Conjunctivitis (bindvlies / slijmvlies ontsteking): allergie, allergische reactie

Conjunctivitis (bindvlies / slijmvlies ontsteking): allergie, allergische reactie

Inhoudsopgave

  1. Slijmvlies (conjunctiva) en slijmvliesontsteking (conjunctivitis)
  2. Het afweersysteem (immuunsysteem)
    1. wat is een afweerreactie
    2. wat is een allergie
  3. Onderzoek en klachten
  4. Allergenen en indeling (o.a pollen, huisstof, oogdruppels, contactlens-allergie)
  5. Behandeling (algemeen)
  6. Indeling specifieke vormen en behandelingen
    1. acute allergische rhinoconjunctivitis (hooikoorts, huisstofmijt, pollen)
    2. vernale keratoconjuncitivitis (vernalis, VKC)
    3. atopische conjunctivitis
    4. giant papillaire conjunctivitis
    5. toxische conjunctivitis
    6. overige aandoeningen
  7. Animatiefilm

1. Sijmvlies (conjunctiva) en slijmvliesontsteking (conjunctivitis)
Bij een allergie is met name het bindvlies of slijmvlies (conjunctiva) van het oog aangedaan. De conjunctiva is de slijmvliesbekleding van de binnenzijde van de oogleden en van de buitenzijde van de oogbol (bulbus oculi). De conjunctiva op de oogbol ligt op het witte deel van het oog (de harde oogrok) en wordt “conjunctiva bulbi” genoemd. De conjunctiva aan de binnenzijde van de oogleden is rood vanwege de vele bloedvaten en wordt “conjunctiva palpebralis” genoemd. De ruimte tussen de bovenste en onderste oogleden en de oogbol heet de “conjunctivaalzak (fornix)”. In de linker tekening is de conjunctiva in het wit aangeven.

 
cp = conjunctiva palpebralis
cb = conjunctiva bulbi
fornix = omslagplooi
In onderstaande tekeningen worden het oog en de oogleden in detail weergegeven:
   → detail → 
h= hoornvlies (cornea)
i= iris (regenboogvlies)
f= fornix
T= tarsus (de bindweefselplaat van het ooglid)
*= conjunctiva palpebralis
witte pijl= conjunctiva bulbi

Conjunctivitis is de medische term voor een ontstoken slijmvlies van het oog. Het is de meest voorkomende oorzaak van een rood oog. Een conjunctivitis kan meerdere oorzaken hebben. De meest voorkomende oorzaak is een virus of een bacterie. Ook allergie kan een conjunctivitis veroorzaken.

Indeling conjunctivitis (slijmvliesontsteking):
* bacteriële, virale infecties en algemene folder over conjunctivitis → zie folder conjunctivitis
* allergische vormen van conjunctivitis → zie deze folder

2. Het afweersysteem (immuunsysteem)
2a. Wat is een afweerreactie?
Het afweersysteem (immuunsysteem) van het lichaam beschermt, als het goed is, het lichaam tegen bedreigende indringers (zoals een virus, bacterie, gif en weefsels van andere personen). Deze indringers worden door het lichaam herkend als een lichaamsvreemde stof en worden vernietigd.
Het lichaam reageert met een afweerreactie tegen lichaamsvreemde stoffen, zoals stuifmeel, bacteriën/virussen of toxische stoffen etc. Het afweersysteem (immuunsysteem) functioneert daarbij als een soort politieagent van het lichaam, immers bepaalde indringers horen simpelweg niet thuis in het lichaam (bijv. een virus of een bacterie). Het immuunsysteem wordt in gang gezet door een bepaalde stimulus of stoffen (allergenen). De lichaamsvreemde stof is een eiwit en wordt antigeen genoemd. Het kunnen lichaamsvreemde allergenen of lichaamseigen allergenen zijn. Om dit antigeen te vernietigen ontwikkelt het lichaam specifieke antistoffen, die op het antigeen van de indringer reageren. De antistof (antilichaam) bindt zich aan de indringer en zorgt ervoor, dat het afweersysteem de indringer herkent en vernietigt. Deze reactie heeft vaak een beschermende functie want het lichaam wil af van deze ‘vreemde indringers’.

