%): deze bestaat uit een necrotiserende vorm met ontsteking (4%) of zonder ontsteking (scleromalacia perforans, 0.6%). Als de studies tezamen worden genomen blijkt dat de necrotiserende vorm 4-20% van scleritis-vormen uitmaakt.
- scleritis posterior (6%)
Van de scleritis komen de diffuse en de nodulaire vorm het vaakst voor (40% resp 44%). De necrotiserende vorm en de scleritis posterior komen zelden voor (14% resp 2%).
Bovenstaande getallen zijn afkomstig uit een boek/studie en komen niet overeen met de data van de grote studie (zie onderstaande gegevens).
Onderstaande gegevens zijn afkomstig van een grote studie [Ophthalmology 2012;43, 500 scleritis-patienten en 85 episcleritis patienten]:
- de gemiddelde leeftijd was 50-60 jr (range 12-96 jr). De patiënten met een scleritis zijn gemiddeld ouder dan patiënten met een episcleritis.
- een milde of matige pijn en/of ontsteking komt vaker voor bij de milde vorm van scleritis (diffuse of nodulaire vorm) terwijl een ernstige pijn en/of ontsteking vaker wordt gezien bij de ernstigere vorm van scleritis (necrotiserende vorm). De pijn ontstaat in de zenuwvezels die door de (ontstoken en gezwollen) sclera lopen en die afkomstig zijn van de 5e hersenzenuw. Hierdoor betreft het vaak een uitstralende pijn naar de wang, kaak en gezicht.
- de episcleritis kwam vaker voor bij vrouwen (71%) dan bij mannen (29%).
- de aandoening kwam bij 41% van de patiënten beiderzijds voor.
- oogheelkundige complicaties kwamen bij 45% van de patiënten voor (minder zien, inwendige oogontsteking [uveitis], een randontsteking van het hoornvlies, hoge oogdruk). Dit treedt mn op bij de ernstige vormen van een scleritis (necrotiserende vorm). Dit risico is hoger bij een scleritis dan bij een episcleritis.
- vermindering van het gezichtsvermogen (gemiddeld 15.8%): Dit treedt vaker op bij de ernstige vormen van een scleritis (necrotiserende vorm, 30-50%) dan bij de milde vormen (diffuse of nodulaire vorm, 10-15%). In een andere studies werd een percentage van 15-23% gevonden.
- inwendige oogontsteking: 26.4% (in een andere studies 30-43%).
- een randontsteking van het hoornvlies: 7.4% (in een andere studie 6.2-13.9%).
- hoge oogdruk: 14.2% (in een andere studie 10.3%).
- geassocieerde ziekten (gemiddeld in deze studie 35.8%; het gemiddelde van alle studies 35.8-57%): Dit treedt vaker op bij de ernstige vormen van een scleritis (necrotiserende vorm, 60-80%) dan bij de milde vormen (diffuse of nodulaire vorm, 30-40%).
- bindweefselaandoeningen en lichamelijke vasculitis (ontstekingen van de bloedvaten), zoals reuma, HLA-B27 geassocieerde oogontsteking zonder arthritis, de ziekte van Wegener, gewrichtsontstekingen bij een darmontsteking of psoriasis, en SLE. Dit is de meest voorkomende groep van aandoeningen (24.8%). Bij patienten die een bindweefsel of een lichamelijke vasculitis hebben, bleek dat de scleritis in 38.7% van de gevallen het eerste klinische verschijnsel was.
- infectieuze aandoeningen (virus, bacterie, Lyme ed) (9.6%).
- overige aandoeningen (bijv rosacea, atopie) (1.4%).
Aanvullende gegevens over een Scleritis Posterior
De scleritis posterior is een ontsteking van het achterste gedeelte van de harde oogrok (achterkant van het oog). De harde oogrok is hierbij ontstoken en verdikt (dit kan zichtbaar worden gemaakt dmv echografie). Deze vorm komt weinig voor. Het kan voorkomen in beide ogen (20-50%). Ook deze scleritis is geassocieerd met lichamelijke aandoeningen (in ± 50% van de gevallen). De klachten en het klinische beeld kunnen bestaan uit:
- ontstekingsverschijnselen van het voorste deel van het oog, bijvoorbeeld een inwendige oogontsteking (uveitis, in 2-70% van de gevallen volgens diverse studies) en/of een scleritis anterior (36-81% van de gevallen).
