DZ/CWZ/CZE/EZ/MMC

Droge ogen

Inhoudsopgave:

Wat is een traanfilm?
Op het oog rust een traanfilm. De traanfilm of het traanvocht dient ervoor om het oog te bevochtigen en het hoornvlies te beschermen tegen uitdroging en vuil. Bij elke knipperslag van de oogleden wordt traanvocht in een dun laagje gelijkmatig over het oog verdeeld. Dit dunne laagje wordt de traanfilm genoemd. Een optimale traanfilm is ook nodig voor een optimale breking van licht of beelden om scherp te kunnen zien.
Ogen zijn droog als er te weinig tranen zijn of als de tranen van slechte kwaliteit zijn, waardoor het oog niet goed vochtig wordt gehouden.
doorsnede oog traanklier en traanwegen
Animatiefilm (alleen op website, met geluid)


Aanmaak en afvoer van tranen
Het traanvocht wordt  gemaakt door het slijmvlies van het oog (conjunctiva, het witte deel van het oog) en de traanklier (nr 1). De traanklier ligt in de oogkas boven de buitenste ooghoek (onder de botrand bij de wenkbrauw). Een deel van de tranen verdampt op het hoornvlies. De overige tranen worden afgevoerd via het traanwegsysteem. Het traanweg afvoersysteem bestaat uit de bovenste en onderste traanpunten (2), de bovenste en onderste traankanaaltjes (3), de traanzak (4) en  het neustraankanaal (5). Uiteindelijk komen overtollige tranen in de neus (6) terecht.

Opbouw van de traanfilm
De traanfilm is een dun laagje vocht dat over het voorste deel van het oog (hoornvlies en slijmvlies) ligt.  Het is nodig om een optimale gezichtsscherpte te krijgen (een glad oppervlak waarin de lichtstralen optimaal worden gebroken). Tevens wordt het oog gesmeerd en beschermd tegen vuil, stof en infecties.

Bij elke knipperslag (na 20-30 seconden) wordt de traanfilm in een dun laagje gelijkmatig verdeeld over het oog.

Hiernaast is de opbouw van de traanfilm weergegeven. Deze traanfilm is samengesteld uit drie bestanddelen (de bijdrage staat in percentage vermeld): 

  1. een buitenste (lipide/vet) laag (0.5%): deze olie-achtige laag wordt geproduceerd door kleine kliertjes in de oogleden (de Meibom kliertjes); deze laag voorkómt een snelle verdamping van het traanvocht.
  2. een middelste (waterige) laag (95%): deze wordt geproduceerd door kleine kliertjes in het slijmvlies en door de traanklier. Deze laag spoelt het oog schoon van vuil, stof en bacteriën.
  3. een binnenste (mucine) laag (4.5%): deze slijmachtige laag wordt geproduceerd door kleine kliertjes (de slijmbekercellen) in het bindvlies van het oog; dit laagje zorgt ervoor dat de waterige laag zich gelijkmatig over het oog verdeelt en zich er goed aan vasthecht.

Klachten van droge ogen
De klachten kunnen divers zijn en o.a. bestaan uit:

Wat zijn de oorzaken van droge ogen?
Droge ogen ontstaan als er onvoldoende traanvocht wordt aangemaakt en/of het traanvocht van onvoldoende kwaliteit is. Meestal is de samenstelling van de traanfilm niet goed doordat één van de 3 bestanddelen of lagen van de traanfilm onvoldoende aanwezig is; dit leidt dan tot een droger oog. De meest voorkomende oorzaken van droge ogen zijn:

1.  Een toegenomen verdamping van traanvocht
Een toename van de verdamping van het traanlaagje leidt tot een droog oog. De oorzaken kunnen zijn:

2. Een verminderde productie van traanvocht
De productie van traanvocht kan onvoldoende zijn door verschillende oogziekten. Deze traanproductie kan gemeten worden met eens speciaal stripje (Schirmer test).

