DZ/CWZ/CZE/EZ/MMC

Pterygium en Pinguecula

Inhoudsopgave:

Pterygium

Wat is een pterygium?
De opbouw van het oog is in onderstaande tekeningen weergegeven. Het slijmvlies (bindvlies) ligt over het witte deel van het oog (de oogrok) en wordt conjunctiva genoemd. Onder de conjunctiva ligt een taaie laag, tenon genoemd. Onder de tenon ligt de harde oogrok (sclera), het witte deel van het oog.

  

Men spreekt van een pterygium als het slijmvlies (bindvlies) in een driehoekige vorm over het hoornvlies gaat groeien. Het is een plooi, bestaande uit conjunctiva en tenonweefsel, die meestal vanuit de neushoek in de richting van het hoornvlies groeit. Hierna kan het ook over het hoornvlies verder groeien (dit deel ligt voor de iris of regenboogvlies). 
De plooi heeft de vorm van een driehoekige vleugel (het Griekse woord voor kleine vleugel is "pterygion"). Meestal zit een pterygium aan de neuskant van het oog, maar het kan ook vanuit de buitenste ooghoek groeien.

Voorbeelden van een pterygium aan de neuszijde van het slijmvlies (conjunctiva) en het hoornvlies (cornea):
pterygium  pterygium (wildgroei slijmvlies oog) 

Indeling
De ernst van een pterygium is te verdelen in: 

Prevalentie (hoe vaak komt het voor?)
Een pterygium komt wisselend voor, van globaal tussen de 0.3% en 20% van de bevolking (met uitschieters naar 30%). Deze prevalentie is afhankelijk van de streek of het land waarin men woont.
Enkele voorbeelden van prevalenties: Australie (blanke bevolking 1.2%), China (4-7%), India (5-7%), Maleisie (10-17%). Zelfs binnen één regio kunnen er verschillen bestaan tussen rassen (bijv. binnen de bevolking van Singapore geldt: Maleisiërs > Indiërs / Chinezen) [Ophthalmology 2012; 1509]. Een ernstig pterygium komt veel minder vaak voor.

Oorzaak van pterygium
Tot nu toe is er nooit een echte oorzaak gevonden. Mogelijk dat genetische en omgevingsfactoren een rol spelen. Wel lijkt het erop dat UV licht een rol speelt, omdat het pterygium in zonnige klimaten vaker voorkomt. Ook speelt chronische irritatie van de ogen een rol, bijv in een stoffige en droge omgeving. In Europa komt het vooral voor bij mensen uit het mediterrane gebied (afkomstig uit het gebied rond de Middellandse zee, gekarakteriseerd door een warm en droog klimaat).
Bekende risicofactoren zijn: leeftijd (hogere leeftijd), geslacht (mannen > vrouwen), opleidingsstatus (lagere opleiding > hogere opleiding), beroep (werkzaam buitenshuis > binnenshuis) en ras (bijv. Maleisiërs > Chinezen / Indiërs > blanken).
Een verminderde aantal of functie van de groeicellen op de rand van het hoornvlies en slijmvlies (limbale stamcellen) tgv een chronische blootstelling aan UV-licht, zou mogelijk een rol spelen.

Klachten van een pterygium
In de meeste gevallen heeft men geen last van het pterygium. De klachten kunnen bestaan uit:

Behandeling van een pterygium
Als het oog erg geïrriteerd is geraakt door ontsteking van het pterygium, kan het nodig zijn te behandelen met antibiotische / corticosteroïd druppels. Met medicijnen is echter het pterygium niet weg te krijgen en ook niet tegen te houden. Er kunnen evt druppels gebruikt worden tegen de roodheid.
Bij overgroei van de pupilrand of bij het ontstaan van astigmatisme (zie boven) kan het zien verminderen en is het nodig een operatieve correctie toe te passen.

De indicaties om een operatie te doen zijn:

De operatie
Het pterygium wordt onder lokale verdoving op de operatiekamer verwijderd. Dit is een weinig belastende ingreep. Wel kan er na de operatie nog enige dagen sprake zijn van een zanderig gevoel in het behandelde oog.

  1. Bare sclera (verwijderen pterygium zonder aanvullende behandeling).
    Het pterygium wordt ruim naar achteren (vanaf de rand van het hoornvlies) verwijderd (5-10 mm). Indien alléén het pterygium wordt verwijderd, is de kans dat het pterygium terugkomt erg groot (recidief genoemd). Deze techniek wordt de "bare sclera" genoemd (blootliggende sclera of harde oogrok). De kans op een recidief is erg hoog, zelfs tussen de 25-90%. Vandaar dat meestal een aanvullende behandeling plaatsvindt. Deze aanvullende behandelingen kunnen bestaan uit:
  2. Conjunctiva transplantaat.
    Er wordt een transplantaat van lichaamseigen slijmvlies (autoloog conjunctiva) gebruikt. In dit geval wordt eerst het pterygium op het hoornvlies en de conjunctiva verwijderd. De ontstane wond wordt hierna bedekt met een transplantaat van de conjunctiva (bindvlies). Dit transplantaat wordt van hetzelfde oog genomen (autoloog conjunctiva transplantaat). De wond die hierdoor ontstaat, geneest vanzelf restloos. Het transplantaat wordt in het wondbed van het verwijderde pterygium gelegd en vastgezet met enkele hechtingen of lijm. Dit kunt u na de operatie wel wat voelen.
    Er kan gekozen worden uit een autoloog conjunctivatransplantaat (ACT) of een autoloog limbaal conjunctivatransplantaat (ALCT). In dit laatste geval wordt een transplantaat genomen waarbij ook de rand van het slijmvlies, bij de overgang van het hoornvlies en slijmvlies (de limbus), onderdeel is van het transplantaat. Het voordeel is dat de stamcellen bij de limbus mee worden getransplanteerd. In dit geval is de kans op een recidief klein, ongeveer 2-5% [Ophthalmology 2013; 2390].

