DZ/CWZ/CZE/EZ/MMC

Multifocale kunstlens bij staaroperatie

Inhoudsopgave:

Gerelateerde folders op www.oogartsen.nl 
- de folder over staar en staaroperatie (met animatiefilms) → staar en operatie 
- resultaten van staaroperaties → resultaten staaroperaties
- diapresentatie van procedure rondom een staaroperatie → dia's staarbehandeling
- de torische kunstlens → torische kunstlens
- de multifocale kunstlens → deze folder
- complicaties bij staaroperaties → risico's staar

Inleiding multifocale kunstlens
De lens bevindt zich direct achter de pupil (de zwarte opening) en het regenboogvlies (het gekleurde deel van het oog, de iris). Het hoornvlies en de ooglens vormen samen het lichtbrekend systeem van het oog. Hierdoor wordt het  invallende licht (en beelden) samengebracht op het netvlies. Het netvlies, met daarin de kegeltjes en staafjes, ontvangt de beelden en geeft deze door via de oogzenuw aan de hersenen.

doorsnede oog   vooraanzicht oog

Het oog is een optisch systeem waarin de convergerende lens na lichtbreking een beeld projecteert op het netvlies. Doordat de lens van vorm en dikte kan veranderen, veranderen de brekende eigenschappen van het oog, zodat men in staat is om op verschillende afstanden scherp te zien, hetgeen accommodatie wordt genoemd. binnenzijde oog met een troebele ooglens (staar)

De lens zorgt bij mensen onder de 45 jr tevens voor het scherpstellen van de beelden op het netvlies bij het afwisselend kijken van veraf en dichtbij. Dit heet accommodatie (zie elders op de website www.oogartsen.nl).  

De ooglens is in staat om van sterkte veranderen door boller of platter te worden. De lens is niet star, maar kan van sterkte veranderen, waardoor scherpstellen op verschillende afstanden mogelijk is. U kunt dit vergelijken met een fotocamera: door de fotolens te verstellen zorgt u ervoor dat binnenvallende stralen zo door de lens worden gebroken, dat ze precies op de film samenkomen. Uw foto wordt dan scherp.

Rond de leeftijd van 40 tot 50 jaar krijgen veel mensen problemen met het zien van dichtbij. Het lezen van een krant op leesafstand of het werken achter een computer wordt steeds moeilijker. Dit wordt veroorzaakt doordat de lens stugger en minder buigzaam wordt waardoor het vermogen van de ooglens om scherp te stellen afneemt.

Staar en de operatie
Onder normale omstandigheden is de lens helder en doorzichtig. Staar (cataract) is een vertroebeling van de lens in het oog. Als de ooglens troebel is, worden de lichtstralen in hun beloop gestoord, zodat er een onscherp beeld op het netvlies ontstaat. Zo’n 13% van de mensen tussen de 65 en 74 jaar heeft last van staar. Vanaf 70 jaar is dit zelfs 68%. De typen, oorzaken en klachten van staar en de behandeling ervan (staaroperatie) worden uitgebreid besproken en geïllustreerd in een andere folder → zie folder staar.
Hier ziet u de verschillende stappen van een staaroperatie, verricht dmv phaco-emulsificatie (letterlijk: het verpulveren en opzuigen van de lens): verpulveren van de eigen ooglens, implanteren van een opgevouwen kunstlens en de positie van de kunstlens in het lenszakje:
    
Tijdens de operatie wordt normaliter een monofocale vouwbare kunstlens in het oog geïmplanteerd. Dit is een kunstlens waarbij slechts één beeld scherp is, meestal het vertebeeld (mono= één en focaal = beeld of brandpunt). Voor dichtbij (bijv. lezen) is dan wel een bril nodig.
   
links: de monofocale kunstlens
rechts: een multifocale kunstlens die zich in het oog bevindt

Tegenwoordig is het ook mogelijk om een multifocale lens te implanteren. Met deze lens kan men dichtbij en veraf kijken en wordt men méér brilonafhankelijk. De operatieprocedure is gelijk aan de standaard staaroperatie. Alléén wordt er nu een andere kunstlens geïmplanteerd, de multifocale lens.