2b. Wat is een allergie?
Indien de ontstekingsreactie overdreven is, zijn doel voorbij schiet of in belangrijke mate aanwezig is, wordt gesproken van een ‘overgevoeligheidsreactie‘  of van ‘hypersensitiviteit‘. Allergie is een overgevoeligheidsreactie van het afweersysteem van het lichaam op bepaalde onschadelijke stoffen, zoals pollen, huismijt ed’ (allergenen). Allergie is dus een niet-infectieuze ontsteking, d.w.z. het wordt niet door een virus of bacterie veroorzaakt. Er zijn diverse soorten overgevoeligheidsreacties (deze worden elders op de website gedetailleerder besproken → zie folder afweerreacties en hoornvlies).

Als een allergeen (bijv. stuifmeelkorrels van gras) in aanraking komt met de ogen, neus, mond, keel of luchtpijp, raken de slijmvliezen geprikkeld. Het afweersysteem in het slijmvlies van de neus of ogen reageert dan abnormaal op het allergeen waarvoor men gevoelig is. Het allergeen bindt zich aan antistoffen die aan bepaalde cellen in het slijmvlies gebonden zijn. Deze cellen heten mestcellen. De binding van het allergeen aan deze antistoffen stimuleert de mestcel waardoor bepaalde stoffen uit de cel vrijkomen, zoals histamine. Deze stoffen, mediatoren genoemd, verwijden kleine bloedvaatjes in het slijmvlies en veroorzaken een slijmvliesontsteking waardoor klachten ontstaan (jeuk, tranen, snotteren). Er ontstaat dus een ‘overdreven’ afweerreactie waardoor de slijmvliezen zwellen en meer slijm produceren. Er zijn verschillende soorten afweerreacties mogelijk.

De afweerreactie (immuunrepons) is een ingewikkelde reeks van cellulaire en moleculaire reacties om de (lichaamsvreemde) stoffen uit het lichaam te verdrijven. Deze stoffen worden antigenen genoemd. Meestal zijn het lichaamsvreemde stoffen (bijv. bacterien, virussen, toxische stoffen), maar soms reageert het immuunsysteem op lichaamseigen stoffen (auto-antigenen). In dat laatste geval breekt het immuunsysteem eigen weefsels af. Dit worden dan auto-immuunziekten genoemd.
Het immuunsysteem zit erg ingewikkeld in elkaar → zie folder immunologie. In deze folder worden enkele aandoeningen besproken waarbij een overgevoeligheidsreactie een rol speelt.

Atopie is een erfelijke aanleg om 1) IgE-antistoffen te produceren in reactie op lage doses allergenen (inhalatie- en/of voedsel allergenen) of 2) een of meerdere klinische uitingsvormen te krijgen zoals astma, hooikoorts (rhino-conjunctivitis, zie deze folder), atopische keratoconjunctivitis (AKC, zie deze folder), constitutioneel eczeem of voedselallergie (atopie betekent ‘het vreemd zijn’). In deze folder komen enkele facetten aan bod. Atopie komt in 15.6% voor in Noord-Europa, 8% in Japan en tussen 5-20% in USA [bron: Ophthalmology 2012;1961]).

3. Onderzoek en klachten
3a. Onderzoeken
Bij iemand met bijv. hooikoorts reageert het lichaam erg heftig zodra de slijmvliezen van neus of ogen met het stuifmeel in aanraking komen. Als u wilt weten of u allergisch bent voor boom- gras- of kruidpollen (de echte hooikoorts), of voor schimmels, huisstofmijt, katten- of hondenharen, dan heeft uw huisarts mogelijkheden om de oorzaak van uw allergie op te sporen. Bij specifieke oogproblemen, kan de betrokkene ook zelf proberen uit te vinden op welk middel de oogleden zo overgevoelig reageren. Voor meer informatie, zie website www.kno.nl. Bij oogproblemen kunnen de volgende verschijnselen voorkomen: roodheid van het slijmvlies, een onregelmatig slijmvlies (follikels of papillen genoemd), gezwollen oogleden en soms hoornvliesafwijkingen.

