DZ/CWZ/CZE/EZ/MMC

Lui oog (amblyopie)

Inhoudsopgave:

De ontwikkeling van het normale zien
Het visuele systeem bestaat uit de ogen, de oog- en hersenzenuw en het ziencentrum van de hersenen. In de eerste maanden na de geboorte ontwikkelt het gezichtsvermogen van een baby zich snel, onder invloed van alle visuele informatie (beelden) die hij uit zijn omgeving krijgt. Het gezichtsvermogen blijft zich ontwikkelen gedurende de vroege kinderjaren. Naar algemeen wordt aangenomen, is de ontwikkeling van het visuele systeem rond het 10e levensjaar voltooid; daarna kunnen er geen verbeteringen meer optreden. Als er sprake is van een stoornis in de ogen, ontwikkelt het visuele systeem of het gezichtsvermogen zich niet normaal, kan het blijven stilstaan of zelfs achteruitgaan.
De ontwikkeling van een goed gezichtsvermogen in beide ogen is in de huidige tijd zeer belangrijk. Zo wordt voor verschillende beroepen een goed gezichtsvermogen in beide ogen gevraagd. Nu de mensen steeds ouder worden, is het van groot belang voor het behoud van de zelfredzaamheid dat men twee goede ogen heeft voor het geval er op oudere leeftijd gezichtsverlies in één oog zal optreden tengevolge van een ongeval of een oogafwijking.

Wat is amblyopie (een lui oog)?
Een amblyoop oog (lui oog) is een oog waarbij het vermogen om te zien achter gebleven is in de ontwikkeling in de vroege kinderjaren. In het Nederlands spreekt men van een 'lui oog'. Bij een lui oog is er geen aantoonbare oogafwijking aanwezig en de gezichtsscherpte is niet te corrigeren met een brilsterkte. Wanneer één oog een goed gezichtsvermogen ontwikkelt, terwijl het andere oog dat niet doet, wordt het oog met de slechtere gezichtsscherpte het 'luie oog' genoemd. Een amblyopie ontstaat doordat het beeld dat in het oog binnenkomt, onderdrukt wordt door de hersenen. In het algemeen houdt men bij de definitie van amblyopie een gezichtsscherpte van ≤ 0.50 (soms < 0.65) in tenminste 1 oog aan waarbij tevens ≥ 1 amblyogene oorzaak aanwezigis (bijv scheelzien, brilsterkte verschil tussen beide ogen).

Meestal is er slechts één van de twee ogen lui, maar een 'lui oog' kan ook dubbelzijdig voorkomen.
Een lui oog kan ontstaan in de baby-, peuter- en kinderleeftijd, echter niet na de basisschoolleeftijd (meestal tot 8 jaar).

Hoe vaak komt het voor?
Het voorkomen van amblyopie wisselt per regio (afhankelijk van de bevolkingspopulatie; ras of etniciteit/land en afhankelijk van de studie). De afwijking komt voor bij 0.75 tot 3.5% van de kinderen tussen de 3-15 jaar. Of er verschillen zijn tussen diverse rassen is niet geheel duidelijk. In de ene studie werden geen grote verschillen geconstateerd [Ophthalmology 2014; 630]. In andere studies wel: Australie 1.9% (multietnisch, mn blanke bevolking), Azia 1.2% (China), USA 1.5-2.5%), Engeland 3.6% (mn blanke ras) en China/India 0.74% [Ophth 2016; 1924].

Screening op amblyopie
Amblyopie kan alleen behandeld worden gedurende de vroege kinderjaren en daarom is het heel belangrijk dat deze afwijking vroeg wordt ontdekt. De ogen van een kind onder de drie jaar moeten tenminste eenmaal worden onderzocht. Wanneer er in de familie sprake is van scheelzien, sterke brillenglazen, 'luie ogen' of andere oogheelkundige afwijkingen, dan is het verstandig om op nog jongere leeftijd dan drie jaar een oogheelkundig onderzoek te verrichten. In Nederland vormt het onderzoek van de ogen een onderdeel van het PGO (periodiek geneeskundig onderzoek) op het consultatiebureau. Bij afwijkende bevindingen wordt het oogheelkundig onderzoek herhaald en in twijfelgevallen of bij afwijkingen wordt het kind door de huisarts verwezen naar een orthoptist