Soorten kunstlenzen
Voordat de staaroperatie wordt uitgevoerd, moet eerst met een oogmeting de sterkte van de te implanteren lens vastgesteld worden. Dit heet biometrie (zie folder oogmeting). De oogarts zal samen met de patiënt bekijken welke kunstlens er gebruikt gaat worden. Meestal is dit een monofocale kunstlens waarbij na de operatie een leesbril en/of verafbril moet worden gebruikt. Tegenwoordig is het echter ook mogelijk om met speciale (multifocale) kunstlenzen veraf en dichtbij te zien zonder dat een bril nodig is. Dit is een nieuw type kunstlens, waarbij brilgebruik meestal niet meer nodig is. Bij een staaroperatie kan dus gekozen worden uit verschillende soorten kunstlenzen:

a) De Monofocale kunstlens: een scherp beeld op één afstand (zie tekening hierboven)
Monofocaal betekent dat u met de kunstlens maar op één afstand scherp ziet, meestal in de verte. Dat staarpatiënten ondanks een nieuwe kunstlens toch nog een (lees)bril moeten gebruiken, was tot voor kort heel gewoon. Met de huidige, monofocale kunstlenzen is het zicht optimaal en scherp ná optimale correctie met een bril. Na de operatie kunnen bij monofocale kunstlenzen de volgende situaties zich voordoen:
- u kunt zonder bril op afstand scherp zien, maar er is wel een leesbril nodig.
- u kunt zonder bril dichtbij lezen, maar er is een vertebril nodig voor afstand.
- u heeft een bril nodig voor dichtbij en afstand (bifocale of multifocale bril).

Er zijn 2 soorten monofocale kunstlenzen:

kunstlenzen bij staaroperaties kunstlens torisch
 diverse kunstlenzen

b) Multifocale kunstlens: een scherp beeld op meerdere afstanden
Met de komst van de nieuwe multifocale kunstlenzen is lezen zonder bril mogelijk. Deze nieuwe kunstlenzen zijn speciaal ontwikkeld om zonder bril goed te kunnen zien voor dichtbij en veraf. De tussenliggende afstanden zijn vaak iets waziger maar dit is afhankelijk van het type multifocale kunstlens. Met de multifocale kunstlens behoort brilgebruik voor veel patiënten tot de verleden tijd. Met deze nieuwe lenstechnologie heeft de patiënt een uitstekende gezichtsscherpte, zowel dichtbij als veraf en is aanvullend brilgebruik meestal niet langer nodig. De operatietechniek voor het implanteren van deze kunstlens is hetzelfde als die van de standaard monofocale kunstlens.
De kunstlens heeft een leesdeel van +2.5 of +3.0 dioptrie (op lensniveau) zitten (= 2.0 of 2.5 dioptie op brilniveau).
Er zijn meerdere multifocale kunstlenzen beschikbaar, zoals:

Aan het einde van de folder wordt een animatiefilm getoond.

Hoe werkt de multifocale lens?
Een eigen ooglens kan bij mensen voor het 40-45e levensjaar accommoderen (scherpstellen door de ooglens van beelden die veraf en dichtbij staan). Na een staaroperatie wordt een kunstlens geïmplanteerd. Kunstlenzen zijn starre kunststoflenzen die niet kunnen accommoderen. De nieuwe multifocale kunstlens is een kunstlens waarbij in de ontwikkeling rekening is gehouden met het scherpstellende accommodatieve vermogen van de menselijke lens. Deze lens is speciaal ontwikkeld om - zonder bril - dichtbij en veraf goed te kunnen zien. De lens beschikt over een uniek optisch patroon, dat wil zeggen, is zo geslepen dat het natuurlijke accommodatievermogen van de ooglens zo goed mogelijk benaderd wordt. 

