DZ/CWZ/CZE/EZ/MMC

Ooglidcorrectie: huidteveel (overtollig huid) bovenoogleden (dermatochalasis)

Inhoudsopgave bovenooglid correctie:

Oorzaken van overtollig huid in het bovenooglid
Aan het einde van de folder is een Engelstalige animatie toegevoegd.

Een teveel aan huid in de bovenoogleden wordt dermatochalasis genoemd (derma=huid, chalasis=afhangend). Correctie van de bovenoogleden wordt blefaroplastiek genoemd (blepharo=bovenooglid). Het ooglid bestaat van buiten naar binnen uit: de huid, het onderhuids bindweefsel en spier (die het ooglid sluit), een bindweefselschot en vet (bevindt zich normaliter in de oogkas). Uitgebreide informatie over de bouw van het ooglid vindt u op de website www.oogartsen.nl (→  lees verder).

De huid van de oogleden is erg dun en daardoor gevoelig voor uitrekking. Dermatochalasis van de oogleden wordt meestal veroorzaakt door veroudering van de huid: de huid wordt ruimer doordat de vezels in de huid hun elasticiteit verliezen. Het onderhuidse bindweefsel verslapt soms ook tegelijkertijd waardoor het onderliggende vet naar voren kan uitpuilen. Dit veroorzaakt volle oogleden en/of een plaatselijke ooglidzwelling in de ooghoek aan de kant van de neus. De oogleden zijn gevoelig voor de effecten van zwaartekracht en vochtophoping.
huidteveel bovenoogleden
Bij een bovenooglidcorrectie (blepharoplastiek) wordt overtollig huidweefsel, vaak samen met spier en vet, verwijderd. Meestal wordt de ingreep aan beide oogleden verricht om symmetrie te bevorderen.

Soms is de wenkbrauw ook naar beneden gezakt doordat de huid van het voorhoofd verslapt. Normaal bevindt de wenkbrauw zich juist boven de oogkasrand, bij vrouwen wat hoger dan bij mannen. Wanneer de positie van de wenkbrauw ernstig afwijkt kan het nodig zijn dit (eerst) te corrigeren, omdat correctie van het huidteveel in de bovenoogleden anders tot een lelijk resultaat leidt.

Klachten
Een ooglidcorrectie van de bovenoogleden kan om cosmetische en medische redenen uitgevoerd worden. De klachten kunnen bestaan uit:

De operatie
Operatiebeschrijving

De operatie bestaat uit de volgende stappen:

  1. schoonmaken van de oogleden met jodium of alcohol, u krijgt steriele doeken over u heen, maar uw gezicht wordt niet afgedekt.
  2. aftekenen van het overschot aan huid met een viltstift of inkt. Om te voorkomen dat de littekens na de operatie zichtbaar zijn, worden de snijlijntjes in de natuurlijke huidplooi afgetekend.
  3. onder de huid worden injecties gegeven met locale verdoving (lidocaine). Deze injecties kunnen wat gevoelig zijn. Als de verdoving ingewerkt is, voelt u niets meer van de operatie.
  4. het teveel aan huid en spier wordt verwijderd. Bij uitpuilend vet wordt het bindweefselschot ingeknipt en vervolgens het vet verwijderd. Er wordt tevens gebruik gemaakt van een elektrisch apparaatje om de bloedvaten dicht te branden. Dit doet geen pijn, maar dit ruikt een beetje.

        
    (toestemming dr vd Bosch, OZR)
  5. de huidranden worden gesloten met niet-oplosbare hechtingen (deze geven geen wondreactie); de ingreep duurt ongeveer 1 uur. De doorlopende hechting kan door de huid of in de huid worden geplaatst.
      
  6. De hechting wordt er na 5-7 dagen weer uitgehaald door de polikliniekassistente; hierna gaat u nog even langs de oogarts voor nacontrole. De snedes worden zo gemaakt dat het litteken later niet of nauwelijks zichtbaar is. Meestal wordt de hechting in de huid geplaatst (intracutaan) waardoor die niet zichtbaar is. Op de wond wordt kleine steristipjes vastgeplakt. 