  3. Medicijnen. Hierbij wordt eerst het pterygium verwijderd. Vervolgens wordt gebruik gemaakt van een littekenremmer in het operatiegebied (MMC, mitomycine). Deze vloeistof wordt kortdurend op de operatiewond gedrenkt of geappliceerd (mitomycine-applicatie). Vervolgens wordt omliggende conjunctiva gebruikt om de wond te bedekken. De kans op een recidief varieert van 5-40%.
  4. Overige. Behandelingen die weinig worden toegepast zijn a) bestraling (irradiatie) van het geopereerde gebied en b) het plaatsen van een amnion-transplantaat in het wondgebied.
  5. Combinatie behandeling
    Meestal wordt gekozen voor het locaal verwijderen van het pterygium, in combinatie met een autoloog limbaal conjunctiva-transplantaat (ALCT), al of niet met mitomycine-applicatie.

Resultaat na operatie
Het ene oog is al geopereerd aan een pterygium, het andere ook moet nog geopereerd worden:

pterygium op slijmvlies oog

Klachten na de operatie
Na de operatie kan men tijdelijk last hebben van oogpijn, irritatie en van het licht (fotofobie). De klachten komen minder frequent voor bij de "conjunctiva transplantatie techniek".

Kans op recidief (de kans dat het pterygium terugkomt)
Ondanks de behandeling kan in sommige gevallen toch weer een pterygium terug komen (recidief genoemd). De kans op een recidief is afhankelijk van meerdere factoren zoals:

De kans op een recidief is als volgt:

Risico's
Het gebruik van mitomycine verkleint weliswaar de kans op een recidief maar kent potentiele risico's, hetgeen afhankelijk is van de applicatieduur en de concentratie van de mitomycine (bijv. sclerale verdunning [2-19%] vertraagde conjunctivale epithelialisatie [5%] en een iritis [1-3%]. Deze risico's worden niet waargenomen bij een "conjunctiva transplantaat zonder mitomycine".
Andere complicaties, die voor kunnen komen bij alle operatietechnieken, zijn oa: een plaatselijke verdunning (corneale dellen, 1-6%), astigmatisme (6% bij de "bare sclera-techniek") en een pyrogeen granuloom. Deze complicaties bedreigen iha niet het gezichtsvermogen [Ophthalmology, 2013;201, meta-analyse].

Aanvullende informatie
zie animatie aan het einde van de folder

Pinguecula

De opbouw van het oog is in onderstaande tekeningen weergegeven. Het slijmvlies (bindvlies) ligt over het witte deel van het oog (de oogrok) en wordt de conjunctiva genoemd:

  

Wat is een pinguecula?
Dit is een lichtgele zwelling in het slijmvlies van het oog, vaak aan de neuszijde, veroorzaakt door een opeenhoping van bepaalde 'eiwitten' (amorfe deposities). Het is een goedaardige verdikking van het slijmvlies.
Het is zichtbaar op het witte deel van het oog, langs de rand van het regenboogvlies, vaak aan de neuszijde en soms ook aan de buitenzijde. Er is geen ingroei in het hoornvlies (zoals het geval is bij een pterygium). Deze aandoening komt erg veel voor in de Nederlandse bevolking.
Het is een onschuldig verschijnsel en geeft meestal geen klachten. Soms kan een pinguecula wel problemen opleveren bij het dragen van contactlenzen (de rand van de contactlens komt dan tegen de verdikking aan)

pinguecula (zwelling slijmvlies oog)   pinguecula (zwelling slijmvlies oog)

Bij histologisch onderzoek is de bindweefselstructuur (collageenstructuur) van de conjunctiva (slijmvlies) op de oogbol veranderd (aan de neuszijde vaker dan aan de buitenzijde). Het is een uit gele klompjes samengesteld vormsel in de conjunctiva in de ooghoek, bestaande uit op vet-gelijkend, ontaard bindweefsel (gefragmenteerd en opgerolde collageenvezels). Het is een degeneratieve aandoening van de conjunctiva en wordt vaker gezien op latere leeftijd. Soms treedt een verkalking van het weefsel op.

Oorzaak van een pinguecula
Er is geen oorzaak bekend. Blootstelling aan zonlicht (UV licht) en uitdroging zijn factoren die het ontstaan en de groei bevorderen. Ook lijkt er een relatie te bestaan met andere omstandigheden, zoals lassen.

Behandeling
Behandeling is niet nodig. Kunsttranen kunnen de oogirritatie verlichten.

Verwijderen van de pinguecula is eigenlijk zelden nodig. Redenen om een pinguecula te verwijderen zijn oa bij:

Animatiefilm (Engels)




Deze folder is eigendom van www.oogartsen.nl, afkomstig van het Deventer ziekenhuis, CWZ (Nijmegen), Catharina ziekenhuis (Eindhoven), Elisabeth-TweeSteden ziekenhuis (Tilburg), HAGA ziekenhuis (Den Haag), Albert Schweitzer (Dordrecht), Rijnstate (Arnhem), Alrijne ziekenhuis (Leiderdorp, Leiden), Gelre ziekenhuizen (Apeldoorn, Zutphen);  copyright. Voor de aandachtsgebieden van oogartsen, zie aandachtsgebieden (subspecialisaties).

print deze pagina
 
ga naar boven