De werking van een multifocale kunstlens is per type lens verschillend. De technische details van de verschillende kunstlenzen (Restor, PanOptix, Tecnis, Rezoom) staan in een andere folder vermeld → zie bijlage. Er zijn diffractieve, refractieve en gecombineerde optische systemen.

De kunstlenzen bestaan vaak uit verschillende ringetjes van een verschillende breedte met daartussen de stapjes/trapjes van verschillende hoogte. Het licht dat op deze fijne trapjes van elk ringetje terechtkomt, wordt gebroken (diffractie) waardoor golffronten ontstaan (vergelijk dit met het gooien van een steentje in het water). Deze golffronten worden uiteindelijk zodanig gebroken dat het licht op 2 verschillende focuspunten in het oog terechtkomt (2 beelden, één voor veraf kijken en de ander voor dichtbij kijken). Hoewel het netvlies dus zowel een dichtbij als een veraf beeld scherp ziet, bepaalt de aandacht van de patiënt welk beeld (dichtbij of veraf) de hersenen opnemen. Anders gezegd: de afstand van de persoon tot het object waar men naar kijkt, bepaalt welke lenssterkte overheerst.
Kijkt iemand naar een voorwerp op afstand, dan valt één beeld (waar men naar kijkt) op het netvlies en is een scherp beeld. Het andere beeld valt vóór het netvlies en is daardoor onscherp / wazig (dit beeld is voor de patiënt nauwelijks of niet waarneembaar).
Kijkt iemand naar een voorwerp dichtbij (bijv. op 30-40 cm), dan valt één beeld op het netvlies en is scherp, het 2e (hetzelfde) beeld valt achter het netvlies en is voor de patiënt onscherp.
Hierdoor is het mogelijk om voorwerpen van zowel veraf als dichtbij scherp waar te nemen. Kijkt iemand in het tussenliggend gebied (tussen veraf en dichtbij, bijv. computerscherm ed), dan zal het beeld wel waziger zijn, maar vaak ziet de patiënt toch nog >50% waardoor ze dit vaak toch nog zonder bril kunnen waarnemen. Bij een andere type 'trifocale kunstlens' is de tussenafstand over een breder gebied scherp (tussen 40-60 cm, bijv. de Panoptix lens).

Een kunstlens kan tevens bestaan uit een refractief optisch systeem. Bepaalde delen of zones van de lens zorgen dan voor een goed zicht dichtbij, andere zones voor een goed zicht dichtbij. Ook is een combinatie mogelijk, zoals bij bij de Restor of Panoptix lens. Hierbij heeft het binnenste deel een diffractief systeem en het buitenste deel een refractief optisch systeem. Het buitenste deel bestaat dan uit één geheel, dus zonder fijne trapjes/ringetjes. Dit deel wordt met name gebruikt wanneer de pupil wijd is (bijv. in donkere omstandigheden zoals bij 's avonds autorijden). Het buitenste (refractieve) deel van de kunstlens is bedoeld om de beelden van veraf scherp op het netvlies te projecteren. In dit geval wordt er dus méér licht van een voorwerp op afstand op het netvlies geprojecteerd (terwijl het binnenste deel er voor zorgt dat dichtbij kijken mogelijk blijft). Dit deel wordt niet gebruikt bij dichtbij kijken.

Zoals gezegd zijn er verschillende multifocale kunstlenzen op de markt, bijv. de Restor lenzen (een 'bifocale' Restor lens, Restor-Torische lens), de PanOptix lens (een 'trifocale kunstlens'), de Tecnis Multifocale lens, de Tecnis Symfony lens (asferische diffractieve lens) en de Rezoom lens (multizonale refractieve lens).

