Multifocale kunstlens bij staaroperatie
Inhoudsopgave:- Folders
- Inleiding multifocale kunstlens
- Staar en de operatie
- Soorten kunstlenzen: de monofocale kunstlens of de multifocale kunstlens
- Animatiefilm
- Hoe werkt de multifocale kunstlens
- Selectie criteria
- Resultaten
- Vóór- en nadelen
- Géén staar maar wel een multifocale lens
- Verzekering, eigen bijdrage
Overige gerelateerde folders op www.oogartsen.nl
- de folder over staar en staaroperatie (met animatiefilms) → staar en operatie
- resultaten van staaroperaties → resultaten staaroperaties
- diapresentatie van procedure rondom een staaroperatie → dia's staarbehandeling
- de torische kunstlens → torische kunstlens
- de multifocale kunstlens → deze folder
- complicaties bij staaroperaties → risico's staar
Inleiding multifocale kunstlens
De lens bevindt zich direct achter de pupil (de zwarte opening) en het regenboogvlies (het gekleurde deel van het oog, de iris). Het hoornvlies en de ooglens vormen samen het lichtbrekend systeem van het oog. Hierdoor wordt het invallende licht (en beelden) samengebracht op het netvlies. Het netvlies, met daarin de kegeltjes en staafjes, ontvangt de beelden en geeft deze door via de oogzenuw aan de hersenen.

Het oog is een optisch systeem waarin de convergerende lens na lichtbreking een beeld projecteert op het netvlies. Doordat de lens van vorm en dikte kan veranderen, veranderen de brekende eigenschappen van het oog, zodat men in staat is om op verschillende afstanden scherp te zien, hetgeen accommodatie wordt genoemd. 
De lens zorgt bij mensen onder de 45 jr tevens voor het scherpstellen van de beelden op het netvlies bij het afwisselend kijken van veraf en dichtbij. Dit heet accommodatie (zie elders op de website www.oogartsen.nl).
De ooglens is in staat om van sterkte veranderen door boller of platter te worden. De lens is niet star, maar kan van sterkte veranderen, waardoor scherpstellen op verschillende afstanden mogelijk is. U kunt dit vergelijken met een fotocamera: door de fotolens te verstellen zorgt u ervoor dat binnenvallende stralen zo door de lens worden gebroken, dat ze precies op de film samenkomen. Uw foto wordt dan scherp.
Rond de leeftijd van 40 tot 50 jaar krijgen veel mensen problemen met het zien van dichtbij. Het lezen van een krant op leesafstand of het werken achter een computer wordt steeds moeilijker. Dit wordt veroorzaakt doordat de lens stugger en minder buigzaam wordt waardoor het vermogen van de ooglens om scherp te stellen afneemt.
Staar en de operatie
Onder normale omstandigheden is de lens helder en doorzichtig. Staar (cataract) is een vertroebeling van de lens in het oog. Als de ooglens troebel is, worden de lichtstralen in hun beloop gestoord, zodat er een onscherp beeld op het netvlies ontstaat. Zo’n 13% van de mensen tussen de 65 en 74 jaar heeft last van staar. Vanaf 70 jaar is dit zelfs 68%. De typen, oorzaken en klachten van staar en de behandeling ervan (staaroperatie) worden uitgebreid besproken en geïllustreerd in een andere folder → zie folder staar.
Hier ziet u de verschillende stappen van een staaroperatie, verricht dmv phaco-emulsificatie (letterlijk: het verpulveren en opzuigen van de lens): verpulveren van de eigen ooglens, implanteren van een opgevouwen kunstlens en de positie van de kunstlens in het lenszakje:

Tijdens de operatie wordt normaliter een monofocale vouwbare kunstlens in het oog geïmplanteerd. Dit is een kunstlens waarbij slechts één beeld scherp is, meestal het vertebeeld (mono= één en focaal = beeld of brandpunt). Voor dichtbij (bijv. lezen) is dan wel een bril nodig.