Voorbeeld:
bovenooglid correctie / operatie

In het algemeen vindt de ingreep poliklinisch, onder plaatselijke verdoving, plaats. Na de operatie krijgt u gedurende 15 minuten een ijsbril of natte compressen ter koeling van de geopereerde oogleden. Thuis kunt u ook eventueel ook nog koude compressen gebruiken (bijv. een zak diepviesdoperwten, omhuld door een doek, gedurende 15 minuten per uur, gedurende de eerste dag)

Indien geen nabloedingen aanwezig zijn, kunt u weer naar huis gaan. U krijgt geen verband op de ogen zodat uw gezichtsvermogen normaal blijft. Desalniettemin, kunt u na de behandeling beter iemand anders laten rijden. De oogleden kunnen in de eerste dagen gezwollen en blauw zijn. Soms treedt ook een tijdelijke zwelling met blauwe verkleuring op van de onderoogleden. Dit is niet iets om u ongerust over te maken; de zwelling en blauwe plekken trekken geleidelijk weg. Het uiteindelijke resultaat is na 2 maanden te beoordelen.

  

  

Aanvullende correcties
Soms worden naast de dermatochalasiscorrectie aanvullende correcties uitgevoerd:

1)  ptosiscorrectie (laagstand van het bovenooglid):
Bij een ptosis is er sprake van een te lage positie van het ooglid, meestal doordat de spier die het ooglid omhoog trekt verzwakt is. Bij deze ingreep wordt soms ook het teveel aan huid van de bovenoogleden verwijderd. Een ptosis-correctie is echter een technisch lastigere ingreep met meer bijwerkingen dan alleen correctie van dermatochalasis. De ptosiscorrectie wordt beschreven op de website www.oogartsen.nl (zie folder ptosis).

ooglidcorrectie (huidteveel + laagstand)
Links (vóór de operatie): huidteveel + laagstand van de ooglidrand
Rechts (ná de operatie): dubbele ooglidcorrectie (verwijderen van huidteveel + correctie van de laagstand (ptosiscorrectie)

2) wenkbrauwcorrectie:
Soms staat de wenkbrauw lager dan normaal. Normaal bevindt de wenkbrauw zich juist boven de oogkasrand, bij vrouwen wat hoger dan bij mannen. Wanneer de positie van de wenkbrauw ernstig afwijkt, kan het nodig zijn dit (eerst) te corrigeren, omdat correctie van het huidteveel in de bovenoogleden anders tot een lelijk resultaat leidt. Indien de wenkbrauw slechts weinig te laag staat, kan dit worden gecorrigeerd met hechtingen in het onderhuidse
weefsel onder de wenkbrauw ('browpexy'). Wanneer de wenkbrauw veel te laag staat moet er meer gecorrigeerd worden: hierbij moet de wenkbrauw hoger geplaatst worden door het weghalen van een reep huid direct boven de wenkbrauw. Dit veroorzaakt echter een zichtbaar litteken direct boven de wenkbrauw. Soms wordt een endoscopische browlift toegepast waarbij er nauwelijks littekens aanwezig zijn. Het probleem is dat de zorgverzekeraars deze browlift niet vergoeden, ook niet wanneer wij menen dat deze correctie noodzakelijk is.

Bloedverdunners
Bij ooglidcorrecties wordt bij voorkeur gestopt met bloedverdunners om (na)bloedingen te voorkomen. Met het gebruik van deze medicijnen moet tijdig voor de operatie worden gestopt: ascal/acetylsalicylzuur 10 dagen, marcoumar 7 dagen, sintrom (acenocoumarol) 5 dagen. U dient dit wel eerst te overleggen met uw huisarts of de specialist die deze bloedverdunners heeft voorgeschreven. Indien de bloedverdunners niet mogen worden gestopt, dient u dit met de oogarts te overleggen. Dit hoeft geen stricte belemmering te zijn.

Nazorg, bijwerkingen en complicaties
Het litteken van de operatiewond valt meestal weg in de huidplooi. Na de operatie sluit het oog wat slechter. Dit verdwijnt in de loop van de week. De eerste week mag de wond niet nat worden.
De meest voorkomende, niet ernstige, bijwerkingen maar ook zeldzame complicaties worden hieronder uitgebreid beschreven. Echter bij een blefaroplastiek van de bovenoogleden treden zelden problemen op, vrijwel alle patiënten zijn zeer tevreden met het resultaat van de operatie. 

a) zwelling van het ooglid en ongevoeligheid van de lidrand: Iedere operatie van het bovenooglid veroorzaakt weefselreactie en een tijdelijke verstoring van de lymfeafvoer, waardoor het onderste deel van de lidrand na de operatie dikker is. De oogleden kunnen in de eerste dagen gezwollen en blauw zijn. Deze zwelling neemt geleidelijk af maar dit kan wel enkele weken duren. Bij het verwijderen van de huid worden automatisch ook de zenuwen die door de huid lopen doorgesneden. Hierdoor kan het ooglid soms enkele weken wat gevoelloos zijn; ook dit herstelt geleidelijk.
Soms treedt ook een tijdelijke zwelling met blauwe verkleuring op van de onderoogleden. Ook dit trekt in de loop van de tijd geleidelijk weg.

