DZ/CWZ/CZE/EZ/MMC

Naar buiten gedraaid onderooglid (ectropion)

Inhoudsopgave:

Wat is een ectropion?
Ectropion is een naar buiten gedraaide rand van het onderooglid. De afwijking veroorzaakt klachten en is cosmetisch storend omdat de rode binnenzijde van het ooglid zichtbaar is. Het slijmvlies van het onderooglid kan verdikt raken. Wilt u meer weten over de bouw en functie van de oogleden, zie folder bouw/functie oogleden op de website www.oogartsen.nl.

naar buiten gedraaid onderooglid       naar buiten gedraaid onderooglid 

Klachten van een ectropion
Het onderooglid zorgt ervoor dat de tranen afgevoerd worden naar het traanafvoer systeem (pompfunctie van het onderooglid). Bij een ectropion functioneert het onderooglid niet goed meer waardoor de tranen niet goed getransporteerd worden naar het afvoerkanaaltje van de traanwegen (aan de neuskant in het onderooglid). Dit afvoerkanaaltje (de traanpunt) maakt zelf vaak ook geen contact meer met het oog. Dit leidt tot een tranend oog (zie folder tranende ogen). Vaak is ook het oog geïrriteerd omdat het ooglid minder goed sluit. De afwijking is bovendien cosmetisch storend.

Oorzaken van een ectropion
Er zijn verschillende vormen van ectropion; een ectropion kan gerelateerd of veroorzaakt worden door:

Onderzoek
Bij het oogonderzoek worden de volgende aspecten beoordeeld

Operatieve correctie van het involutioneel ectropion
De operatieve correctie wordt bepaald door de oorzaak van het ectropion. De meest voorkomende oorzaak van een ectropion is verslapping van het onderooglid (involutioneel). Deze verslapping kan verholpen worden door het ooglid strakker te zetten, soms in combinatie met inkorten van de weefsels aan de binnenkant van het ooglid. Deze ingreep vindt poliklinisch plaats, wordt onder plaatselijke verdoving verricht en duurt ongeveer 30 minuten. Het resultaat is mede afhankelijk van de duur van de afwijking: hoe langer de afwijking bestaat hoe moeilijker de correctie is. Immers bij een langer bestaand ectropion is het slijmvlies aan de binnenzijde van het ooglid vaak rood en verdikt, hetgeen na de ingreep meestal langzaam herstelt.

De meest voorkomende operatietechniek in het Oogcentrum Deventer is het "lateraal inkorten van het ooglid". Deze techniek ziet er schematisch als volgt uit:

Soms ligt het traanpuntje al langere tijd niet meer tegen het oog aan waardoor het traanpuntje vernauwd is. Daarom wordt dit traanpuntje tijdens de operatie gecorrigeerd zodat het zijn normale positie weer inneemt (4 snip procedure) en/of wordt het opgerekt om de opening te vergroten (3 snip procedure).

Alternatieve operatietechnieken
Soms wordt gekozen voor een andere techniek. 

1.  retropunctale diamandexcisie
Hierbij wordt een klein stukje weefsel (ruitvormig) verwijderd aan de binnenzijde van het onderooglid bij de traanpunt. Hierdoor komt de traanpunt beter tegen de oogbol te liggen.

2.  wigexcisie of pentagonaal blok
Soms wordt in plaats van bovengenoemde operatietechniek een stukje (wigje) uit het onderooglid gehaald om het slappe ooglid in te korten. De wond wordt dan gesloten. Soms wordt behandeling a)en b) gecombineerd (lazy-T genoemd):

  

3.  verwijderen tumor en reconstructie
Bij een gezwel ("mechanisch ectropion") wordt eerst het gezwel verwijderd en wordt het ooglid vervolgens gereconstrueerd. De operatietechniek is afhankelijk van de grootte van de wond.

4. transplantaat en reconstructie
Bij een ectropion door een tekort aan huid ("cicatricieel ectropion") is het meestal nodig huid aan te vullen. Dit gebeurt door de huid onder het ooglid aan te vullen met een huidtransplantaat (uit het bovenooglid, uit het andere bovenooglid, of van achter het oor). Deze ingrepen worden zelden verricht en vinden plaats in een daarvoor gespecialiseerd centrum.

Resultaat
Meestal lukt het met 1 operatie om het onderooglid weer op zijn oorspronkelijke plaats te krijgen. Soms is het niet mogelijk om een perfect resultaat te krijgen, dit is afhankelijk van de duur van de aandoening. Het litteken onder het ooglid is vrijwel niet meer zichtbaar na enkele weken. Het is niet altijd mogelijk om een tranend oog te verhelpen.
 
Bloedverdunners
Bij ooglidcorrecties wordt bij voorkeur gestopt met bloedverdunners om (na)bloedingen te voorkomen. Met het gebruik van deze medicijnen moet tijdig voor de operatie worden gestopt: ascal/acetylsalicylzuur 10 dagen, marcoumar 7 dagen, sintrom (acenocoumarol) 5 dagen. U dient dit wel eerst te overleggen met uw huisarts of de specialist die deze bloedverdunners heeft voorgeschreven. Indien de bloedverdunners niet mogen worden gestopt, dan dient u dit met de oogarts te overleggen.
 
Complicaties en bijwerkingen
Er doen zich zelden problemen voor na een operatieve correctie. Meestal is de patient van zijn klachten af: 


Indien u vragen heeft over deze aandoening kunt u die altijd stellen aan uw behandelend oogarts.



Deze folder is afkomstig van www.oogartsen.nl  (Deventer ziekenhuis); een samenwerkingsverband tussen het Deventer ziekenhuis (Deventer), CWZ (Nijmegen), Catharina ziekenhuis (Eindhoven), Elisabeth ziekenhuis (Tilburg) en Maxima Med. Centrum (Veldhoven), copyright.
Voor de aandachtsgebieden van oogartsen, zie aandachtsgebieden (subspecialisaties).

Update: 14 december 2009


print deze pagina
 
ga naar boven