links: de monofocale kunstlens
rechts: een multifocale kunstlens die zich in het oog bevindt
Tegenwoordig is het ook mogelijk om een multifocale lens te implanteren. Met deze lens kan men dichtbij en veraf kijken en wordt men méér brilonafhankelijk. De operatieprocedure is gelijk aan de standaard staaroperatie. Alléén wordt er nu een andere kunstlens geïmplanteerd, de multifocale lens.
Soorten kunstlenzen
Voordat de staaroperatie wordt uitgevoerd, moet eerst met een oogmeting de sterkte van de te implanteren lens vastgesteld worden. Dit heet biometrie (zie folder oogmeting). De oogarts zal samen met de patiënt bekijken welke kunstlens er gebruikt gaat worden. Meestal is dit een monofocale kunstlens waarbij na de operatie een leesbril en/of verafbril moet worden gebruikt. Tegenwoordig is het echter ook mogelijk om met speciale (multifocale) kunstlenzen veraf en dichtbij te zien zonder dat een bril nodig is. Dit is een nieuw type kunstlens, waarbij brilgebruik meestal niet meer nodig is. Bij een staaroperatie kan dus gekozen worden uit verschillende soorten kunstlenzen:
Monofocale kunstlens: een scherp beeld op één afstand (zie tekening hierboven)
Monofocaal betekent dat u met de kunstlens maar op één afstand scherp ziet, meestal in de verte. Dat staarpatiënten ondanks een nieuwe kunstlens toch nog een (lees)bril moeten gebruiken, was tot voor kort heel gewoon. Met de huidige, monofocale kunstlenzen is het zicht optimaal en scherp ná optimale correctie met een bril. Na de operatie kunnen bij monofocale kunstlenzen de volgende situaties zich voordoen:
- u kunt zonder bril op afstand scherp zien, maar er is wel een leesbril nodig.
- u kunt zonder bril dichtbij lezen, maar er is een vertebril nodig voor afstand.
- u heeft een bril nodig voor dichtbij en afstand (bifocale of multifocale bril).
Er zijn 2 soorten monofocale kunstlenzen:
- de monofocale standaard kunstlens: geschikt voor patiënten die geen cylindrische afwijking van het hoornvlies hebben)
- de monofocale torische kunstlens (geschikt voor patiënten met een cylindrische afwijking van het hoornvlies)
Multifocale kunstlens: een scherp beeld op meerdere afstanden
Met de komst van de nieuwe multifocale kunstlenzen is lezen zonder bril mogelijk. Deze nieuwe kunstlenzen zijn speciaal ontwikkeld om zonder bril goed te kunnen zien voor dichtbij en veraf. De tussenliggende afstanden zijn vaak iets waziger maar dit is afhankelijk van het type multifocale kunstlens. Met de multifocale kunstlens behoort brilgebruik voor veel patiënten tot de verleden tijd. Met deze nieuwe lenstechnologie heeft de patiënt een uitstekende gezichtsscherpte, zowel dichtbij als veraf en is aanvullend brilgebruik meestal niet langer nodig. De operatietechniek voor het implanteren van deze kunstlens is hetzelfde als die van de standaard monofocale kunstlens. De kunstlens heeft een leesdeel van +3.0 dioptrie (lensniveau) zitten (= 2.5 dioptie op brilniveau).
Er zijn meerdere multifocale kunstlenzen beschikbaar, zoals
- de AcrySof®ReSTOR® (afgekort ReSTOR-lens). De naam van de kunstlens ReSTOR is afgeleid van het Engelse "to restore" (beter maken, herstellen); de lens herstelt immers het gezichtsvermogen van de patiënt zonder bril. Er zit een soort leesdeel in de kunstlens (zoals bij een bril). Sinds kort is er, naast de standaard-Restor lens, ook een AcrySof®ReSTOR®Toric (afgekort Restor-Toric) beschikbaar. Een torische lens corrigeert een cylindrische afwijkingen van het oog (zie folder cylinder en/of torische lens). Een cylinder betekent dat het voorvlak van het hoornvlies niet een ronde (voetbal) vorm maar een ovale (rugbybal) vorm heeft. De Restor-Torische kunstlens heeft eigenschappen van een Restor lens (met ringen voor zicht veraf en dichtbij) en een Torische lens (ter correctie van een cylinder). Deze lens is dan ook bedoeld voor patiënten die ook een cylindrische afwijking hebben en die na een staaroperatie geen bril wensen voor dichtbij, veraf en de tussenliggende afstand.