3. Onregelmatigheden van het oogoppervlak
Er kunnen op het hoornvlies- of bindvliesoppervlak plaatselijke onregelmatigheden aanwezig zijn waardoor de traanfilm tijdens een knipperslag bepaalde delen van het oogoppervlak niet goed bevochtigd. De traanfilm wordt dan niet gelijkmatig verdeeld over het hoornvliesoppervlak. Op die plekken wordt het dan droger. Voorbeelden zijn bindvlieszwellingen (na operaties, pterygium) of onregelmatigheden van het hoornvlies (map-dot- fingerprint dystrofie).

4. Onbekende oorzaak
Vaak blijft de oorzaak van een droog oog onbekend.

Samengevat
De kwaliteit van de traanfilm wordt bepaald door een complex samenspel van de knipperfrequentie, de traanproductie, de traanafvoer en de verdamping van het oogoppervlak. Indien deze balans niet optimaal is, ontstaat een afwijkende traanfilm (traanfilm insufficientie) waardoor de klachten van 'droge ogen' ontstaan. Het "Droge ogen syndroom" is een conditie waarbij het oogoppervlak droog of beschadigd is door een verminderde traanproductie en/of een overmatige verdamping van traanvocht.

Het onderzoek
De traanfilm kan aangekleurd worden met een speciale kleurstof (fluoresceine) en worden bekeken met blauw licht. De traanfilm hoort bij een normaal oog minstens 10 sec egaal aan te kleuren. Deze aankleuring wordt uitgedrukt in een zogenaamde BUT (break-up time) van de traanfilm. Als de traanfilm niet meer egaal aankleurt, ontstaan er donkere plekken in de traanfilm (dat zijn de droge plekken). Er wordt gekeken hoe snel de aankleuring droogvalt. Bij droge ogen is deze BUT van de traanfilm korter dan normaal (< 10 sec).

  
BUT-traanfilm: bij een korte BUT ontstaan donker (droge) plekken in de traanfilm (witte pijlen)

Vaak zijn ook één of meerdere slijmvliesplooitjes te zien die rusten op het onderooglid. Dit wordt een conjunctivo-chalasis genoemd (zie folder). Deze conjunctivo-chalasis kan ook bij andere oogaandoeningen voorkomen (bijv. een slijmvliesbloeding):
  conjunctivo-chalasis (lipcof plooitjes)

Bij ernstigere traanfilmproblemen worden droge puntvormige (beschadigde) plekjes op het hoornvlies waargenomen. Deze zwakke plekjes kleuren lichtgroen aan en worden punctata genoemd (linker foto). De traanproductie wordt soms gemeten met een papieren-stripje, de Schirmertest (rechter foto):
droge plekjes op hoornvlies   Schirmertest bij droge ogen 
Bij droge ogen wordt de bovenste en onderste traanfilmmeniscus minder hoog (dit is het waterlaagje op de overgang van het ooglid en de oogbol). Op microscopisch niveau lijken er, bij ernstige vormen, veranderingen plaats te vinden van het oogoppervlak (afwijkende hoornvlieszenuwtjes en minder epitheel- of 'huid'cellen van het hoornvlies).

Hoe vaak komt het voor (de prevalentie)?
Veel mensen ervaren in enige mate klachten van droge ogen, mede afhankelijk van omgevingsfactoren (bijv. droge lucht, airconditioning). Sommige mensen hebben vaak of constant last van droge ogen. Er is onderzocht hoe vaak mensen ernstige klachten ('vaak of constant klachten') hebben of waarbij de oogarts de diagnose heeft gesteld. De prevalentie is ligt tussen de 4-10% bij mensen > 40-50 jr en 10-15% bij mensen > 65 jr. Het risico op ernstige droge ogen is afhankelijk van oa:

Behandeling
Als er een aanwijsbare oorzaak is, dan wordt die eerst behandeld. Maar het lukt lang niet altijd de oorzaak van de droge ogen weg te nemen. In dat geval bestaat de behandeling uit het verlichten van de klachten. Dat kan door:

