DZ/CWZ/CZE/EZ/MMC

Monovisie (1 oog lezen, 1 oog vertezien), Bioptics (combinatie behandeling)

Inhoudsopgave

Monovisie 
Bij mensen gaat rond het 42ste levensjaar het accommodatievermogen langzaam achteruit (presbyopie genoemd, → lees verder voor details over accommodatie en presbyopie). De mate van accommodatie is afhankelijk van de leeftijd. In de loop der tijd wordt men afhankelijk van een leesbril.

Monovisie (monovision) is een manier om de presbyopie, of het verlies van accommodatie, te compenseren door het afwisselend scherp kijken met één van de ogen. Het ene oog ziet scherp op afstand, maar wazig dichtbij (de brilsterkte is dan op afstand "nul"). Het andere oog ziet scherp dichtbij, maar wazig veraf (de brilsterkte ligt dan op afstand tussen ongeveer -1 en -2.5 dioptrie).
Monovisie herstelt niet het accommodatievermogen maar compenseert het verlies ervan.



Monovisie kan op verschillende manieren aanwezig zijn of tot stand komen:

  1. monovisie van nature aanwezig
  2. monovisie na refractie chirurgie
  3. monovisie na een staaroperatie
  4. monovisie bij scheelzien (dubbelbeelden)

1.  Monovisie van nature aanwezig
Monovisie kan van nature al aanwezig zijn. Bij één oog vallen de lichtstralen, afkomstig van een object op afstand, precies op het netvlies (emmetropie genoemd). Dit oog heeft dan geen brilsterkte nodig en wordt dus gebruikt voor veraf. 
  het éne oog: de lichtstralen van veraf vallen precies op het netvlies

Bij het andere oog vallen de lichtstralen op afstand vóór het netvlies (myopie, bijziendheid). Hierdoor wordt een onscherp beeld waargenomen als in de verte wordt gekeken. Dit oog heeft juist wel een brilsterkte nodig bij het kijken in de verte en is bijziend. De sterkte van de bijziendheid ligt tussen ongeveer -1 en -2.5 dioptrie.
Dit oog heeft echter géén brilsterkte nodig bij het dichtbij kijken en kan dan gebruikt worden voor lezen. De lichtstralen vallen dan bij het lezen namelijk wel precies op het netvlies (zie tekeningen).

  
Het andere oog:
- links: de lichtstralen vallen vóór het netvlies waardoor het beeld onscherp wordt
- rechts: hetzelfde oog waarbij de lichtstralen wel op het netvlies vallen bij het lezen


De ogen worden afwisselend gebruikt voor het veraf en dichtbij kijken.Het ene, dominante, oog ziet dus scherp op afstand, maar wazig dichtbij. Het andere oog ziet scherp dichtbij, maar wazig veraf.

2.  Monovisie na refractiechirurgie
Monovisie kan van nature al aanwezig zijn maar kan ook een behandelingsstrategie zijn om de presbyopie (ouderdomsverziendheid) te compenseren.
Monovisie kan verkregen worden door een refractiechirurgische behandeling. Bij refractiechirurgie kan het hoornvlies afgevlakt worden waardoor het bijziend wordt. Er wordt een epitheelflapje (bij PRK) of een dun hoornvliesflapje gemaakt (bij LASIK):
LASIK-flapje van hoornvlies wegklappen ooglaseren, LASIK-flapje van hoornvlies afgevlakt hoornvlies na LASIK-ooglaserbehandeling 

Monovisie, bereikt dmv refractiechirurgie, herstelt niet het accommodatievermogen maar compenseert het verlies ervan. Afhankelijk van de brilsterkte, kunnen één of beide ogen op de juiste sterkte gecorrigeerd worden dmv refractiechirurgie.

Er bestaat bij monovisie echter wel een anisometropie (verschil in brilsterkte tussen beide ogen) waardoor de binoculaire visus (gezichtsvermogen met beide ogen kijkend) en het dieptezien verminderd zijn. Echter, bij een ideale anisometropie (ongeveer -1.50 D) is het dieptezien nog aardig intakt (bij een brilsterkte-verschil van > 2.0 D neemt het dieptezien fors af.
Patiënten die een goed gezichtsvermogen op afstand nodig hebben (bijv. chauffeurs), zijn dan ook geen goede kandidaten voor monovisie (zie op de website bij refractiechirurgie, folder "Overzicht, indeling").

Sommige mensen vinden monovisie niet prettig kijken. Vóórdat men overgaat op een definitieve behandeling, is een test (anisometrie-tolerantie test) nodig om te bepalen of monovisie voor de patient een optie (comfortabel) is. Dit kan men testen door het tijdelijk dragen van een aangepaste bril of contactlens.

Methoden van refactiechirurgie om monovison te bereiken kunnen zijn (zie bij behorende folders):
- laserbehandeling van het hoornvlies (LASIK, PRK, LASEK) → zie ooglaseren
- CK (conductive keratoplastiek) → zie deze folder
- phakic intra-oculaire lenzen (phakic-IOL) → zie kunstlenzen in oog

3.  Monovisie na staaroperaties (pseudofake monovisie)
Bij een staaroperatie wordt de eigen ooglens verwijderd en vervangen door een kunstlens. Deze kunstlens kan op sterkte gemaakt worden en deze sterkte bepaalt de mate van brilonafhankelijkheid na de operatie (kijken op afstand zonder bril of met een brilsterkte). Voor meer informatie, zie folder staaroperatie.