b) littekens: Bij iedere patiënt ontstaat er een litteken. Littekens zijn het gevolg van de operatietechniek en de reactie van de huid op de operatie. Wanneer wonden bij u in het algemeen mooi genezen heeft u meer kans op een mooi litteken dan iemand bij wie littekens altijd goed zichtbaar blijven. Stoppen met roken bevordert een fraaie genezing. Overigens plaatst de oogarts de snee zoveel mogelijk in de huidplooi, zodat het litteken niet of nauwelijks zichtbaar is bij rechtuit kijken. 
 
c) asymmetrie van de huidplooi in beide bovenoogleden: Ondanks een zorgvuldig uitgevoerde operatie kan het voorkomen dat er een verschil in hoogte bestaat tussen de huidplooi links en rechts. Een geringe asymmetrie is trouwens normaal, zowel voor als na correctie van het bovenooglid.  Wanneer er na enkele maanden nog een duidelijke en storende asymmetrie van de huidplooi bestaat, is dit te verhelpen door nog een reepje huid te verwijderen.

d) zandgevoel en irritatie van het oog door uitdroging: Dit is een zeldzame complicatie. Na het verwijderen van huid/spier uit het bovenooglid kan de ooglidrand iets te hoog staan waardoor het ooglid onvoldoende sluit. Gedurende de eerste week is dit normaal door de zwelling van de oogleden; hierna wordt dit steeds minder. De sluitfunctie kan verminderd zijn door het litteken waardoor het oog iets sneller uitdroogt. Bij patiënten die al een traanfilm van matige kwaliteit of een lage traanproductie hebben, kan een geringe uitdroging van het hoornvlies optreden. Dit voelt aan alsof er zand in het oog zit.  Soms is het nodig hiervoor druppels (kunsttranen) te gebruiken. Mocht er voor de operatie sprake zijn van zeer droge ogen, dan is het niet aan te raden om een cosmetische ooglidcorrectie te laten verrichten. Het gevaar bestaat dat u na de operatie nog meer last krijgt van droge ogen.

e) cysten: Op de plaats waar met de hechtnaald door de huid gestoken is kunnen zich soms kleine gele bobbeltjes (inclusiecystes) ontwikkelen. Meestal verdwijnen die spontaan. 

f) kleurverschillen tussen de huid boven en onder het litteken: De kleur van de huid in het bovenooglid verloopt van boven naar onder enigszins van licht naar donker. Door het weghalen van de huid kan de overgang duidelijker zichtbaar worden.Na de operatie zijn de bloedvaten in het ooglid verwijd; hierdoor is het bovenooglid de eerste tijd na de operatie meer rood, vooral bij mensen met een dunne huid en een lichte huidskleur.

Complicaties treden bij een blefaroplastiek eigenlijk zelden op. Het uiteindelijke resultaat is vrijwel altijd goed en de patiënten zijn over het algemeen erg tevreden.

Algemene opmerkingen 

De verzekering
Correctie van dermatochalasis wordt door de zorgverzekeraars tot de cosmetische chirurgie gerekend. De operatie wordt vaak niet meer vergoed. Soms wordt deze operatie wel vergoed als het om een medische indicatie gaat. Vraagt u na bij uw zorgverzekeraar of de behandeling in het aanvullende pakket zit. Een aanvraagformulier voor vergoeding van de ingreep kan de polikliniekassistent verzorgen.

Kosten / Wachttijden
- voor de kosten van een bovenooglidcorrectie (Deventer ziekenhuis → lees verder)
- wat betreft de wachttijden voor een bovenooglidcorrectie, zie folder wachttijden.

Animatiefilm (Engels)




Deze folder is eigendom van www.oogartsen.nl, afkomstig van het Deventer ziekenhuis, CWZ (Nijmegen), Catharina ziekenhuis (Eindhoven), Elisabeth-TweeSteden ziekenhuis (Tilburg), HAGA ziekenhuis (Den Haag), Albert Schweitzer (Dordrecht), Rijnstate (Arnhem), Alrijne ziekenhuis (Leiderdorp, Leiden), Gelre ziekenhuizen (Apeldoorn, Zutphen);  copyright. Voor de aandachtsgebieden van oogartsen, zie aandachtsgebieden (subspecialisaties).

print deze pagina
 
ga naar boven