1. Kunsttranen
De traanvervangers kunnen bestaan uit "kunsttranen". Deze kunnen bestaan uit:

Soms worden verschillende druppels/gels voorgeschreven zodat u, na een testperiode, de fijnste of best werkende druppel kunt continueren. Het gebruik van kunsttranen is meestal afdoende. U mag zelf bepalen hoe vaak u druppelt; dat is afhankelijk van de klachten. Indien de klachten verminderen dan wordt aangeraden om de druppelfrequentie te verminderen. Voor druppelinstructies →  lees verder.
Bij chronische en ernstige oogproblemen worden kunsttranen zonder conserveermiddelen voorgeschreven (bijv. Duratears free, Celluvisc, Protagens mono, Vidisic EDO, Hypromellose monofree, Oculotect unidose).
Als u contactlenzen draagt, let dan op de samenstelling van de kunsttranen. Het conserveermiddel kan met de contactlenzen reageren en ook opgenomen worden in de contactlens zelf, hetgeen weer het oog kan irriteren. Vooral zachte lenzen zijn hiervoor gevoelig. Conserveermiddelvrije kunsttranen kunnen bij het gebruik van contactlenzen een alternatief zijn (bijv. Duratears free, Oculotect mono). Ook zijn er kunsttranen die een bepaald soort conserveermiddel bevatten dat wel bij contactlenzen gebruikt mag worden (bijv. Duratears, Optivue). Soms is het oog te droog om nog verder contactlenzen te kunnen blijven dragen.

Essentiele vetzuren, zoals omega-3 en omega-6, worden niet door het lichaam aangemaakt en moeten via een dieet worden ingenomen (de ideale verhouding is 1:2.3). Omega-6 zit voldoende in het voedsel. Inname van extra omega-3 zou de traanfilmstabiliteit en de traanproductie kunnen verbeteren met minder klachten van droge ogen (omega-3 heeft waarschijnlijk een ontstekingremmende werking op de talgkliertjes waardoor het vetlaagje op de traanfilm verbetert) [Ophth2013; 2191]. Deze behandeling is te overwegen bij ernstige klachten.

2. Het belemmeren van de afvoer van de tranen
De tranen worden met name afgevoerd via het traanwegsysteem, gelegen in de binnenste ooghoek. Het is belangrijk om het nog aanwezige traanvocht zo lang mogelijk vast te houden. Dat kan door het traanafvoer- kanaaltje tijdelijk of permanent dicht te maken (punctum occlusie genoemd). Men kan ook de verdamping van het traanvocht verminderen met een beschermbril of het operatief verkleinen van de ooglidspleet (tarsorraphie). Deze behandeling is alleen nodig bij ernstige klachten van droge ogen.

3. Het verbeteren van de omgevingsfactoren
Als externe omstandigheden (zoals airconditioning), de droge ogen veroorzaken, kunnen de klachten verminderen door deze omstandigheden te vermijden of aan te passen. De volgende factoren kunnen een bijdrage leveren aan een vochtiger oog:

4.  De behandeling van lichamelijke (oog)ziekten
Als droge ogen het gevolg zijn van lichamelijke (oog)ziekten, behoort de behandeling ook hier op gericht te zijn. Bij een ooglidrand-ontsteking moet deze eerst worden behandeld (zie folder blefaritis), eventueel ondersteund door het gebruik van kunsttranen. 

Prognose
Het droge oog is vaak een chronische aandoening. Dit betekent dat de klachten vaak in enigerlei mate aanwezig blijven. De klachten kunnen wisselend in ernst aanwezig zijn. Soms zijn er perioden zonder klachten, afgewisseld door perioden met een toename van klachten (bijv. bij droge omgevingsfactoren). Kunsttranen dienen er in deze periode dan ook voor om de klachten te verlichten en de balans weer enigszins te herstellen. Kunsttranen verzachten de klachten, maar genezen de onderliggende aandoening meestal niet.



Deze folder is eigendom van www.oogartsen.nl, afkomstig van het Deventer ziekenhuis (Deventer), CWZ (Nijmegen), Catharina ziekenhuis (Eindhoven), Elisabeth ziekenhuis (Tilburg), HAGA ziekenhuis (Den Haag), Albert Schweitzer (Dordrecht) en Rijnstate (Arnhem) Rijnland ziekenhuis (Leiderdorp), copyright. Voor de aandachtsgebieden van oogartsen, zie aandachtsgebieden (subspecialisaties).

print deze pagina
 
ga naar boven