    

Bij een staaroperatie kan men ernaar streven om beide ogen op "nul" te laten uitkomen, d.w.z. dat men op afstand géén bril meer nodig heeft. Dit is de meest gangbare strategie. Echter, door het verlies van de accommodatie bij het ouder worden of na het plaatsen van een kunstlens, heeft men dan wél een leesbril nodig.

Bij een staaroperatie bestaat tegenwoordig wel ook de mogelijkheid om een multifocale kunstlens te implanteren om brilonafhankelijker te worden voor dichtbij en afstand (zie folder over ReSTOR). Maar bij staaroperaties kan ook gekozen worden voor monovisie: het éne oog krijgt een kunstlens waarmee op afstand een scherp beeld ontstaat (maar wazig dichtbij), het andere oog krijgt een kunstlens waarmee dichtbij een scherp zicht ontstaat (maar wazig veraf). De tussenliggende afstand zal altijd wat wazig blijven.

Resultaten
De mate van accommodatie is afhankelijk van de leeftijd. De mate van de correctie d.m.v. laserchirurgie om monovisie te bereiken, wordt daarom bepaald door de leeftijd van de patiënt. Het gaat om het verschil in brilsterkte tussen beide ogen (sferisch equivalent genoemd). Dit getal, de target-refractie (einddoel van de brilsterkte) kan tussen het 40e en 50e levensjaar liggen tussen -0.50 en -1.25 dioptrie en tussen het 50e en 60e levensjaar tussen de -1.25 en -2.0 dioptrie.

Bij enkele studies varieerde dit verschil tussen de 1.4 en  2.3 D [JCRS 2011; 446]. In deze studie werd het verschil tussen een mulitifocale (MF) kunstlensimplantatie (n=21) vergeleken met monovisie (n=22) na een staaroperatie. De eindresultaten, wat betreft brilonafhankelijkheid, waren niet erg verschillend:

4. Monovisie bij scheelzien (dubbelbeelden)
Bij patiënten met langdurig scheelzien (met dubbelbeelden) en met een éénzijdige of dubbelzijdige staar zou ook gekozen kunnen worden voor monovisie. Bij de tradionele monovisie, zoals hierboven beschreven, is het verschil in brilsterkte tussen beide ogen (=anisometropie) ongeveer -1.25 tot -2.0 D. Hierdoor is het zien voor dichtbij en veraf mogelijk met behoud van dieptezien. 
Bij patiënten met scheelzien wil men juist het dubbele beeld en het dieptezien uitschakelen. Indien de anisometropie > 3.0 D wordt, dan is het 2e beeld erg wazig waardoor de hersenen dit beeld onderdrukt (supressie van beelden). Het ene oog wordt dan gebruikt voor veraf kijken, het andere oog voor dichtbij kijken (het dominant oog kan worden ingezet voor veraf of dichtbij, mede afhankelijk van de oogstand). Door het grote verschil in brilsterkte tussen beide ogen wordt geen dubbel beeld waargenomen (de anisometropie moet dan wel minstens 3 D zijn).
Het voordeel is dat het dubbelbeeld na de operatie niet hoeft worden opgelost met prisma's, een leesbril of een aanvullende scheelziensoperatie [ JCRS 2012; 1346].

 

terug naar boven

Bioptics (combinatie behandelingen)
Bij extreme bijziendheid (> -15 dioptrie) is een laserbehandeling niet mogelijk. Bij hoge bijziendheid kan het dus gewenst zijn om de voordelen van lensimplantatie en laseren te combineren. Hierbij wordt eerst de hoge brilsterkte gecorrigeerd d.m.v een kunstlensimplantatie. Hierna wordt de overgebleven refractieafwijking (brilsterkte na de eerste behandeling) nabehandeld met laser. Een laserbehandeling werkt de restafwijking als het ware nog bij (' fine-tunen').

Bioptics is de naam die gebruikt wordt voor een combinatiebehandeling. Bioptics wordt dus verricht bij een technische beperking van één der behandelingen.

Het is een combinatie van 2 behandelingen:

  1. een refractieve kunstlensimplantatie, zoals
    • een PIOL (phakic intraocular lens):
      • kunstlensimplantaties: Artisan/Artiflex
      • contactlens implantaties (ICL)
    • clear lens extraction (verwijderen van een heldere lens), RLE/Prelex
    • een standaard kunstlens zoals na een staaroperatie of clear lens extraction
    • implantatie van een multifocale kunstlensimplantatie
  2. een laserbehandeling (PRK, LASIK, LASEK)

terug naar boven



Deze folder is eigendom van www.oogartsen.nl, afkomstig van het Deventer ziekenhuis (Deventer), CWZ (Nijmegen), Catharina ziekenhuis (Eindhoven), Elisabeth ziekenhuis (Tilburg), HAGA ziekenhuis (Den Haag), Albert Schweitzer (Dordrecht) en Rijnstate (Arnhem) Rijnland ziekenhuis (Leiderdorp), copyright. Voor de aandachtsgebieden van oogartsen, zie aandachtsgebieden (subspecialisaties).

print deze pagina
 
ga naar boven