DZ/CWZ/CZE/EZ/MMC

Ooglidcorrectie van de onderoogleden (dermatochalasis)

Inhoudsopgave:

Inleiding
Er moet onderscheid worden gemaakt in huidteveel in het bovenooglid en het onderooglid. Huidteveel in het bovenooglid wordt in een andere folder of op de website uitgebreid beschreven (lees verder)! In deze folder wordt het huidteveel van het onderooglid besproken.
Wilt u meer weten over de bouw en functie van het ooglid, zie folder bouw/functie ooglid.

Oorzaken van overtollig huid in het onderooglid
Overtollig huid van de oogleden wordt meestal veroorzaakt door veroudering van de huid: de vezels in de huid verliezen hun elasticiteit en de huid wordt ruimer. Tegelijk met deze vezels verslapt ook het onderhuidse bindweefsel. Hierdoor gaat het vet dat zich normaal in de oogkas bevindt naar voren toe uitpuilen. Het kan ook voorkomen dat er alleen sprake is van dikke oogleden door een teveel aan vet zonder dat er sprake is van een teveel aan huid.
In de volksmond worden de plaatselijke ooglidzwelling en volle oogleden ook wel “wallen onder de ogen” genoemd. Huidteveel wordt dermatochalasis genoemd (derma= huid, chalasis= hangend).
wallen onder ogen patiënt Deventer ziekenhuis

Familiaire factoren zoals de bouw van de oogkas spelen dan een rol. Ook kan dermatochalasis veroorzaakt worden door ontstekingen in de oogkas. Soms verslapt het ooglid zelf ook, waardoor ook de positie van de onderooglidrand ten opzichte van het oog te laag wordt. Dit wordt in de folder ectropion uitvoerig beschreven.
Een ooglidcorrectie, de behandeling van dermatochalasis, wordt een blefaroplastiek genoemd.

De operatie
Bloedverdunners

Het gebruik van bloedverdunners (Aspirine, Ascal, marcoumar, sintrom ed) en diverse pijnstillers/ontstekingsremmers (NSAID’s die ook de bloedstolling beïnvloeden) moeten bij voorkeur gestaakt worden (na overleg met de arts die dit heeft voorgeschreven). Paracetamol mag wel gebruikt worden.

De operatieprocedure van een onderooglidcorrectie
De onderooglidcorrectie bestaat uit het verwijderen van het teveel aan huid (met de onderliggende spier die aan de huid vastzit) en/of het verwijderen van het onderliggend vetweefsel. Wat er moet worden verwijderd, varieert per ooglid. Er zijn meerdere operatietechnieken mogelijk zoals:

  1. transconjunctivale techniek: Indien er sprake is van vetophopingen zonder een teveel aan huid, kan deze techniek worden gebruikt. Er wordt geen huidsnede gemaakt en de huid blijft intakt. Bij deze techniek wordt vet verwijderd via de binnenzijde van het onderooglid. Het slijmvlies (conjunctiva) aan de binnenzijde wordt geopend. Hierna wordt de bindweefselplaat (septum) geopend. Het vetweefsel wordt dan zichtbaar. Deze techniek is zinvol als er voornamelijk vet moet worden verwijderd en geen huid.
  2. transcutane onderooglidcorrectie: hierbij vindt de operatie plaats aan de buitenzijde van het onderooglid (transcutaan = door de huid)

De volgende stappen worden tijdens de transcutane onderooglid-operatie doorlopen:

Overige procedure
Indien er tevens sprake is van een ooglidslapte (ectropion), dan wordt dit eerst gecorrigeerd zoals in de desbetreffende folder wordt beschreven.
Jonge mensen hebben vaak alleen prolaberend (uitpuilend) vet, geen huidteveel. Indien er sprake is van vetophopingen zonder huidteveel wordt een andere operatie-techiek gebruikt: hierbij wordt de huid intact gelaten en wordt het vetteveel weggehaald via de binnenkant van het ooglid (“transconjunctivale” techniek). Bij deze ooglidcorrectie worden geen hechtingen gebruikt!  Deze methode heeft als voordeel dat het litteken van de operatie niet te zien is. Het nadeel is dat rimpels in de huid er niet mee kunnen worden verwijderd.

Risico’s
Hoewel de operatie meestal goed verloopt, kunnen ook bij deze operatie een aantal bijwerkingen en complicaties voorkomen.