- de Tecnis® Multifocal lens
- de Rezoom lens
Hoe werkt de multifocale lens?
Een eigen ooglens kan bij mensen voor het 40-45e levensjaar accommoderen (scherpstellen door de ooglens van beelden die veraf en dichtbij staan). Na een staaroperatie wordt een kunstlens geïmplanteerd. Kunstlenzen zijn starre kunststoflenzen die niet kunnen accommoderen. De nieuwe multifocale kunstlens is een kunstlens waarbij in de ontwikkeling rekening is gehouden met het scherpstellende accommodatieve vermogen van de menselijke lens. Deze lens is speciaal ontwikkeld om - zonder bril - dichtbij en veraf goed te kunnen zien. De lens beschikt over een uniek optisch patroon, dat wil zeggen, is zo geslepen dat het natuurlijke accommodatievermogen van de ooglens zo goed mogelijk benaderd wordt.
De werking van een multifocale kunstlens is per type lens verschillend. De technische details van de verschillende kunstlenzen (Restor, Tecnis, Rezoom) staan in een andere folder vermeld → zie bijlage. Er zijn diffractieve, refractieve en gecombineerde optische systemen.
De kunstlenzen bestaan vaak uit verschillende ringetjes van een verschillende breedte met daartussen de stapjes/trapjes van verschillende hoogte. Het licht dat op deze fijne trapjes van elk ringetje terechtkomt, wordt gebroken (diffractie) waardoor golffronten ontstaan (vergelijk dit met het gooien van een steentje in het water). Deze golffronten worden uiteindelijk zodanig gebroken dat het licht op 2 verschillende focuspunten in het oog terechtkomt (2 beelden, één voor veraf kijken en de ander voor dichtbij kijken). Hoewel het netvlies dus zowel een dichtbij als een veraf beeld scherp ziet, bepaalt de aandacht van de patiënt welk beeld (dichtbij of veraf) de hersenen opnemen. Anders gezegd: de afstand van de persoon tot het object waar men naar kijkt, bepaalt welke lenssterkte overheerst.
Kijkt iemand naar een voorwerp op afstand, dan valt één beeld (waar men naar kijkt) op het netvlies en is een scherp beeld. Het andere beeld valt vóór het netvlies en is daardoor onscherp / wazig (dit beeld is voor de patiënt nauwelijks of niet waarneembaar).
Kijkt iemand naar een voorwerp dichtbij (bijv. op 30-40 cm), dan valt één beeld op het netvlies en is scherp, het 2e (hetzelfde) beeld valt achter het netvlies en is voor de patiënt onscherp.
Hierdoor is het mogelijk om voorwerpen van zowel veraf als dichtbij scherp waar te nemen. Kijkt iemand in het tussenliggend gebied (tussen veraf en dichtbij, bijv. computerscherm ed), dan zal het beeld wel waziger zijn, maar vaak ziet de patiënt toch nog >50% waardoor ze dit vaak toch nog zonder bril kunnen waarnemen. 

Een kunstlens kan tevens bestaan uit een refractief optisch systeem. Bepaalde delen of zones van de lens zorgen dan voor een goed zicht dichtbij, andere zones voor een goed zicht dichtbij. Ook is een combinatie mogelijk, zoals bij bij de Restor lens. Hierbij heeft het binnenste deel een diffractief systeem en het buitenste deel een refractief optisch systeem. Het buitenste deel bestaat dan uit één geheel, dus zonder fijne trapjes/ringetjes. Dit deel wordt met name gebruikt wanneer de pupil wijd is (bijv. in donkere omstandigheden zoals bij s'avonds autorijden). Het buitenste (refractieve) deel van de kunstlens is bedoeld om de beelden van veraf scherp op het netvlies te projecteren. In dit geval wordt er dus méér licht van een voorwerp op afstand op het netvlies geprojecteerd (terwijl het binnenste deel er voor zorgt dat dichtbij kijken mogelijk blijft). Dit deel wordt niet gebruikt bij dichtbij kijken.
