DZ/CWZ/CZE/EZ/MMC

Oogdruk meting (tonometrie)

Inhoudsopgave:

Inleiding
Bij vrijwel elke patiënt wordt op de poli een oogdrukmeting verricht. Elk oog heeft een bepaalde spanning, hetgeen de oogdruk wordt genoemd. Indien een te hoge oogdruk bestaat en het oog dus teveel onder spanning staat, kan er schade optreden aan de oogzenuw en dit kan uiteindelijk weer leiden tot glaucoom (zie folder op website www.oogartsen.nl → glaucoom).

Dagcurve
Bij elke persoon, zonder oogafwijkingen, kan de oogdruk in geringe mate fluctueren gedurende de dag (zie grafiek hieronder). Het verschil tussen de hoogste en de laagste oogdrukwaarde op een dag ligt tussen ongeveer de 0 en 5 mmHg.
Ook kan er normaliter een klein verschil zijn tussen het rechter en linker oog (zie rode en blauwe lijn in de grafiek). 
Bij patiënten met glaucoom kan de oogdruk nog meer varieren in de loop van de dag. Het is daarom bij bepaalde patiënten raadzaam om de oogdruk te meten op verschillende momenten van de dag, bijv om 8:00 uur, 11:00 uur, 14:00 uur, 17:00 uur. Dit onderzoek heet een dagcurve. Deze drukcurve wordt verricht door de optometrist.

De oogdruk is meestal het hoogst tijdens de nachtelijke uren, in liggende houding [ref Ophthalmology 2010; 1700].
 
Verschillende manieren van oogdrukmeting (tonometrie)
Er zijn meerdere mogelijkheden om de oogdruk te meten, o.a.

1. de applanatie tonometrie:
Hierbij wordt het oog eerst verdoofd met druppels en aangekleurd met een gelige kleurstof (fluoresceïne). Hierna wordt een klein rond schijfje (de tonometer) tegen het hoornvlies gezet (applanatie) en wordt de oogdruk gemeten. De fluoresceine wordt zichtbaar gemaakt met een blauwe kleurstof. Deze tonometer zit vast aan een spleetlamp; dit is het apparaat waarmee de oogarts het oog onderzoekt. Deze methode wordt het meest gebruikt door de oogarts of optometrist  in het ziekenhuis. Het is een veilige en betrouwbare meting.

  

Een detailopname:

De onderzoeker kijkt door de spleetlamp en ziet dan 2 gekleurde halfcirkelvormige schijfjes. Deze schijfjes worden dan zodanig tegen elkaar gezet dat de juiste oogdruk kan worden gemeten. Bij het 1e plaatje staan de cirkels goed tegen elkaar (en dit geeft dan de juiste oogdruk weer). Bij het 2e plaatje en 3e plaatje staan de cirkels niet goed en wordt de oogdruk foutief gemeten (te hoog respectievelijk te laag).

2. de non-contact tonometrie (luchtpuf):
Hierbij wordt het oog niet aangeraakt. Een luchtstootje komt tegen het hoornvlies aan waardoor een schrikreactie kan ontstaan. Deze methode wordt over het algemeen verricht door de opticiens. Het nadeel is dat deze methode minder betrouwbaar is dan de applanatie tonometrie.

3. de tonopen:
Dit is een handzame draagbare pen. Hierbij wordt het oog eerst verdoofd met oogdruppels. De pen wordt een aantal keren tegen het oog aan getikt, hetgeen men niet voelt. Dit apparaat wordt gebruikt bij bijv. bedlegerige of rolstoelpatiënten (die niet via de applanatiemethode kunnen worden gemeten) of bij afwijkende hoornvliezen (bijv. na een hoornvliestransplantatie.

Vragen
Bij eventuele vragen kunt u deze stellen aan de poliassistenten, optometristen of de oogarts.



Deze folder is eigendom van www.oogartsen.nl, afkomstig van het Deventer ziekenhuis, CWZ (Nijmegen), Catharina ziekenhuis (Eindhoven), Elisabeth-TweeSteden ziekenhuis (Tilburg), HAGA ziekenhuis (Den Haag), Albert Schweitzer (Dordrecht), Rijnstate (Arnhem), Alrijne ziekenhuis (Leiderdorp, Leiden), Gelre ziekenhuizen (Apeldoorn, Zutphen);  copyright. Voor de aandachtsgebieden van oogartsen, zie aandachtsgebieden (subspecialisaties).

print deze pagina
 
ga naar boven