De diagnose amblyopie
Het vaststellen van diagnose 'een lui oog' kan heel moeilijk zijn. Een kind is zich er dikwijls niet van bewust dat hij een goed en een slecht oog heeft en als er geen sprake is van duidelijk scheelzien, merken de ouders het vaak ook niet op.
De diagnose amblyopie wordt gesteld door een duidelijk verschil aan te tonen in gezichtsvermogen tussen beide ogen. Aangezien het bepalen van de exacte gezichtsvermogen op jonge leeftijd moeilijk is, schat de orthoptist vaak de gezichtsscherpte door het beoordelen van de volgbewegingen, d.w.z. er wordt gekeken hoe goed een kind een lichtje of een voorwerp volgt met één oog, terwijl het andere oog wordt afgedekt. Als één oog duidelijk minder ziet dan het andere oog, tengevolge van amblyopie, dan is dit bij het onderzoek vaak snel duidelijk door slecht volgen, protesteren, of zelfs huilen van de baby.

Verder wordt bij dit onderzoek, na indruppelen van pupilverwijdende druppels, de brilsterkte van de ogen bepaald. De gezichtsscherpte wordt bepaald met de 'plaatjeskaart', met symbolen (E-haken of C-ringen) of cijfers / letters. Door de pupilverwijdende druppels kan tijdelijk lichtschuwheid optreden en is het zien soms wat minder. Tot slot wordt een oogheelkundig onderzoek door de oogarts verricht.

Oorzaken en klachten 
Een amblyopie kan veroorzaakt worden door verschillende factoren:

1. Scheelzien (strabismus):
Bij scheelzien (strabismus genoemd) staan de ogen niet op hetzelfde punt gericht.   Het beeld van het afwijkende oog wordt in de hersenen uitgeschakeld om dubbelzien te voorkomen. Wanneer het oog scheel ziet, wordt het niet meer gebruikt en blijft de ontwikkeling van het zien van dat oog achter. Op den duur verleert dat oog het kijken en wordt daarbij lui. Het kind kijkt steeds met het andere, goede oog.
Het scheelzien kan heel duidelijk zichtbaar zijn, maar het kan ook in geringe mate aanwezig zijn waardoor dit nauwelijks door anderen wordt opgemerkt. De aandoening wordt "strabismus amblyopie" genoemd.
Als de ogen om en om scheelkijken (dan de één, dan de ander), worden de ogen ook om en om uitgeschakeld. Dit noemt men 'strabismus alternans'. Omdat beide ogen dan toch afwisselend wel gebruikt worden om te kijken, is de kans op een lui oog veel kleiner.
Een voorbeeld van scheelzien:

2. Een brilsterkte-afwijking (ofwel een brekings- of refractie-afwijking genoemd):
Een normaal oog heeft géén brilsterkte nodig (er is geen brekings- of refractieafwijking aanwezig). Dit betekent dat de beelden (lichtstralen) die men waarneemt precies op het netvlies vallen. Dit wordt emmetropie genoemd.

In een normaal oog valt het beeld (letter E) precies op het netvlies, er is geen bril nodig. Bij een brekingsafwijking valt het beeld vóór of achter het netvlies en wordt daardoor wazig waargenomen.

Vallen de beelden niet goed op het netvlies, dan gaat men wazig zien en is er sprake van een brekingsafwijking (ametropie). Dit kan worden gecorrigeerd met een bril of contactlenzen.We kennen 4 vormen van refractie afwijkingen die uitgebreid worden besproken in afzonderlijke folders op de website www.oogartsen.nl:

  1. bijziendheid (myopie: dit geeft m.n. wazig zicht veraf, correctie met min-glazen)    zie folder
  2. verziendheid (hypermetropie: dit geeft m.n. wazig zicht dichtbij, correctie met plus-glazen)   zie folder
  3. astigmatisme (cylinder afwijking ofwel een ovaalvormig hoornvlies: dit geeft beeldvervorming voor zowel dichtbij als veraf)  zie folder
  4. combinaties (myopie of hypermetropie, in combinatie met astigmatisme).

Een amblyoop oog kan ontstaan bij een brilsterkte-afwijking aan de ogen. Kinderen kijken dan vaak recht (er is geen scheelzien aanwezig), maar ontwikkelen toch een lui oog. Dit komt omdat het oog met de brilsterkte-afwijking niet scherp ziet en zich niet goed kan ontwikkelen. Soms is er aan een dergelijk oog uitwendig niets te zien en dit is dan ook de moeilijkste vorm van een lui oog om op te sporen. Deze vorm van een 'lui oog' wordt ontdekt als de kinderen de plaatjes kunnen benoemen op het consultatiebureau. Twee luie ogen kunnen ontstaan als er een sterke brilafwijking van beide ogen aanwezig is.

