DZ/CWZ/CZE/EZ/MMC

Overige hoornvlies aandoeningen: exposure / neurotrofe keratopathie

Inhoudsopgave:

Inleiding slijmvlies / hoornvlies
Alvorens de indeling en aandoeningen te bespreken, is de bouw van het oog van belang:
  

Het hoornvlies, de cornea genoemd, is het heldere voorste deel van het oog, waardoor het licht het oog binnenkomt. doorsnede hoornvlies (cornea)

Het is een voortzetting van het witte deel van het oog (de harde oogrok of sclera genoemd). De sclera omvat de hele oogbol. Achter het hoornvlies is het gekleurde deel van het oog te zien, het regenboogvlies (iris). Het bindvlies (conjunctiva) is een laagje slijmvlies dat het witte deel van het oog en de binnenzijde van de oogleden bekleedt.

De cornea en de conjunctiva
Het hoornvlies heeft een dikte van ongeveer een 0,5 mm en is opgebouwd uit 5 lagen: het epitheel (de buitenbekleding), de Bowmanse membraan, het stroma (het middelste deel), de Descemet membraan en het endotheel (binnenste laagje).

Exposure keratopathie:
uitdroging hoornvlies door onvoldoende ooglidsluiting

Het onvoldoende sluiten van de oogleden tijdens het knipperen wordt ook wel 'lagophthalmus' genoemd. Door het onvoldoende sluiten van de oogleden wordt het oog niet goed bevochtigd en langdurig blootgesteld aan de omgeving. Dit wordt 'exposure keratopathie' genoemd (hoornvlies-aandoening tgv onvoldoende ooglidsluiting). Soms is de lagophthalmus alleen aanwezig tijdens het knipperen of tijdens een normale oogsluiting, maar afwezig tijdens geforceerd knijpen.

Als het ooglid onvoldoende sluit, blijft de onderhelft van het hoornvlies onbedekt en wordt deze langdurig blootgesteld aan de omgevingslucht. Het hoornvlies droogt ter plekke uit waardoor beschadigingen kunnen ontstaan van het voorste laagje van het hoornvlies (epitheel). De droge plekjes op het hoornvlies zijn zichtbaar na aankleuring van de traanfilm met fluoresceine. Deze plekjes worden 'punctata keratopathie' genoemd (keratopathie = hoornvlies-aandoening) (zie folders elders). 

Een milde exposure tijdens het slapen kan ook zonder klachten voorkomen. Het oog draait in de slaap dan automatisch naar boven waardoor het hoornvlies bedekt wordt door het bovenooglid en niet uitdroogt. Dit verschijnsel wordt het 'Bell-fenomeen' genoemd (bij sluiting van de oogleden draait de oogbol naar boven).
Indien het Bell-fenomeen onvoldoende is, kunnen klachten ontstaan door uitdroging van het hoornvlies. Onderin het hoornvlies zijn dan droge plekjes (punctata) te zien. Uiteindelijk bestaat er gevaar voor de vorming van een infectie (keratitis) en eventueel een zweer (ulcus).

  punctata (groene aankleurende droge plekjes)

Oorzaken

Behandeling
De behandeling is afhankelijk van de ernst van de aandoening:

Neurotrofe keratopathie (keratitis)
Het hoornvlies (de cornea) heeft fijne gevoelszenuwtjes waardoor het hoornvlies erg gevoelig is (cornea sensibiliteit). Deze gevoelszenuwen zijn afkomstig van de 5e hersenzenuw (sensorische innervatie genoemd). Deze sensorische innervatie is van belang voor het gezond blijven van het hoornvlies (met name voor de buitenste laag van het hoornvlies, het epitheel en voor het stroma).

   doorsnede hoornvlies (cornea)

De gevoeligheid van het hoornvlies (de corneale sensibiliteit) is wordt bepaald door de interactie (samenspel) tussen de traanklier en het oogoppervlak. Als het oogoppervlak te droog wordt, dan worden gevoelszenuwtjes geprikkeld en daardoor wordt de traanklier gestimuleerd tot het maken van tranen. Hierdoor wordt het oogoppervlak weer vochtiger. Er zijn meer interacties. De interactie tussen traanklier-oogoppervlak speelt een rol bij verschillende functies, zoals de coördinatie van de traanproductie (basale en gestimuleerde traanproductie), de knipperreflex (het knipperen), het verspreiden en de afvoer van tranen en andere neurotrofe factoren (dit zijn stoffen die worden afgescheiden door de zenuwen en een rol spelen bij de normale functie van de oppervlakkige epitheellaag). 