Bij een multifocale lens is de doelstelling om brilonafhankelijk te zijn. Het goed kunnen kijken op verschillende afstanden betekent wel dat er een compromis gesloten moet worden, ofwel, het zicht op de verschillende afstanden is net iets minder duidelijk dan bij de standaard (monofocale) lens (waarbij een optimale leesbril wordt gebruikt).
De multifocale lens ('bifocaal' en 'trifocaal') kent verschillende typen:

  1. De standaard multifocale lens. Deze wordt gebruikt bij mensen die geen cilindrische afwijking in het hoornvlies hebben. Er zijn meerdere soorten:
    • de 'bifocale lens' (+2.5 D). Deze multifocale lens (Restor) heeft een additie (leesdeel) van +2.5 D. Deze lens is geschikt voor mensen die na de operatie willen zien zonder bril. Optimaal zicht wordt bereikt op de afstanden 40 cm én op de veraf-afstand. De levensstijl (de dagelijkse activiteiten) van de patiënt wordt gekenmerkt wordt door: een optimaal zicht voor veraf (bijv. tv kijken, autorijden, sporten) en voor de tussenliggende afstand (computer, tablet, make-up opdoen, scheren, kaartspelen). Het lezen voor dichtbij (30 cm) gaat iets minder goed.
    • de 'bifocale lens' (+3.0 D). Deze multifocale lens (Restor) met een additie (leesdeel) van +3.0 D. Deze is geschikt voor mensen die na de operatie willen zien zonder bril. Optimaal zicht wordt bereikt op de afstanden 30-35 cm en op de veraf-afstand. Hun levensstijl wordt gekenmerkt door: een 'gemiddeld' zicht voor veraf (bijv. tv kijken, autorijden), voor de tussenliggende afstand (computer) en voor dichtbij (lezen). Echter, in dit geval is het zicht voor veraf en op de tussenliggende afstand (40-60 cm) iets minder scherp dan bij de +2.5 D lens.
      Bij beide kunstlenzen (+2.5 en +3.0 D) ligt de dichtbij-afstand op ongeveer 40-45 cm. In het overgangsgebied (50 tot 70 cm) is het beeld wel wat waziger met een multifocale kunstlens (bij de +3.0 D lens waziger dan de +2.5 D lens) maar geeft een voldoende scherp zicht en is beter van een monofocale standaard lens. Een bril voor deze overgangsafstand (computerwerk) kan soms wel nodig zijn om een optimaal scherp zicht te krijgen.
    • de 'trifocale lens'. Deze multifocale lens (PanOptix) heeft een optimale scherpte op een leesafstand (40 cm), de tussenliggende afstand (60 cm) en voor veraf. Er bestaat een comfortabele gezichtsscherpte tussen de 40-80 cm (lezen, computerwerk). Het licht wordt verdeeld over 3 foci (40 cm, 60 cm en oneindig). De lens is net op de markt (2015/2016) en uitgebreid onderzoek moet nog plaatsvinden.
  2. De Multifocale lens met Torische correctie is bedoeld voor patiënten die wel een cylindrische afwijking hebben en die na een staaroperatie geen bril wensen voor dichtbij, veraf en de tussenliggende afstand. Niet elke hoogte van de cylinder kan gecorrigeerd worden. De beschikbare cylindersterkte in de kunstlens zijn 1 D (=0.68 D op hoornvliesniveau, model SND1T2 lens), 1.50 D (=1.03 D op hoornvliesniveau, model SND1T3 lens), 2.25 D (=1.55 D op hoornvliesniveau, model SND1T4 lens) en 3.0 D (=3.00 D op hoornvliesniveau, model SND1T5 lens). Ook deze lens bestaat uit 2 sterkten voor het leesdeel:
    • de multifocale-torische lens (Restor) met een additie (leesdeel) van +2.5 D. Deze is geschikt voor mensen die na de operatie willen zien zonder bril. De levensstijl die bij deze lens past, is hierboven beschreven (zie 1).
    • de multifocale-torische lens (Restor) met een additie (leesdeel) van +3.0 D.kunstlens. Deze is geschikt voor mensen die na de operatie willen zien zonder bril. De levensstijl die bij deze lens past, is hierboven beschreven (zie 1). De PanOptic lens is nog niet verkrijgbaar in een torische variant.
    • Overige multifocale-torische lenzen (bijv. Tecnis Symfonie lens)