3b. Klachten
Allergische reacties treden meestal gelijktijdig in beide ogen op. Tevens treden regelmatig elders in het lichaam overgevoeligheidsreacties op, zoals in de neus en de luchtwegen. De allergische reacties kunnen zich voordoen:
– op de oogleden: allergische ooglidontsteking (blefaritis)
– in het bindvlies van het oog: allergische bindvliesontsteking (conjunctivitis)
– in de neus en luchtwegen: allergische rhinitis

Afhankelijk van het allergeen kunnen zich klachten voordoen van de ogen of luchtwegen. De neus- en keelklachten zijn o.a. jeuk, niezen, verstopte neus of loopneus, droge of branderige keel, hoesten. De oogklachten kunnen bestaan uit sterke, plotselinge zwelling van de oogleden en uitzetten van de bloedvaten van het slijmvlies (roodheid), jeuk of zanderig gevoel. Er kan een waterige afscheiding zijn, die helder van kleur is en soms slierten bevat. De aandoening is meestal tweezijdig.

4. Allergenen en indeling
Men kan allergisch zijn voor tal van stoffen (allergenen) en het is soms moeilijk te achterhalen wat de juiste oorzaak is. Mogelijke allergenen zijn:

4a. Stuifmeel of pollen
Dit is de meest voorkomende vorm van allergie. Dit wordt “hooikoorts” genoemd. Er bestaat een gevoeligheid voor bepaalde soorten stuifmeel van grassen, planten of bomen. De klachten treden op wanneer deze planten in bloei staan. Bomen bloeien eerder (februari-maart) dan grassen (mei-juni). Het veroorzaakt een seizoensgebonden allergische conjunctivitis. Dit is de meest voorkomende vorm van oogallergie (90% van de gevallen).

4b. Huisstofmijt, schimmels, huidschilfers van dieren
De huisstofmijt is een net niet voor het blote oog zichtbaar spinnetje dat in alle huizen voorkomt (minder dan een halve millimeter groot). Het beestje leeft vooral in huisstof, in een warme en vochtige omgeving waar veel huidschilfers zijn, bijv. in matrassen, kussens en vloerbedekking. Huisstofmijten komen het gehele jaar voor, met een piek in de herfstperiode. Het veroorzaakt een niet-seizoensgebonden (perennial) allergische conjunctivitis.

4c. Medicijnen (bijv. atropine, verschillende antibiotica)
Allergie kan ook veroorzaakt worden door oogdruppels of oogzalf. Vaak ligt de oorzaak bij het  conserveringsmiddel (ontsmettingsmiddel), dat aan deze producten is toegevoegd. Deze conserveringsmiddelen zijn toegevoegd om de houdbaarheid van het geneesmiddel te verlengen (meestal 1 maand).

4d. Contactlenzen
Een bewaarvloeistof voor contactlenzen bevat onder andere conserveringmiddelen, hiervoor kunnen sommige ogen allergisch zijn. hobbelig slijmvlies onder het bovenooglidDan ontstaan klachten van branderigheid en lichtgevoeligheid, vaak in combinatie met roodheid van het oogwit. Zo’n allergische reactie kan opeens optreden. U kunt jarenlang dezelfde vloeistof gebruiken en plotseling klachten krijgen. Door over te schakelen op vloeistof zonder conserveringsmiddel is het probleem vaak opgelost. Er wordt ook gedacht dat de contactlens zelf een slijmvliesontsteking kan veroorzaken. Of dit een mechanische (schurende) oorzaak heeft en/of een afweerreactie is, is nog niet geheel duidelijk. Het wordt m.n. waargenomen bij extended-wear zachte lenzen. De klachten kunnen bestaan uit roodheid, jeuk, slijmafscheiding, onregelmatig slijmvlies of hoornvlies afwijkingen. Bij een ernstige vorm spreekt men van een giant papillary conjunctivitis (voor meer informatie, zie hierna).

4d. Contrastvloeistof, cosmetica of haarverzorgingsmiddelen.
Cosmetica, haarverzorgingsmiddelen, contrastvloeistof en brilmonturen geven soms een allergische reactie.