Er zijn globaal 2 vormen te onderscheiden:

Een anisometropie is een verschil in brilsterkte tussen beide ogen (zie aparte folder). Voorbeelden zijn: 
- één bijziend oog en één verziend oog of
- 2 verziende ogen (met een onderling verschil in brilsterkte)
- 2 bijziende ogen (met een onderling verschil in brilsterkte)
- één normaal oog en één verziend oog
- één normaal oog en één bijziend oog (zie voorbeeld)

  
één normaal oog en één bijziend oog (lichtstralen vallen vóór het netvlies)

Als er een verschil in brilsterkte bestaat tussen beide ogen (anisometropie), die niet gecorrigeerd wordt, is de kans op de ontwikkeling van een lui oog groot. Eén van de ogen ziet een onscherp beeld. Dit beeld wordt dan tijdens de ontwikkeling van het oog (vóór het 8e levensjaar) door de hersenen onderdrukt. Hierdoor is de gezichtsscherpte verminderd. Deze oorzaak van een amblyopie wordt ook wel een amblyogene anisometropie genoemd.  

Het risico op een amblyopie door een bril-afwijking:
De kans op een lui oog is groot bij:

3. Oogziekten:
Bij bepaalde oogziekten kunnen de beelden niet goed het netvlies bereiken. Voorbeelden zijn: een hangend ooglid (ptosis), een troebeling van het hoornvlies of de lens (zoals bij staar) en netvlies- en glasvochtafwijkingen. In dit geval wordt er door de troebeling geen scherp beeld gevormd en kan het oog zich niet goed ontwikkelen, waardoor een lui oog kan ontstaan. Het meest onduidelijke of vervormde beeld wordt uitgeschakeld (deprivatie-amblyopie genoemd).

Bij het ontstaan van een 'lui oog' speelt ook een zekere erfelijke aanleg een rol. Kinderen uit families waarin veel scheelzien, 'luie ogen' of oogsterkte-afwijkingen voorkomen, zouden al op jonge leeftijd op het bestaan van een aanleg in deze richting moeten worden onderzocht. 

De behandeling
De bovengenoemde oorzaken leiden alleen op jonge leeftijd tot een lui oog, wanneer het scherp zien nog in ontwikkeling is. Belangrijk is dan ook om zo snel mogelijk met de behandeling te starten. Na een bepaalde leeftijd is de gezichtsscherpte namelijk niet meer te verbeteren. Afhankelijk van de oorzaak is dat ongeveer 8 tot 11 jaar. Na deze leeftijd is een kind te oud om nog aan een amblyopiebehandeling te beginnen. Hoe jonger de leeftijd waarop de behandeling gestart wordt, des te beter de prognose
De orthoptist onderzoekt alle aspecten van het luie oog. Is het luie oog veroorzaakt door scheelzien, dan wordt eerst het luie oog behandeld. In geval van een brilsterkte-afwijking zal de orthoptist zonodig een bril voorschrijven. In het geval van een oogziekte zal de oogarts adviseren in de mogelijkheden van behandeling.

De behandeling van een amblyoop oog  kan bestaan uit:

1.  Correctie van de brilsterkte-afwijking
De kinderen die een brilsterkte-afwijking hebben, krijgen een bril of contactlens voorgeschreven. Soms is het dragen van een bril voldoende. Doordat de ogen met de brilcorrectie een goed beeld doorgeven aan de hersenen kan het luie oog weer herstellen. Soms moet, naast het dragen van een bril, ook het goede oog worden afgeplakt (zie hierna).
Een te groot verschil tussen beide ogen is niet goed te corrigeren met een bril. Immers hierdoor ontstaat een te groot verschil in beeldgrootte tussen beide ogen. Dit probleem kan meestal wel ongedaan worden gemaakt met contactlenzen.