Zoals gezegd zijn er verschillende multifocale kunstlenzen op de markt, bijv. de Restor lenzen (een standaard Restor lens en een Restor-Torische lens), de Tecnis lens (asferische diffractieve lens) en de Rezoom lens (multizonale refractieve lens).
De standaard Restor lens is de Restor SN6AD1 lens (tot voor kort bestond ook een Restor SN6AD3 lens maar die wordt nu niet meer geadviseerd).
De Restor-Torische lens is bedoeld voor patiënten die ook een cylindrische afwijking hebben en die na een staaroperatie geen bril wensen voor dichtbij, veraf en de tussenliggende afstand. Niet elke hoogte van de cylinder kan gecorrigeerd worden. De beschikbare cylinder sterkte in de kunstlens zijn 1 D (=0.68 D op hoornvliesniveau, model SND1T2 lens), 1.50 D (=1.03 D op hoornvliesniveau, model SND1T3 lens), 2.25 D (=1.55 D op hoornvliesniveau, model SND1T4 lens) en 3.0 D (=3.00 D op hoornvliesniveau, model SND1T5 lens).
Bij beide kunstlenzen ligt de dichtbij-afstand op ongeveer 40-45 cm. In het overgangsgebied (50 tot 70 cm) is het beeld wel wat waziger met een multifocale kunstlens maar geeft een voldoende scherp zicht en is beter van een monofocale standaard lens. Een bril voor deze overgangsafstand (computerwerk) kan soms wel nodig zijn om een optimaal scherp zicht te krijgen.
Selectie criteria
Patiëntenselectie:
Een bepaalde groep patiënten komt in aanmerking voor een multifocale kunstlens. Mensen die behoren tot de meest geschikte groep zijn: patiënten die gemotiveerd zijn om minder afhankelijk te zijn van een bril, staarpatiënten (met of zonder presbyopie), patiënten die heel graag zonder bril willen kijken voor dichtbij en afstand en relatief 'oudere' patienten.
Patiënten die niet of minder geschikt zijn voor een multifocale kunstlens zijn: mensen met te hoge verwachtingen, mensen met veel problemen met de voorgeschreven glazen of contactlenzen, intolerantie voor monovision, mensen die voor hun beroep 's nachts moeten rijden, piloten en mensen die tevreden zijn met het dragen van een bril.
Medische selectie:
Redenen om patiënten geen multifocale kunstlens aan te bieden zijn: een ovaal hoornvlies (astigmatisme, cylinder van het hoornvlies van >1 dioptrie), een extreme kunstlenssterkte (de lens is beschikbaar tussen 10 en 30 dioptrieën), de aanwezigheid van andere oogheelkundige afwijkingen (bijv. maculadegeneratie, hoornvliesafwijkingen, oogverwondingen), na refractiechirurgisch ingrepen in het verleden (PRK, LASIK ed), bij fixatieproblemen en bij de aanwezigheid van een monofocale kunstlens in 1 oog.
Resultaten
Het gezichtsvermogen
Het gezichtsvermogen van patiënten met een multifocale kunstlens is helderder, duidelijker en scherper dan het vóór de ingreep was. In een onderzoek werd het gezichtsvermogen getest op het lezen van teksten met steeds kleiner wordende letters. Het kleinste lettertype was zoals dat in kranten gebruikt wordt. Maar liefst 80% van de patiënten met een multifocale kunstlens kan zonder bril de kleinst afgebeelde teksten nog snel en gemakkelijk lezen. Uit studies blijkt globaal het volgende:
- Totaal (veraf en dichtbij): na dubbelzijdige implantatie (multifocale lens in beide ogen) gebruikt in het algemeen 80-90% van de patiënten geen bril meer (65% gebruikt nooit meer een bril, 30% gebruikt soms nog een bril en 1-5% heeft altijd nog een bril nodig).
- Als gekeken wordt naar de afzonderlijke afstanden:
- als alléén naar dichtbij wordt gekeken: ± 75-85% van de patiënten hoeft nooit meer een leesbril te gebruiken.