5. Behandeling (algemeen)
5a. Preventie
Het contact met het betreffende allergeen moet zo veel mogelijk worden weggenomen of vermeden. Dit is niet altijd eenvoudig. U kunt niets doen om hooikoorts te genezen. Wel kunt u proberen contact met stuifmeel zoveel mogelijk te vermijden. Op zonnige en winderige dagen zit er meer stuifmeel in de lucht. Vlak na een regenbui is de concentratie stuifmeel het laagst. Dat is een goed moment om te sporten, fietsen, wandelen etc. Voor de huisstofmijt geldt dat in huis met name de slaapkamer moet worden gesaneerd (zie www.kno.nl voor verdere adviezen).

5b. Medicijnen
Medicijnen tegen allergie worden verdeeld in beschermende (preventieve) middelen, die continu gebruikt moeten worden en genezende (therapeutische) medicijnen die gebruikt worden als er reeds klachten van allergie zijn. De preventieve middelen zorgen ervoor dat de ontstekingsstof (histamine) niet uit de mestcellen ontsnapt. Dit zijn de zogenaamde ‘mestcel-stabilisators’ (bijv. cromoglicinezuur [allergocrom, opticrom, vividrin]). Deze medicijnen zijn zinvol als de allergische stof nog niet het oog heeft bereikt, bijvoorbeeld bij een langdurige niet-seizoensgebonden allergie. Bij een acute seizoensgebonden allergische conjunctivitis daarentegen zijn er al klachten aanwezig. In dat geval, bij een sterke overgevoeligheid, kan een ‘antihistaminicum’ worden voorgeschreven. Dit middel remt de histamine en remt daarmee de in gang gezette allergische reactie. Deze druppels zijn te krijgen in tabletvorm, neusdruppels (of spray), of oogdruppels (bijv. livocab, tilavist, emadine). Ook is er een oogdruppel die beide werkingen heeft, zowel preventief als therapeutisch (opatanol).
Kunsttranen kunnen worden gebruikt om de allergenen en andere ontstekingsproducten te verdunnen en uit het oog te  spoelen. De zwelling kan worden behandeld met decongestiva (druppels voor het ontzwellen van weefsels) en koude compressen om de jeuk te verminderen. Soms worden, bij uitzondering, corticosteroïden (prednisondruppels) gebruikt. Het behandelen van allergische conjunctivitis is niet altijd eenvoudig, omdat het veroorzakende allergeen niet altijd te achterhalen is. Er kan dan een chronisch beeld ontstaan.
Voor de behandeling van neusklachten d.m.v. hyposensibilisatie (een prikkuur met allergeen) of sublinguale immunotherapie (allergeen in tabletvorm onder de tong), moet u contact opnemen met de huisarts.

5c. Druppels zonder conserveringsmiddelen
Indien men een allergie voor conserveringsmiddelen vermoedt, kan men oogdruppels geven zonder conserveringsmiddel. Deze druppels worden in een kleine verpakking geleverd en mogen slechts éénmalig worden gebruikt. De naam van de druppel zonder conserveermiddel eindigt meestal op “minims, unit dose, EDO”.

5d. Overige
Bij een acute seizoensgebonden allergische conjunctivitis is beschreven dat de volgende maatregelen kunnen helpen bij het verminderen van de roodheid, oppervlakte-temperatuur en oogklachten [Ophthalmology 2014; 72]:

  • Kunsttranen. Deze druppels verdunnen het allergeen en en spoelen het allergeen weg. Daarnaast vormen ze een barrière waardoor het allergeen zich moeilijker kan binden aan het oogoppervlak.
  • Koude compressen. Kortdurende applicatie van koude compressen op het gesloten ooglid vermindert de roodheid, oppervlakte-temperatuur en oogklachten (bijv bevroren gel-packs of washandjes gedurene 5 min na blootstelling aan het allergeen). Door de koude worden de bloedvaten van het slijmvlies (conjunctiva) nauwer waardoor de zwelling en de lekkage van ontstekingscellen (die betrokken zijn bij de allergische reactie) minder wordt.

6. Indeling specifieke vormen en behandelingen
Hierna volgt een indeling van de allergische conjunctivitis met bijbehorende klachten en behandelingen.

