gezwellen slijmvlies (moedervlek)
Inhoudsopgave:- bouw van het slijmvlies (conjunctiva)
- gezwellen van het slijmvlies
- pinguecula, pterygium
- naevus of nevus (moedervlek)
- conjunctivale papilloom (squameus papilloom)
- conjunctiva melanoom
- lymfoproliferatieve tumoren
Alvorens in te gaan op de gezwellen wordt eerst de bouw van het slijmvlies besproken.
Bouw van het slijmvlies (conjunctiva)
De conjunctiva is de slijmvliesbekleding van de oogleden en de oogbol:
- de binnenzijde van de oogleden. De conjunctiva aan de binnenzijde van de oogleden is rood vanwege de vele bloedvaten en wordt "conjunctiva palpebralis" genoemd.
- de buitenzijde van de oogbol (bulbus oculi). De conjunctiva op de oogbol ligt op het witte deel van het oog (de harde oogrok) en wordt "conjunctiva bulbi" genoemd.
De ruimte tussen de bovenste en onderste oogleden en de oogbol heet de "conjunctivaalzak (fornix)". Deze fornix is de omslagplooi. Er is een bovenste omslagplooi (fornix superior) en een onderste omslagplooi (fornix inferior).
De slijmvliesplooi in de binnenste ooghoek, waar de 2 traanpunten bijeenkomen, wordt de plica semilunaris genoemd.

cb = conjunctiva bulbi
cp = conjunctiva palpebralis
fornix = omslagplooi (inferior: onderste plooi)
Gezwellen van het slijmvlies (tumoren conjunctiva)
Het slijmvlies van het oog kan gezwellen bevatten. Deze gezwellen (tumoren) kunnen goedaardig of kwaadaardig zijn. Hierbij volgt een globale indeling:
- goedaardige gezwellen van het slijmvlies (conjunctivale tumoren)
- kwaadaardige gezwellen van het slijmvlies
1. Goedaardige conjunctivale gezwellen (tumoren):
Pinguecula, pterygium
Men spreekt van een pterygium als het slijmvlies (bindvlies) in een driehoekige vorm over het hoornvlies gaat groeien. Het is een plooi van het bindvlies die meestal vanuit de neushoek in de richting van het hoornvlies groeit.
Een pinguecula is een lichtgele zwelling in het slijmvlies van het oog vaak aan de neuszijde.
Voor meer informatie, zie aparte folder pterygium en pinguecula.
Naevus of nevus (moedervlek)
Een nevus op het slijmvlies wordt een "conjunctivale nevus" genoemd. Een nevus is vaak bruin door het pigment. Van alle conjunctivale gezwellen (zowel gepigmenteerd als niet-gepigmenteerd) is ongeveer 28% een conjunctivale nevus. Van alle gepigmenteerde gezwellen van het slijmvlies (melanocytische conjunctivale gezwellen) is ongeveer 52% een conjunctivale nevus. De nevus is dus een veel voorkomende vorm. Bij kinderen komt een conjunctivale nevus relatief vaker voor: 64% van de conjunctivale gezwellen bij kinderen blijkt een nevus te zijn.
Een nevus hoeft niet per definitie gepigmenteerd te zijn: uit een onderzoek bleek dat 51% gepigmenteerd was, 28% deels gepigmenteerd was en dat 21% amelonocytisch was. Het eerste oogartsenbezoek vindt vaak rond de 30-33 jaar plaats (terwijl de afwijking dan al zo'n 10 jaar bestaat).
Een nevus komt vaker voor in de blanke bevolking. Een nevus is een welomschreven, vlakke of iets verheven zwelling, meestal gepigmenteerd.
Typische klinische kenmerken van een conjunctivale nevus zijn: aanvang tijdens de kinderleeftijd, pigmentatie (± 80%), gelocaliseerd dichtbij de overgang van het slijmvlies naar het hoornvlies (< 1 mm van de limbus aan de neus- en buitenzijde, 90%) en de aanwezigheid van cysten in het gezwel (60-65%). Deze cysten zijn vaak een gunstig teken (het komt immers zelden voor gezwellen die lijken op een nevus, zoals een raciale melanosis, een primair verworven melanosis of een kwaadaardige melanoom) [Ophthalmology 2011; 915].