- als alléén naar veraf wordt gekeken: ± 90-95% van de patiënten hoeft nooit meer een verafbril te gebruiken, het overige deel heeft wel (soms) een verafbril nodig.
- als alléén naar de tussenliggende afstand wordt gekeken (bijv. computer): ± 90-95% van de patiënten met een Restor SN6AD1 lens heeft geen bril meer nodig voor deze tussenliggende afstand (zie bijlage kunstlens). Het beeld is overigens wel iets waziger maar de meeste patiënten hebben een voldoende beeld om zonder bril te kunnen kijken.
In het begin, nadat het eerste oog is geopereerd, is het zicht nog niet optimaal. Voor een optimaal resultaat moet de patiënt in beide ogen een multifocale kunstlens hebben. Het is daarom wenselijk om de tijd tussen de eerste en de tweede oogoperatie kort te houden. Meestal wordt het zien in de loop der tijd steeds comfortabeler.
De kunstlens geeft een scherp beeld voor dichtbij (40-45 cm) én voor veraf. De tussenliggende afstand (50-70 cm) is waziger, met een gezichtsvermogen van ongeveer 50-60%. Hierbij scoort de Restor-SN60AD1 beter dan de Restor-SN60AD3 lens (vandaar dat de SN60AD3 niet meer gebruikt wordt). De meeste mensen kunnen in dat geval toch zonder bril, sommige mensen willen voor deze tussenliggende afstand een hulpbril (bijv. alleen een leesbril voor computerwerk). Meestal went men aan deze tussenliggende afstand en wordt het in de loop der tijd makkelijker (bij jongere mensen gaat dit makkelijker dan bij oudere mensen).
In onderstaande figuur is het gezichtsvermogen (visus) uitgezet tegen de afstand (tussen het oog en het object waar men naar kijkt). De werkafstand kan varieren van dichtbij (bijv. draad in de naald doen), een tussenliggende afstand (bijv. lezen of computerwerk) of veraf. Het gezichtsvermogen is afhankelijk van vele factoren en is bij elke patiënt verschillend. Onderstaande figuur laat het gemiddelde gezichtsvermogen zien op een bepaalde afstand. Het is slechts een voorbeeld (!)en dit kan per patiënt verschillen!!
- de groene lijn geeft het gezichtsvermogen (visus) weer van een patiënt met staar. In dit geval ziet de patiënt slechts 40% op afstand (dwz. > 5 meter).
- de blauwe lijn: een patiënt die geopereerd is aan staar en een standaard monofocale kunstlens heeft gekregen. De visus is op afstand (dwz. > 5 meter) goed zonder bril (100%), maar neemt af als het voorwerp dichterbij wordt gehouden. Een leesbril is hiervoor nodig.
- de rode lijn: een patiënt die geopereerd is aan staar waarbij een multifocale kunstlens (type a) is geïmplanteerd. Met het leesdeel in de kunstlens kan de patiënt goed zien op een afstand van 0.4 - 0.5 meter (40-50 cm). Deze kunstlens heeft een zwakker leesdeel dan type b. De gezichtsscherpte wordt minder op een afstand van 0.7-0.8 meter. Een voorbeeld is de Restor SN6AD1.
Voor- en nadelen
De menselijke lens stelt beelden van dichtbij en veraf scherp (accommodatie). Kunstlenzen die bij staaroperaties worden geïmplanteerd, kunnen dit niet waardoor voor dichtbij nog altijd een leesbril nodig is.
De monofocale kunstlens (scherp beeld op één afstand)
Met een monofocale kunstlens bereikt men meestal een optimaal scherp zicht voor dichtbij en/of veraf, maar wel met behulp van een bril. De beelden zijn duidelijk en scherp. Na de operatie kan de situatie ontstaan dat het beeld voor veraf scherp is zonder bril, maar dan is er wel een leesbril nodig.
Het nadeel is dus dat er meestal toch een leesbril (en soms ook een vertebril) noodzakelijk is.