6a. Acute allergische rhinoconjunctitivis
Dit is de meest voorkomende vorm van een oog- en neusallergie waar ongeveer 20% van de bevolking last van heeft. Het betreft een overgevoeligheidsreactie op een allergeen uit de omgeving. De klachten bestaan uit: tijdelijke acute aanvallen van roodheid, waterige afscheiding, jeuk, niezen en neusafscheiding, ooglidzwelling, gezwollen slijmvlies en milde zwellinkjes in het slijmvlies (papillae).
   
kleine papillae: zwellinkjes van het slijmvlies (binnenzijde van het bovenooglid)
De behandeling bestaat uit mestcelstabilisatoren, anti-histaminica of een combinatiepreparaat. Er zijn 2 klinische syndromen beschreven, die gebaseerd zijn op seizoensfactoren (verergering) en het allergeen zelf:

  • seizoensgebonden allergische conjunctivitis: deze aandoening (hooikoorts) komt het meest voor en geeft klachten (exacerbatie) tijdens de lente en zomer. De meest voorkomende allergenen zijn boom- en graspollen.
  • perennial allergische conjunctivitis (perennial = ‘het hele jaar durend’): deze aandoening veroorzaakt klachten gedurende het gehele jaar met verergering (exacerbatie) in de herfst omdat in deze periode blootstelling aan huisstofmijt, huidschilfers van dieren en schimmelallergenen het grootst is. Het komt minder vaak voor en is ook milder dan de seizoensgebonden vorm.

6b. Vernale keratoconjunctivitis (VKC), vernalis
Algemeen
Dit is een terugkerende (recidiverende of chronische), dubbelzijdige allergische oogontsteking die met name optreedt bij kinderen en jong volwassenen. Met name jongetjes zijn aangedaan. De aandoening presenteert zich vaak onder het 10e levensjaar (gemiddeld 7 jaar) en verdwijnt meestal in de loop der tijd (onder de 20-30 jaar). De aandoening is herstelt zich vaak 4-10 jaar na het ontstaan ervan, hoewel in sommige gevallen de VKC nog aanwezig is op jong-volwassen leeftijd.
VKC komt vaker voor in warme en droge gebieden (rond de evenaar) dan in gematigde gebieden. In de gematigde luchtstreken heeft ongeveer 75% ook andere ‘allergische aandoeningen’ (atopie genoemd), bijv. astma of eczeem.
Ongeveer 2/3 van de patiënten heeft zelf of familieleden die lijden aan atopie. Het is vaak seizoensgebonden, met een piek in de lente-en zomerperiode (vernal = lentetijd). Vaak duren de klachten enkele maanden, gevolgd door een klachtenvrije periode. Soms zijn milde klachten het gehele jaar aanwezig. Patiënten met VKC hebben een verhoogd risico op een bepaalde hoornvliesafwijking (keratoconus genoemd).
De klachten en oogverschijnselen kunnen varieren in ernst en zelf dagelijks fluctueren bij een individuele patiënt. De intervalperiode tussen het begin van de acute klachten en het moment zonder klachten (de duur van de klachten) varieert tussen patiënten.

Leeftijd en spontaan beloop
De aandoening treft mn de jonge kinderen (voor de puberteit) en gaat meestal weer spontaan over na de puberteit. In enkele gevallen blijft het nog op volwassen leeftijd aanwezig of actief. De prognose is i.h.a. slechter als de aandoening vaker terugkeert, op een jonge leeftijd ontstaat (<3-4 jr) en het beeld ernstiger is bij aanvang.

Klachten
De klachten kunnen bestaan uit: jeuk, tranen, lichtschuwheid (fotofobie), branderigheid, knijpende oogleden (blefarospasme), minder zien en afscheiding van dik slijm. De ontsteking bevindt zich met name in het slijmvlies (conjunctiva) aan de binnenzijde van de bovenoogleden maar ook andere onderdelen van het oog kunnen soms aangedaan zijn bij ernstigere vormen. Bij lichtshuwheid is vaak het hoornvlies betrokken bij de aandoening.

