Behandeling AMD: welk middel?

Behandeling AMD: welk middel?

Bron: Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (enkele onderdelen zijn weggelaten)

Recentelijk (dec 2010) is enige beroering ontstaan naar aanleiding van een brief van zorgverzekeraar Menzis waarin men de mededeling deed dat men voor de behandeling van maculadegeneratie (MD) met anti-VEGF's (Avastin en Lucentis) in de toekomst alleen nog contracten zal afsluiten met ziekenhuizen en niet met ZBC's (zelfstandige behandelcentra of privé klinieken).

Enkele artikelen hebben oa in de Turbantia gestaan, zowel van locale oogartsen als van Menzis. Binnen de marktwerking is het uiteindelijk aan de verzekeraar om te bepalen waar de zorg wordt ingekocht en aan de patiënt om zijn verzekeraar te kiezen. Wat telt is de kwaliteit van de geleverde zorg, de bereikbaarheid van zorg en onze maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Wat betreft de kwaliteit van zorg is de beroepsgroep Oogheelkunde van mening dat de behandeling van MD met anti-VEGF's zowel in ziekenhuizen als in ZBC's op goede wijze geleverd kan worden, wanneer men beschikt over medisch inhoudelijke expertise, de juiste diagnostische apparatuur en overige faciliteiten, en een goed behandelplan.

Wat betreft bereikbaarheid van zorg spelen een aantal zaken een rol. Een logische ontwikkeling die op dit moment gaande is, is de uitrol richting alle oogheelkundige klinieken, ziekenhuizen en ZBC's. In de universitaire centra zal men zich vooral gaan richten op nieuwe toepassingen van anti-VEGF's die nog evaluatie en plaatsbepaling behoeven. Het tweede punt is dat sommige patiënten baat kunnen hebben bij Lucentis in plaats van Avastin. De wet dure geneesmiddelen maakt behandeling met Lucentis in academische en algemene ziekenhuizen nu niet goed mogelijk, omdat de ziekenhuisbudgetten hier geen ruimte voor laten. In sommige ziekenhuizen worden beide middelen gebruikt en vergoed (vraag dit evt na bij uw oogarts).

Wat betreft de maatschappelijke verantwoordelijkheid moet men zich realiseren dat de behandeling van MD met anti-VEGF's leidt tot behoud of soms zelfs verbetering van gezichtsvermogen bij ouderen met een aandoening die voorheen leidde tot slechtziendheid en blindheid. Bij de keuze tussen Avastin en Lucentis dient de oogarts echter ook rekening te houden met het beslag op de kosten, afgezet tegen de werkzaamheid en het bijwerkingenprofiel van beide middelen. Formeel doet Menzis geen uitspraak over de keus tussen Avastin en Lucentis, maar het bestaan van de hierboven al genoemde wet dure geneesmiddelen maakt dat de keuze voor reguliere ziekenhuizen een keuze voor Avastin impliceert. Over de effectiviteit kan – in afwachting van trials waarin beide middelen direct vergeleken worden – gesteld worden dat alle indirecte bewijs tot nu toe wijst op een vergelijkbare effectiviteit. Ivm de ‘off-label'gebruik van Avastin, is gebruik ervan toegestaan maar is een ‘informed consent' van belang. Dit alles tezamen maakt dat de beroepsgroep nu geen aanleiding ziet haar leden het gebruik van Avastin te ontraden. Voor de beschikbaarheid van Avastin in ZBC's, en ook voor de beperkte beschikbaarheid van Lucentis in algemene en academische ziekenhuizen als gevolg van de regeling dure geneesmiddelen zal een oplossing gevonden dienen te worden.

Samenvattend zal het NOG-bestuur naar buiten toe uitdragen dat de behandeling van MD met anti-VEGF's, zowel Avastin als Lucentis, een reguliere vorm van zorg is die in principe – onder bepaalde voorwaarden – in alle zorginstellingen geleverd kan worden. Voldoende capaciteit voor de toenemende zorgvraag naar de behandeling van maculadegeneratie dient gegarandeerd te blijven. Oogartsen en verzekeraars hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid t.a.v. de kosten van de gezondheidszorg – en de kwaliteit daarvan. 

Bron: Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (enkele onderdelen zijn weggelaten)
 

kenacort2
Scroll naar top