De multifocale kunstlens (scherp beeld op meerdere afstanden)
Er zijn voor- en nadelen van een multifocale kunstlens:
Nadelen:
- Refractiefout. Bij een klein deel van de patiënten komt de eindsterkte niet goed uit. De metingen van kunstlenzen vóór de operatie kunnen enigszins variabel zijn per patiënt waardoor de kunstlens een geringe afwijkende brilsterkte (refractiefout) kan hebben. Deze patiënten hebben toch een bril nodig voor een optimaal zicht. Als u na de staaroperatie niet tevreden bent met uw gezichtsvermogen tgv een refractieffout, kan een aanvullende behandeling nodig zijn. Correctie van de refractiefout kan plaatsvinden dmv refactiechirurgie (ooglaseren van het hoornvlies) of een nieuwe kunstlensimplantatie. Voor informatie over de laserbehandeling, zie folder PRK. Overleg met uw oogarts of u in aanmerking komt voor een aanvullende behandeling en wat de eventuele kosten hiervan zijn.
- Bijverschijnselen (glare en halo's). Het oog krijgt 2 beelden tegelijktijd binnen. Er ontstaat op het netvlies tegelijkertijd een beeld dat op afstand maar ook dichtbij aanwezig is. De hersenen kiezen het juiste beeld uit waar men naar kijkt. Eén van de beelden is dan erg wazig en wordt niet/nauwelijks waargenomen. Dit 2e wazige beeld kan echter wel een schaduwbeeld geven.
- Deze bijverschijnselen worden dysphotopsieën genoemd (glare en halo's). Glare betekent verblinding door lampen of het uitwaaieren van lichtbronnen. Voorbeelden zijn oa last van tegemoetkomend verkeer (autolampen), autorijden bij zonnig weer (zoals autolampen). Halo's zijn ringen of cirkels rondom lampen (mn in het donker).
De meeste patiënten hebben vóór de staaroperatie al last van deze nevenverschijnselen zoals glare, halo's of problemen bij de nachtzien. Dit wordt veroorzaakt door de staar.Deze klachten, vooral glare en problemen bij nachtzien, wordt veroorzaakt door de staar zelf. Deze klachten worden minder na de staaroperatie met implantatie van de multifocale kunstlens. Echter, bij een deel van de patiënten blijven deze klachten in enige mate bestaan. Het komt voor bij ongeveer 15-20% van de patiënten (bij 5-10% wordt dit als storend ervaren). Deze verschijnselen komen ook voor bij de standaard-monofocale kunstlens, maar vaak in minder mate.
Glare en halo-klachten treden met name in het donker op. Als u vaak 's nachts moet rijden of als uw beroep van u vraagt dat u uw ogen nog dichterbij moet scherpstellen dan voor lezen, dan is een monofocale kunstlens samen met een bril mogelijk een betere keus voor u. De wijze waarop een patiënt dit waarneemt, staat elders geïllustreerd → zie folder stoornissen in de waarneming. Gezichtsscherpte. Elk beeld krijgt minder dan 100% van het binnenkomend licht binnen. Hierdoor zou de gezichtsscherpte een fractie minder kunnen zijn dan bij de monofocale lens. Het kan leiden tot minder scherp zien bij mist of weinig licht. Bij metingen blijkt dat het contrast iets minder is, maar dit wordt door de patiënt niet als een probleem ervaren. Er zijn geen problemen te verwachten met kleurwaarneming.
Bijbetaling, extra kosten. De kunstlens is duurder en moet worden bijbetaald (zie hierna).
Voordelen:
- Zien zonder bril. Het duidelijke voordeel is dat ongeveer 80 - 90% van de patiënten géén bril meer hoeft te gebruiken. De multifocale kunstlens benadert door een uniek optisch patroon het natuurlijke accommodatievermogen van de menselijke ooglens. Veraf en dichtbij kan de patiënt duidelijk zien, in het overgangsgebied (alles er tussenin) is het zicht minder scherp. De multifocale kunstlens verbetert de kwaliteit van het zien, bijv. bij werkzaamheden voor dichtbij (hobbies, lezen, opmaken /make-up) en voor de tussenliggende afstanden (computerwerk). Ook het inschatten van de diepte (dieptezien) gaat beter.