Oogheelkundig onderzoek
Kenmerkend zijn oa de roodheid van het slijmvlies (conjunctivale hyperemie), slijmvlieszwelling (chemosis), afscheiding (secretie van slijm), een hobbelig slijmvlies (papillae, zie hierna), verlittekening (subconjunctivale fibrosis) en een hoornvlieszweer (ulcus). Het slijmvliesweefsel (conjunctiva) bevat diverse ontstekingscellen (zoals eosinofielen, mestcellen, lymfocyen, macorfagen, plasmacellen en monocyten).

De indeling is gebaseerd op de localisatie van de aandoening: het slijmvlies van het (boven)ooglid en/of het hoornvlies (limbus). De VKC kan de volgende uitingsvormen hebben:

  • Oogleden (palpebrale of tarsale vorm): er zijn zwellinkjes zichtbaar in het slijmvlies (papillae) aan de achterzijde van het bovenooglid met vaak slijmvorming. Het is vaak meer prominent aanwezig in de bovenoogleden dan de onderoogleden. Het slijmvlies op de oogbol (bulbaire conjunctiva) kan rood (hyperemie) en gezwollen (chemosis) zijn. Het slijmvliesweefsel bevat diverse ontstekingscellen.

    slijmvlies aan achterzijde van het ooglid (tarsale conjunctiva)
    In ernstige gevallen zijn de zwellingen erg groot en onregelmatig en lijken dan op cobble stones/kinderkopjes (giant papillae). Deze zijn dan zichtbaar aan de achterzijde van het bovenooglid (tarsus superior). De palpebrale vorm is het meest voorkomende type in Europa en in Amerika (60-85% van de gevallen) (dit geldt ook voor Congo en Nigeria, hoewel de limbale vorm vaker voorkomt bij kinderen in Rwanda).
  • Limbale vorm: de limbus is het overgangsgebied van het slijmvlies (het witte deel van het oog) naar het hoornvlies (het doorzichtige deel met daarachter het gekleurde regenboogvlies). De limbale vorm van een vernalis kan alléén optreden of tezamen met de palpebrale vorm. De limbus heeft dan een verdikt gelatineus aspect met extra bloedvaatjes. Op de limbus kunnen ook zwellinkjes aanwezig zijn (papillae), eventueel gepaard gaande met kleine witte stippen (Trantas dots).
    Naast de slijmvliesontsteking (conjunctivitis) is soms ook het hoornvlies aangedaan (hoornvliesontsteking). De afwijkingen kunnen bestaat uit droge plekjes (punctata, erosies), zweervorming (shield ulcus), een witte lijn bij vaak terugkerende ontstekingen (pseudogerontoxon) of groei van bloedvaatjes m.n. aan de bovenzijde van het hoornvlies (oppervlakkige vascularisatie). Overigens treedt een zweer (ulcus) weinig op). De shield ulcus is een niet-infectieuze wond, ovaal van vorm, met daaronder een witte troebeling die zich meestal in het bovenste of middelste deel van het hoornvlies bevindt.
    De beschadiging van het hoornvlies is waarschijnlijk te wijten aan de slijmvliesontsteking (en wellicht ook aan mechanische factoren zoals het schuren van de cobble stones tegen het hoornvlies).
  • Gemengde vorm: een combinatie van de palpebrale en de limbale vorm.

Behandeling
De behandeling (zie boven bij algemene therapie) bestaat uit anti-allergische middelen en soms corticosteroïden:

  • geen behandeling (indien geen klachten aanwezig zijn)
  • anti-allergische oogdruppels
    • de mestcel-stabilisators (vaak onvoldoende effectief als enige behandeling, maar het vermindert het gebruik van de corticosteroïden). Voorbeelden zijn: cromoglicinezuur [allergocrom, opticrom, vividrin]
    • de antihistaminica: voorbeelden zijn livocab, tilavist, emadine
    • combinatie-druppels: bijv. Opatanol, Zaditen zonder conserveermiddel
  • corticosteroïden (bij ernstigere gevallen) of cyclosporine (zeer zelden nodig). Dit middel remt de ontsteking en verlicht de klachten. Deze middelen worden alleen gebruikt bij een ernstige vorm en/of als het gezichtsvermogen in gevaar dreigt te komen. Tijdens het opvlammen van de ontsteking wordt soms een kortudrende pulse-therapie gegeven. Chronisch gebruik wordt afgeraden.
  • in zeer ernstige gevallen moeten soms medicijnen in tabletvorm worden gegeven