De zenuwtjes  zorgen voor een bescherming van het oogoppervlak. Deze zenuwtjes zorgen voor de "neurosensorische feedback" die nodig is voor de normale traanproductie, osmolariteit van de tranen, traanfilm stabiliteit en de knipperreflex. De knipperreflex treedt op wanneer de zenuwen worden blootgesteld aan droogte. De zenuwen zorgen dan voor stimulatie van de traanproductie (de lacrimale en mucus secretie). Als de zenuwtjes beschadigd raken, bijv. na een LASIK procedure, wordt de neurosensorische feedback onderbroken waardoor de traanproductie en stabiliteit afneemt. Dit kan leiden tot een "neurotrofe corneale epitheliopathie".

Het verlies van de zenuwfunctie leidt tot een opstapeling van vocht in de cel, afschilfering van de oppervlakkige laag (epitheelcellen), een verminderde wondgenezing van het epitheel, het verlies van slijmbekercellen in het bindvlies (nodig voor een optimale traanfilm) en zweervorming.

 Neurotrofe keratopathie na forse laserbehandeing

Uitval van de 5e hersenzenuw (denervatie) of van de eindtakken in het hoornvlies veroorzaakt een gedeeltelijke of volledige gevoelloosheid van het hoornvlies waardoor afwijkingen van het hoornvlies kunnen onstaan. Dit wordt een neurotrofe keratopathie genoemd. Indien hierdoor een hoornvliesontsteking ontstaat, spreken we van een neurotrofe keratitis.

Deze volgende afwijkingen kunnen voorkomen:

Oorzaken

Behandeling
Allereerst dient de onderliggende ziekte te worden behandeld. De behandeling is afhankelijk van de ernst van de aandoening:

Superior Limbic keratoconjunctivitis (SLK)
SLK is een chronische, terugkerende aandoening met klachten van oogirritatie en roodheid. De oogverschijnselen bestaan uit een oppervlakkige zwelling (hobbelig oppervlak) onder het bovenooglid (papillaire reactie), roodheid en verdikking van het bovenste deel van het slijmvlies van de oogbol, aantasting van de overgang van slijmvlies naar het hoornvlies (limbus) en puntvormige aankleuring met kleurstof van het bovenste deel van het slijmvlies en hoornvlies.

Het komt het vaakst voor bij volwassen vrouwen tussen de 20-70 jr. De aandoening kan terugkeren in een periode van 1-10 jr. De aandoening komt meestal in beide ogen voor (maar er kan een verschil in ernst tussen beide ogen zijn).

Behandeling
SLK geneest meestal spontaan. Eventuele behandelingen bestaan uit het gebruik van ontstekingsremmende oogdruppels, een bandage contactlens of het dichtmaken van de traanpunt.



Deze folder is eigendom van www.oogartsen.nl, afkomstig van het Deventer ziekenhuis, CWZ (Nijmegen), Catharina ziekenhuis (Eindhoven), Elisabeth-TweeSteden ziekenhuis (Tilburg), HAGA ziekenhuis (Den Haag), Albert Schweitzer (Dordrecht), Rijnstate (Arnhem), Alrijne ziekenhuis (Leiderdorp, Leiden), Gelre ziekenhuizen (Apeldoorn, Zutphen);  copyright. Voor de aandachtsgebieden van oogartsen, zie aandachtsgebieden (subspecialisaties).

print deze pagina
 
ga naar boven