Een nevus wordt in de volgende volgorde waargenomen: het wordt het vaakst gezien op
- het slijmvlies van de oogbol (bulbaire conjunctiva), ± 67% van de gevallen (mn in de lidspleet)
- de plooi in de ooghoek aan de binnen/neus-zijde (de carunkel), 22%
- de plica semilunaris (9%)
- de palpebrale conjunctiva (3%).
De nevus komt het vaakst voor in de buurt van de limbus (de overgang van het hoornvlies en het slijmvlies). Rond de puberteit kan de nevus groeien en meer gepigmenteerd raken.
Groei van het gezwel komt zelden voor (<5%) en daarom kan men vaak afwachten. Soms kan er een overgang plaatsvinden van een goedaardig naar een kwaadaardig gezwel. Verdachte kenmerken van de nevus zijn oa een uitbreiding op het hoornvlies, een plotselinge groei en pigmentatie, een toename van nieuwe bloedvaatjes en als het op een ongebruikelijkere plaats groeit, bijv. in de omslagplooi van het slijmvlies onder de oogleden (fornix).
Soms wordt besloten om een gezwel te verwijderen om de volgende redenen:
- medische argumenten: bijv. groei van het gezwel (en daarmee controle of het gezwel niet overgaat in een kwaardaardig gezwel), prominerende bloedvaten in het gezwel, betrokkenheid van de limbus (overgang van hoornvlies naar slijmvlies) en het hoornvlies.
- argumenten van de patiënt: bijv cosmetische redenen, angst en oogirritatie.
Conjunctivale papilloom (squameus papilloom)
Een papilloom (wratachtig) kan in een gesteelde of een vlakke variant voorkomen. Een gesteeld papilloom wordt veroorzaakt door een infectie met het humane papillomavirus en kan op elke leeftijd voorkomen. Een vlak papilloom is niet infectieus en komt meestal voor op middelbare leeftijd. Het is vaak eenzijdig en komt vaker voor op de bulbaire conjunctiva.
2. Kwaadaardige conjunctivale tumoren:
Conjunctiva melanoom
De meest voorkomende kwaadaardige tumor is een melanoom. De aandoening komt overigens zelden voor en omvat omgeveer 2% van alle kwaadaardige oogtumoren. Een melanoom kan op verschillende manieren ontstaan:
- een melanoom voortkomend uit een primairy acquired melanosis (PAM) ofwel een primair verworven melanosis (in 75% van de gevallen): dit is een eenzijdig vlak gepigmenteerd gebied met onregelmatige randen, met name bij mensen op middelbare leeftijd.
- een melanoom voortkomend uit een pre-existente (van tevoren aanwezige) naevus (moedervlek) (in 20% van de gevallen)
- een primair melanoom: een op zichzelf staande tumor, zonder de aanwezigheid van tevoren aanwezige afwijking: dit gezwel presenteert zich meestal op 60-70 jaar.
De tumor komt het vaakst voor op de bulbaire conjunctiva, ter hoogte van de overgang van het slijmvlies naar het hoornvlies (limbus). Naar de tumor kunnen bloedvaatjes lopen. De zwelling is meestal gepigmenteerd en donker van kleur (gepigmenteerd melanoom) maar soms is de tumor niet gepigmenteerd en bleek van kleur (amelanocytisch melanoom).
De behandeling kan bestaan uit het verwijderen van de tumor met aanvullend evt een koude behandeling of bestraling. Uitzaaiingen kunnen voorkomen.
Lymfoproliferatieve tumoren
Deze tumoren gaan uit van lymfocyten (afweercellen) en kunnen goedaardig (benigne reactieve lymfoide hyperplasie) of kwaadaardig (maligne lymfoom) zijn. Ze zijn vaak roze van kleur en relatief vlak met een glad oppervlak. De tumor komt het vaakst voor in de omslagplooi (fornix). De meeste conjunctivale lymfomen gaan niet gepaard met een lichamelijke variant.
Deze folder is eigendom van www.oogartsen.nl, afkomstig van het Deventer ziekenhuis (Deventer), CWZ (Nijmegen), Catharina ziekenhuis (Eindhoven), Elisabeth ziekenhuis (Tilburg), HAGA ziekenhuis (Den Haag), Albert Schweitzer (Dordrecht) en Rijnstate (Arnhem), copyright. Voor de aandachtsgebieden van oogartsen, zie aandachtsgebieden (subspecialisaties).