Gradering (stadia)
Een duidelijke indeling is niet aanwezig. Onderstaande indeling is afkomstig van Sacchetti (Ophth 2010) en geeft een indruk van de manifestatie van de aandoening met de bijpassende behandeling:

  • graad 0 (rustige fase): geen klachten, bekende VKC patiënten in rustig stadium
  • graad 1 (mild): wel klachten, hoornvlies is niet aangedaan, geen lichtschuwheid
  • graad 2 (matig): wel klachten, hoornvlies is niet aangedaan, wel lichtschuwheid
  • graad 3 (ernstig): wel klachten, hoornvlies wel aangedaan (milde oppervlakkige hoornvliesbeschadigingen ofwel punctata keratopathie) met lichtshuwheid
  • graad 4 (zeer ernstig): wel klachten, hoornvlies wel aangedaan (diffuse oppervlakkige punctata keratopathie of zweervorming/ulcus) met lichtschuwheid

De behandeling is afhankelijk van het stadium van het ziektebeeld. Dit kan per patiënt verschillend zijn, bijvoorbeeld graad 0 (geen behandeling), graad 1 (soms anti-allergische druppels), graad 2 (dagelijks anti-allergische druppels), graad 3 (dagelijks anti-allergische druppels + lage dosis pulsed steroiddruppels) en graad 4 (dagelijks anti-allergische druppels + hoge dosis pulsed steroiddruppels [dagelijks 4-6 druppels voor 3 dg en hierna afbouwfase).

Overige data
Om een indruk te geven, zijn enkele data genomen uit een studie (Sacchetti 2010, 110 patienten): geslacht (man:vrouw = 22% : 78%), ernst (gradering veranderde gemiddeld 2x per jaar), opvlamming van de ziekte (aantal recidieven lag tussen 0 – 3.5 per jaar met gemiddelde van 0.4 per jaar), hoornvlieszweer (ulcus trad bij 14% van de patiënten op), herstel (bij 30% trad volledig herstel op na gemiddeld 10 jr).

6c. Atopische keratoconjunctivitis (AKC)
Dit is een zeldzame, tweezijdige en symmetrische ontsteking die zich m.n. voordoet bij jong volwassenen (m.n. bij mannen) na een langdurige voorgeschiedenis van een ernstige overgevoeligdheid van de huid (atopische dermatitis). Ongeveer 5% heeft in het verleden een vernale keratoconjunctivitis (zie 2) doorgemaakt.
De aandoening is vaak chronisch en kan vervelende oogafwijkingen geven, zoals: jeuk, tranen, lichtschuwheid (fotofobie), branderigheid, knijpende oogleden (blefarospasme), minder zien, afscheiding van dik slijm, ooglidafwijkingen (rood, verdikt, chronische ooglidontsteking), slijmvliesafwijkingen (zwellinkjes, littekenvorming) en hoornvliesafwijkingen (droge plekjes, erosies, bloedvatnieuwvorming en een verhoogd risico op een keratoconus).
AKC is geassocieerd met een systemische atopische dermatitis (huidziekte). De oogheelkundige complicaties bij atopische dermatitis komen voor bij 25-40% van de patiënten. AKC geeft diverse hoornvlies- en slijmvliesafwijkingen (keratoconjunctivale mainfestaties), zoals

  • een conjunctivale papillaire hypertrofie (slijmvlies afwijking)
  • cicatriciele conjunctivitis (slijmvliesontsteking met littekenvorming)
  • oppervlakkige punctata keratitis (droge plekjes op hoornvlies)
  • ulceratie (zweervorming)
  • ooglideczeem
  • blefaritis (ooglidrandontsteking) en
  • meibomitis (ontstoken talgkliertjes): er treden veranderingen op in de talgkliertjes zoals verlitteking en atrofie [verlies] van de kliertjes. Hierdoor wordt de traanfilm op het oogoppervlak minder stabiel waardoor klachten van droge ogen ontstaan [Ophthalmology 2012;1961]).

De behandeling is vergelijkbaar met die van de vernale keratoconjunctivitis.