Selectie criteria
Patiëntenselectie:
Een bepaalde groep patiënten komt in aanmerking voor een multifocale kunstlens. Mensen die behoren tot de meest geschikte groep zijn: patiënten die gemotiveerd zijn om minder afhankelijk te zijn van een bril, staarpatiënten (met of zonder presbyopie), patiënten die heel graag zonder bril willen kijken voor dichtbij en afstand en relatief 'oudere' patienten.
Patiënten die niet of minder geschikt zijn voor een multifocale kunstlens zijn: mensen met te hoge verwachtingen, mensen met veel problemen met de voorgeschreven glazen of contactlenzen, intolerantie voor monovision, mensen die voor hun beroep 's nachts moeten rijden, piloten en mensen die tevreden zijn met het dragen van een bril.

De keuze van de lens en het leesdeel (+2.5 D leesdeel of een +3.0 D leesdeel) wordt bepaald door de levensstijl van de patiënt.

Medische selectie:
Redenen om patiënten geen multifocale kunstlens aan te bieden zijn: een ovaal hoornvlies (astigmatisme, cylinder van het hoornvlies van  >1 dioptrie), een extreme kunstlenssterkte (de lens is beschikbaar tussen 10 en 30 dioptrieën), de aanwezigheid van andere oogheelkundige afwijkingen (bijv. maculadegeneratie, hoornvliesafwijkingen, oogverwondingen), na refractiechirurgisch ingrepen in het verleden (PRK, LASIK ed), bij fixatieproblemen en bij de aanwezigheid van een monofocale kunstlens in 1 oog.

Resultaten
Het gezichtsvermogen
Het gezichtsvermogen van patiënten met een multifocale kunstlens is helderder, duidelijker en scherper dan het vóór de ingreep was. In een onderzoek werd het gezichtsvermogen getest op het lezen van teksten met steeds kleiner wordende letters. Het kleinste lettertype was zoals dat in kranten gebruikt wordt. Maar liefst 80% van de patiënten met een multifocale kunstlens kan zonder bril de kleinst afgebeelde teksten nog snel en gemakkelijk lezen. Uit studies blijkt globaal het volgende:

In het begin, nadat het eerste oog is geopereerd, is het zicht nog niet optimaal. Voor een optimaal resultaat moet de patiënt in beide ogen een multifocale kunstlens hebben. Het is daarom wenselijk om de tijd tussen de eerste en de tweede oogoperatie kort te houden. Meestal wordt het zien in de loop der tijd steeds comfortabeler.
De kunstlens geeft een scherp beeld voor dichtbij (40-45 cm) én voor veraf. De tussenliggende afstand (50-70 cm) is waziger, met een gezichtsvermogen van ongeveer 50-60%. De meeste mensen kunnen in dat geval toch zonder bril, sommige mensen willen voor deze tussenliggende afstand een hulpbril (bijv. alleen een leesbril voor computerwerk). Meestal went men aan deze tussenliggende afstand en wordt het in de loop der tijd makkelijker (bij jongere mensen gaat dit makkelijker dan bij oudere mensen).

In onderstaande figuur is het gezichtsvermogen (visus) uitgezet tegen de afstand (tussen het oog en het object waar men naar kijkt). De werkafstand kan varieren van dichtbij (bijv. draad in de naald doen), een tussenliggende afstand (bijv. lezen of computerwerk) of veraf. Het gezichtsvermogen is afhankelijk van vele factoren en is bij elke patiënt verschillend. Onderstaande figuur laat het gemiddelde gezichtsvermogen zien op een bepaalde afstand. Het is slechts een voorbeeld (!)en dit kan per patiënt verschillen!!