Nabloeding
Een enkele keer komt er een meer dan normale bloedlekkage voor, hetgeen meestal niet ernstig is. Zeer zeldzaam kan er nabloeding in de oogkas optreden waardoor het oog kan uitpuilen en de oogzenuw onder spanning kan komen te staan (orbitale bloeding). Dit kan leiden tot blindheid. Een spoedafspraak is dan nodig.

Asymmetrie van de onderoogleden
Het kan voorkomen dat er een verschil in hoogte bestaat tussen het rechter en linker onderooglid.  Een nieuwe of aanvullende procedure is soms geïndiceerd als de oogleden niet helemaal symmetrisch zijn, de ooglidwal niet geheel weggenomen is, of een nieuwe wal is ontstaan als gevolg van verdere verslapping van de huid en de spier rondom het oog. Een geringe asymmetrie is acceptabel bij deze operatie. Meestal wacht men enkele maanden af.
Wanneer te weinig huid wordt weggehaald, blijft het onderooglid rimpelig, maar toch is het vaak niet mogelijk de huid zo op te spannen als de patiënt wenst zonder daardoor een ectropion (laagstand van het onderooglid) te veroorzaken.
Ook het weghalen van vet luistert nauw: het verwijderen van te veel vet veroorzaakt een ingevallen onderooglid. Aan de andere kant kan soms plaatselijk weer ergens onder het ooglid een kleine vetuitpuiling optreden. De correctie van de onderoogleden is technisch lastiger dan van de bovenoogleden.

Ongevoeligheid van de onderoogleden, trekkend gevoel, vochtophoping
U kunt last krijgen van gevoelloosheid van het ooglid of de ooglidrand. Dit komt doordat enkele zenuwen in de huid worden doorsneden tijdens de operatie. Dit herstelt zich meestal in de loop van de maanden.
Een trekkend gevoel ontstaat doordat het litteken het onderooglid opspant.
De ooglidcorrectie leidt tot tijdelijke verslechtering van de lymfeafvoer, waardoor een deel van het ooglid na de operatie dikker is. Er kan daardoor vochtophoping rond de ogen optreden. Aan de zwelling van de oogleden door vochtophoping kan weinig worden gedaan. Meestal verdwijnt dit in de loop van de tijd.

Litteken
Ondanks dat de huidsnede in de natuurlijke huidplooi van het onderooglid wordt geplaatst, kan het litteken soms zichtbaar zijn. In de loop van de tijd wordt het litteken kleiner.

Onvoldoende sluiting van oogleden
Het komt voor dat het ooglid niet goed kan sluiten doordat teveel huid en spier is verwijderd. Ook een littekenreactie kan daartoe bijdragen. Er kan een ectropion ontstaan waarbij de binnenzijde van het onderooglid naar buiten is gedraaid. Dit leidt tot irritatie en tranenvloed. Hierdoor kan bij patiënten, die al een traanfilm van matige kwaliteit of een lage traanproductie hebben, geringe uitdroging van het hoornvlies optreden, wat het gevoel kan veroorzaken of er zand in het oog zit. Bij ernstige vormen kan een hoornvliesontsteking ontstaan.

Wondgenezing
In zeldzamere gevallen kan een epitheelcyste of inclusiecyste (holte met vocht) in het litteken ontstaan. Dit zijn kleine knobbeltjes bij de insteekplaatsen van de hechtingen.

De verzekering
Correctie van huidteveel of van uitpuilend vet in de onderoogleden wordt niet door de verzekeraars vergoed, ook niet wanneer de afwijking het gevolg is van een ziekte, zoals bijvoorbeeld een schildklierziekte.
Voor onkosten / tarieven Deventer ziekenhuis → lees verder.



Deze folder is eigendom van www.oogartsen.nl, afkomstig van het Deventer ziekenhuis, CWZ (Nijmegen), Catharina ziekenhuis (Eindhoven), Elisabeth-TweeSteden ziekenhuis (Tilburg), HAGA ziekenhuis (Den Haag), Albert Schweitzer (Dordrecht), Rijnstate (Arnhem), Alrijne ziekenhuis (Leiderdorp, Leiden), Gelre ziekenhuizen (Apeldoorn, Zutphen);  copyright. Voor de aandachtsgebieden van oogartsen, zie aandachtsgebieden (subspecialisaties).

print deze pagina
 
ga naar boven