- ontstekingsverschijnselen van het achterste deel van het oog, bijvoorbeeld de aanwezigheid van netvliesplooien (striae), een sereuze netvliesloslating (20-40%), een ontsteking van de ooggelei (vitritis) en een gezwollen oogzenuw (20-40%).
- een uitpuilend oog (proptotis).
- een beperking van de oogbewegingen.
- een verminderd gezichtsvermogen (12-36%).
Hoewel de gemiddelde leeftijd van een scleritis posterior tussen de 45-50 jaar ligt, wordt het in zeldzame gevallen ook waargenomen bij kinderen (tov volwassenen wordt daarbij vaker een zwelling van de oogzenuw gevonden, is de scleritis nauwelijks geassocieerd met andere lichamelijke ziekten en is de kans op een verminderd gezichtsvermogen lager [7%]). [ref Ophth 2012;59].
Acute corneale hydrops
Algemeen
Deze informatie hoort bij de hoofdfolder over keratoconus.
Het hoornvlies, de cornea genoemd, is het heldere voorste deel van het oog, waardoor het licht het oog binnenkomt. Het is een voortzetting van het witte deel van het oog (de harde oogrok of sclera genoemd). De sclera omvat de hele oogbol. Achter het hoornvlies is het gekleurde deel van het oog te zien, het regenboogvlies (iris).


Het hoornvlies heeft een dikte van ongeveer 525 μm en is opgebouwd uit 5 lagen, te weten het epitheel (buitenste laagje), de Bowmanse membraan, het stroma (de middelste laag), de descemet membraan (DM) en het endotheel (binnenste laagje).
Het hoornvlies is geheel doorzichtig, bevat geen bloedvaten en laat de lichtstralen door, zodat deze ongehinderd het netvlies kunnen bereiken.
Acute corneale hydrops
Een plotseling zwelling van het hoornvlies (acute corneale hydrops) kan ontstaan bij ongeveer 3% van de keratoconus-patiënten (zie folder keratoconus). Het treedt op na overmatig oprekken van de DM waardoor een scheurtje ontstaat. De randen van de afgescheurde DM (breuklijn) rollen op. Dit leidt tot verlies van de endotheelcel barriere (dit is het binnenste laagje van het hoornvlies dat over de DM heen ligt). Hierdoor sijpelt kamerwater (vocht tussen het hoornvlies en het regenboogvlies) door de breuk in het stroma waardoor het hoornvlies dik wordt. Dit wordt cornea oedeem genoemd. De collageenvezels in het stroma wijken door het vocht waardoor soms met vocht gevulde holten (cysten, bullae) en waterspleten ontstaan. Dit wordt een acute hydrops (watervulling) genoemd. Dit leidt tot minder zien en tot littekenvorming in het hoornvlies.
troebel hoornvlies met vochtholten
De scheurtjes in de descemetmembraan (DM) zijn klein (varierend van 1.74 ± 0.77 μm). Het normale hoornvlies heeft een dikte van ongeveer 525 um, bij een hydrops kan dit oplopen tot wel 1000 - 2500 μm [Ophthalmology 2011; 2166]. Hoe groter de scheur is, des te dikker het hoornvlies wordt.
Het kan 3 - 6 maanden duren voordat de hydrops zich spontaan herstelt. De behandelingen kunnen bestaan uit een oogverband, een bandage contactlens (verbandlens), oogdruppels (cycloplegie, hypertonische zoutoplossing) of injecteren van gas in de voorste oogkamer.
Bij een gasinjectie (bv 0.15 ml 15% C3F8 gas) ontvouwt de DM zich en wordt deze tegen zijn onderlaag aangeduwd. Hierdoor neemt de lekkage af en wordt het vocht in het hoornvlies minder. Na 3 maanden is het hoornvlies dan meestal weer aanzienlijk helderder.
Deze folder is eigendom van www.oogartsen.nl, afkomstig van het Deventer ziekenhuis (Deventer), CWZ (Nijmegen), Catharina ziekenhuis (Eindhoven), Elisabeth ziekenhuis (Tilburg), HAGA ziekenhuis (Den Haag), Albert Schweitzer (Dordrecht) en Rijnstate (Arnhem), copyright. Voor de aandachtsgebieden van oogartsen, zie aandachtsgebieden (subspecialisaties).