Voor- en nadelen
De menselijke lens stelt beelden van dichtbij en veraf scherp (accommodatie). Kunstlenzen die bij staaroperaties worden geïmplanteerd, kunnen dit niet waardoor voor dichtbij nog altijd een leesbril nodig is.

De monofocale kunstlens (scherp beeld op één afstand)
Met een monofocale kunstlens bereikt men meestal een optimaal scherp zicht voor dichtbij en/of veraf, maar wel met behulp van een bril. De beelden zijn duidelijk en scherp. Na de operatie kan de situatie ontstaan dat het beeld voor veraf scherp is zonder bril, maar dan is er wel een leesbril nodig. 
Het nadeel is dus dat er meestal toch een leesbril (en soms ook een vertebril) noodzakelijk is.

De multifocale kunstlens (scherp beeld op meerdere afstanden)
Er zijn voor- en nadelen van een multifocale kunstlens:

Nadelen:

Voordelen:

Géén staar maar wel een multifocale kunstlens
De multifocale lens kan geïmplanteerd worden bij patiënten met staar. Echter, mensen zonder staar kunnen ook in aanmerking komen voor een multifocale lens. Dit zijn mensen waarbij de eigen ooglens helder is en deze niet meer in staat is voldoende te accommoderen (waardoor een leesbril nodig is). De doelstelling is om te kunnen zien zonder bril voor dichtbij en veraf. Deze behandeling hoort thuis in de categorie:
* refractiechirurgie  →  zie folders: clear lens extraction of refractive lens exchange
* voor de onkosten van deze behandeling (Deventer ziekenhuis) →  lees verder

Overige mogelijkheden (monovisie)
Behalve met multifocale kunstlensimplantatie, kan men soms ook zien zonder bril d.m.v. monovision. Monovision is een manier om de presbyopie, of het verlies van accommodatie, te compenseren door het afwisselend scherp kijken met één van de ogen. Het ene oog ziet scherp op afstand, maar wazig dichtbij (de brilsterkte is dan op afstand "nul"). Het andere oog ziet scherp dichtbij, maar wazig veraf (de brilsterkte ligt dan op afstand tussen ongeveer -1 en -2.5 dioptrie). Voor uitgebreidere informatie, zie folder monovision.

Verzekering, eigen bijdrage
Het ziekenhuis heeft een afspraak met zorgverzekeraars over het tarief van een normale staaroperatie. Binnen dit tarief is er een bepaald bedrag voorzien voor de implantlens. Echter de multifocale kunstlens is aanzienlijk duurder dan de monofocale kunstlens. Daarom dient u er rekening mee te houden dat als u kiest voor een multifocale kunstlens, u hiervoor een eigen bijdrage dient te betalen. 
Maar het lezen zonder bril bij een groot deel van de patiënten en de ontbrekende, terugkomende onkosten voor de aanschaf van brillen, bieden echter weer voordelen. Tijdens de operatie kan het nodig zijn om toch een monofocale kunstlens te implanteren in plaats van een multifocale lens (uiteraard krijgt u dan uw eigen bijdrage terug).
Voor de kosten of eigen bijdrage (Deventer ziekenhuis) → lees verder

Overige informatie
U kunt elders op de website uitgebreidere informatie lezen over oa: 

Animatiefilm (Engels)




Deze folder is eigendom van www.oogartsen.nl, afkomstig van het Deventer ziekenhuis, CWZ (Nijmegen), Catharina ziekenhuis (Eindhoven), Elisabeth-TweeSteden ziekenhuis (Tilburg), HAGA ziekenhuis (Den Haag), Albert Schweitzer (Dordrecht), Rijnstate (Arnhem), Alrijne ziekenhuis (Leiderdorp, Leiden), Gelre ziekenhuizen (Apeldoorn, Zutphen);  copyright. Voor de aandachtsgebieden van oogartsen, zie aandachtsgebieden (subspecialisaties).

print deze pagina
 
ga naar boven