2.  Occlusie (afplakken)
Om een 'lui oog' te oefenen moet een kind worden gedwongen dit 'luie oog' te gebruiken. In het algemeen wordt dit bereikt door het goede oog af te plakken (occluderen) gedurende een aantal uren per dag. Hierdoor wordt het luie oog gestimuleerd en gaat het beter leren zien.
milou hoppenreijs

In het algemeen geldt dat naarmate het kind ouder is en de gezichtsscherpte lager is, het afplakken van het oog een groter deel van de dag moet plaatsvinden. Bij jongere kinderen kan hetzelfde effect vaak bereikt worden met minder afplakken. Dit is het voornaamste argument om al op jonge leeftijd een 'lui oog' te behandelen. Tot gemiddeld 8 jaar kan het nodig zijn om het oog regelmatig af te plakken om te voorkomen dat opnieuw een lui oog ontstaat.
Bij een stabiele rest-amblyopie, bijv. bereikt na 2 uur afplakken per dag, kan het soms nog zinvol zijn om extra uren per dag af te plakken (bijv. 6 uur) (in de leeftijdsperiode van 3-8 jr) [Ophthalmology 2013; 2270].

Door het afplakken vermindert het scheelzien niet. Dit blijft onveranderd of kan zelfs erger worden. Later, wanneer beide ogen evenveel zien, kan de oogarts zonodig met een operatie de oogstand verbeteren (zie folder over scheelziensoperatie).

3. Druppels
In bepaalde gevallen worden oogdruppels voorgeschreven (atropine) voor het goede oog. Deze druppels verwijden de pupil en verlammen de accommodatie (het vermogen om het beeld scherp te stellen bij het afwisselend kijken veraf en dichtbij). Hierdoor gaat het goede oog minder goed zien dan het luie oog. Zo wordt het luie oog gedwongen te kijken. Deze behandeling met druppels is niet geschikt voor elke vorm van amblyopie. Bij kinderen met een hele slechte gezichtsscherpte, ofwel een diep lui oog, heeft deze behandeling weinig effect. De druppelbehandeling is alleen mogelijk als het verschil in zien tussen beide ogen niet meer is dan 20%. Het slechte oog moet minimaal 50% zien. De behandeling met oogdruppels wordt farmacologische penalisatie genoemd.

4. Overige behandelingen
Ook een oogziekte moet eerst behandeld worden: bijvoorbeeld een dichte staar wordt meestal eerst verwijderd, zodat het oog met een goede correctie kan gaan leren zien. Ook een hangend ooglid (ptosis) of een hoornvliesafwijking worden eventueel behandeld.

Vervolgtraject / duur van de behandeling
De keuze van behandeling is afhankelijk van verschillende factoren. Deze zijn: de oorzaak van de amblyopie, de gezichtsscherpte, de oogstand, de samenwerking tussen de ogen, de brilsterkte-afwijking, de leeftijd van het kind, therapietrouw en eventuele huidproblematiek bij het afplakken van het oog met pleisters. Afhankelijk van de bevindingen stelt de orthoptist de behandeling bij of wordt voor een andere behandelmethode gekozen. Amblyopie behandeling kan wel enkele jaren duren. Dit heeft te maken met het feit dat het enige tijd kan duren voor de maximale gezichtsscherpte is bereikt, het afbouwen ook langere tijd in beslag kan nemen en de ontwikkeling van het zien op kinderleeftijd langdurig beïnvloedbaar is.
Als de maximale gezichtsscherpte is bereikt, wordt de behandeling afgebouwd.

Opmerking
Voor een succesvolle amblyopiebehandeling zijn de ouders het allerbelangrijkst. Zij moeten ervoor zorgen dat een kind de pleister draagt en dat de occlusie ook lang genoeg wordt volgehouden. De orthoptist zal de ouders hierbij zo goed mogelijk ter zijde staan. Verdere vragen kunt u het best aan uw eigen orthoptist stellen.

Animatiefilm (Engels: amblyopie of lui oog)


 



Deze folder is eigendom van www.oogartsen.nl, afkomstig van het Deventer ziekenhuis, CWZ (Nijmegen), Catharina ziekenhuis (Eindhoven), Elisabeth-TweeSteden ziekenhuis (Tilburg), HAGA ziekenhuis (Den Haag), Albert Schweitzer (Dordrecht), Rijnstate (Arnhem), Alrijne ziekenhuis (Leiderdorp, Leiden), Gelre ziekenhuizen (Apeldoorn, Zutphen);  copyright. Voor de aandachtsgebieden van oogartsen, zie aandachtsgebieden (subspecialisaties).

print deze pagina
 
ga naar boven