6d. Giant papillary conjunctivitis (GPC)
Het slijmvlies heeft een hobbelig oppervlak (papillae) onder het bovenooglid. Bij de ernstigere vormen ziet men een soort cobble stones op het slijmvlies. Deze lijken op grote platte keien, hetgeen een giant papillaire conjunctivitis (GPC) wordt genoemd. GPC is een ontsteking van het bindvlies of slijmvlies (conjunctiva genoemd), in de meeste gevallen van het bovenooglid. In sommige gevallen ontstaan droge plekjes op het hoornvlies (punctata) en in ernstigere gevallen ook hoornvliesinfiltraten (ontstekingsplekken aan de randen van het hoornvlies) en bloedvatnieuwvorming op het hoornvlies.
De klachten bestaan uit: een zandkorrelgevoel, roodheid van het slijmvlies, jeuk en het moeilijk kunnen verdragen van contactlenzen.

De GPC wordt met name beschreven bij zachte contactlensdragers, maar er kunnen ook andere oorzaken zijn. Het kan onstaan doordat iets schuurt tegen het slijmvlies aan de binnenzijde van het bovenooglid. Mechanisch schuren komt voor bij bijv. prothesedragers, uitstekende hechtingen en bij bepaalde slijmvlieszwellingen (bijv. een blaasje na een glaucoomoperatie). De behandeling bestaat uit het verwijderen van de stimulus (contactlenzen, hechtingen, prothese), het goed schoonmaken van de contactlenzen (hygiëne, eventueel wegwerp-lenzen of helemaal stoppen met lenzen dragen) en van de prothese (polijsten en reinigen) en eventueel oogdruppels (mestcel-stabilisators of corticosteroiden).
Voor meer informatie over GPC → zie folder complicaties bij contactlensdragers.

6e. Toxische conjunctivitis
Sommige oogdruppels geven aanleiding tot een toxische reactie van het slijmvlies (chemische beschadiging door druppels). Er zijn globaal 2 vormen van een conjunctivitis:

  • Allergische reactie: vrij snel (binnen enkele minuten) na het indruppelen van oogdruppels ontstaat er jeuk, zwelling en roodheid van het ooglid en slijmvlies. De oogdruppels zijn vaak antibioticadruppels. Deze allergische reactie komt zelden voor.
    Het is ook mogelijk dat er pas 1-3 dagen na het druppelen een reactie ontstaat, een “contact-blefaroconjunctivitis” genoemd. De klachten kunnen dan bestaan uit een roodheid, eczeem en schilfering van de oogleden en uiteindelijk een ooglid/slijmvliesontsteking (verlittekening huid, jeuk, slijmvormige afscheiding, oppervlakkige droge plekjes op het hoornvlies). Deze reactie ontstaat vaak bij de volgende oogdruppels: atropine, homatropine, antibiotica, thiomersal (conserveermiddel).
  • Toxische reactie: deze vorm van conjunctivitis of keratitis (hoornvliesontsteking) kan ontstaan als bijwerking van een oogdruppel (conjunctivitis medicamentosa genoemd). Deze reactie treedt meestal pas weken tot maanden na aanvang van het gebruik van de oogdruppel op. De afwijkingen kunnen bestaan uit een roodheid van het slijmvlies, een slijm/pus-afscheiding, slijmvliesveranderingen (zwellinkjes of follikels of papillae) of hoornvliesafwijkingen (oppervlakkige droge plekjes). De reactie kan ontstaan bij het gebruik van de volgende oogdruppels: antibiotica, antivirale middelen of oogdruppels die het conserveermiddel ‘benzalkonium chloride en thimerosal’ bevatten. Uiteindelijk kan het een chronische ontsteking veroorzaken. De behandeling bestaat uit het staken van de druppels (in overleg met oogarts) en/of het gebruik maken van oogdruppels zonder conserveermiddelen.

6f. Overige aandoeningen
Er zijn enkele zeldzame aandoeningen waarbij het afweersysteem een rol speelt in het ziektebeeld (immuunsysteem-gemedieerde aandoeningen), zie folder elders.

  • randkeratitis
  • perifere ulceratieve keratitis
  • cicatricieel pemphigoid
  • Steven Johnson syndroom

7. Animatiefilm (Engels)

Scroll naar top