- Nabehandeling. Vóór de staarbehandeling wordt de kunstlenssterkte bepaald. In verband met meetvariatie tussen personen, heeft ongeveer 20% van de patiënten helaas toch nog een bril nodig. Indien de eindsterkte niet goed uitkomt, is een brilcorrectie of een eventuele laserbehandeling van het hoornvlies mogelijk om dit alsnog te corrigeren. Het voordeel is dus dat een eventuele nacorrectie tot de mogelijkheden behoort. Aan de laserbehandeling zijn wel beperkte kosten verbonden (voor de onkosten in Deventer ziekenhuis, zie folder onkosten).
- Operatie risico's. Voor de operatie gelden de standaard operatierisico's zoals die in de staarfolder vermeld zijn.
- Tevredenheid? In studies is gevraagd aan de patiënten of ze de operatie achteraf bezien, alsnog zouden laten verrichten. Ongeveer 90-95% van deze patiënten zou de operatie met een multifocale kunstlens opnieuw laten uitvoeren.
Géén staar maar wel een multifocale kunstlens
De multifocale lens kan geïmplanteerd worden bij patiënten met staar. Echter, mensen zonder staar kunnen ook in aanmerking komen voor een multifocale lens. Dit zijn mensen waarbij de eigen ooglens helder is en deze niet meer in staat is voldoende te accommoderen (waardoor een leesbril nodig is). De doelstelling is om te kunnen zien zonder bril voor dichtbij en veraf. Deze behandeling hoort thuis in de categorie:
* refractiechirurgie → zie folders: clear lens extraction of refractive lens exchange
* voor de onkosten van deze behandeling (Deventer ziekenhuis) → lees verder
Overige mogelijkheden (monovisie)
Behalve met multifocale kunstlensimplantatie, kan men soms ook zien zonder bril d.m.v. monovision. Monovision is een manier om de presbyopie, of het verlies van accommodatie, te compenseren door het afwisselend scherp kijken met één van de ogen. Het ene oog ziet scherp op afstand, maar wazig dichtbij (de brilsterkte is dan op afstand "nul"). Het andere oog ziet scherp dichtbij, maar wazig veraf (de brilsterkte ligt dan op afstand tussen ongeveer -1 en -2.5 dioptrie). Voor uitgebreidere informatie, zie folder monovision.
Verzekering, eigen bijdrage
Het ziekenhuis heeft een afspraak met zorgverzekeraars over het tarief van een normale staaroperatie. Binnen dit tarief is er een bepaald bedrag voorzien voor de implantlens. Echter de multifocale kunstlens is aanzienlijk duurder dan de monofocale kunstlens. Daarom dient u er rekening mee te houden dat als u kiest voor een multifocale kunstlens, u hiervoor een eigen bijdrage dient te betalen.
Maar het lezen zonder bril bij een groot deel van de patiënten en de ontbrekende, terugkomende onkosten voor de aanschaf van brillen, bieden echter weer voordelen. Tijdens de operatie kan het nodig zijn om toch een monofocale kunstlens te implanteren in plaats van een multifocale lens (uiteraard krijgt u dan uw eigen bijdrage terug).
Voor de kosten of eigen bijdrage (Deventer ziekenhuis) → lees verder
Overige informatie
U kunt elders op de website uitgebreidere informatie lezen over oa:
- de technische details van de werking van de kunstlens → zie folder bijlage
- resultaten van het gezichtsvermogen op verschillende afstanden → zie folder bijlage
- de bijwerkingen (glare, halo's) → zie folder bijlage
- de wijze waarop een patiënt glare en halo's waarneemt → zie folder stoornissen in de waarneming.
- accommoderende Crystalens (details en vergelijking met de Restor lens) → zie folder Crystalens
- Er staat ook een film op de website over de verschillende lenstypen (zie folder film lenzen).
Deze folder is eigendom van www.oogartsen.nl, afkomstig van het Deventer ziekenhuis (Deventer), CWZ (Nijmegen), Catharina ziekenhuis (Eindhoven), Elisabeth ziekenhuis (Tilburg), HAGA ziekenhuis (Den Haag), Albert Schweitzer (Dordrecht) en Rijnstate (Arnhem), copyright. Voor de aandachtsgebieden van oogartsen, zie aandachtsgebieden (subspecialisaties).





