Oogontsteking: de Eikenprocessie rups

Oogontsteking: de Eikenprocessie rups

Inhoudsopgave: Oog ontsteking door de eikenprocessierups

  1. De eikenprocessierups
    • algemeen
    • levenscyclus
  2. Klachten
    • huid / luchtwegen
    • oogproblemen
  3. Behandeling eikenprocessierups
    • algemeen
    • oogheelkundig (huisarts)
    • oogheelkundig (oogarts)
  4. Pathofysiologische mechanismen (type reactie)

1. De eikenprocessierups
1a. Algemeen
Bepaalde behaarde rupsen vormen een gezondheidsrisico voor de mens. Het risico wordt veroorzaakt door brandharen, die zich vanaf een bepaald larvestadium van deze vlinders ontwikkelen.
Eikenprocessierups of eikenprocessievlinder is de naam van een nachtvlinder. Deze rupsen behoren tot de orde “Lepidoptera”(vlinders). Ze komen voor in gebieden waar eikenbomen groeien. Ze worden vaker gesignaleerd langs lanen in steden en dorpen, erfbeplanting, maar minder in bosgebieden (daar lijkt een biologisch evenwicht te bestaan met zijn natuurlijke vijanden.
De eikenprocessierups kan in de zomer in eikenbomen zitten. Omdat ze van warmte houden, zitten ze vooral aan de zonnige zuidkant van eikenstammen.
Het dier bevindt zich in de winter in een ei-stadium en wordt in het voorjaar actief. De rups is behaard en een deel van de beharing bestaat uit brandhaarden. Brandharen in het algemeen zijn een verdedigingsmechanisme van verschillende dieren, bestaande uit broze, met gif gevulde haren die een pijnlijke sensatie geven. De kleine brandharen zijn microscopisch klein, ongeveer 200-300 um lang. De brandharen hebben de vorm van een pijl met weerhaakjes en kunnen bij ongewenste aanraking worden afgestoten. Ze worden gebruikt ter verdediging tegen vijanden zoals insectenetende zoogdieren. Als de rupsen of het nest waarin ze zich bevinden wordt verstoord, worden de microscopisch kleine brandharen afgegeven aan de lucht.

De haartjes verspreiden zich met de wind en kunnen makkelijk in contact komen met wandelaars, fietsers en (huis)dieren. De haartjes bevatten kleine weerhaakjes en dringen gemakkelijk huid, ogen en luchtwegen binnen en zetten ze zich vast met hun weerhaken. Dit kan leiden tot irritatie en ontstekingen van de huid, ogen en luchtwegen.
De brandharen van oude, dode rupsen of uit oude spinselnesten kunnen nog 5-7 jaar actief blijven een verspreidingsbron zijn van brandharen.

1b. Levenscyclus
De volwassen vlinder is vrij onopvallend. Het heeft bruine voorvleugels en lichtere achtervleugels.  Het dier overwintert in het ei-stadium en wordt in het voorjaar actief. Gedurende de winter verblijft de processierups in een ei-stadium en komen uit als de temperaturen in de volgende lente hoger worden (de eieren kunnen worden aangetroffen van augustus tot april, daarna sluipen de rupsen uit). De eitjes komen vanaf april of mei uit (afhankelijk van de bladontplooiing van de eik), op het moment dat de eerste bladeren en knoppen aan de bomen verschijnen (hetgeen voedsel is voor de rupsen).
De larve vervelt 5 keer (6 larvale stadia) en duurt totaal 9-12 weken. Zodra de rupsen uitkomen, maken ze een spinselnest (soort spinneweb). Na de 3e vervelling van de rups verschijnen de brandharen (half mei-begin juli). De rupsen die de 5e vervellingsfase bereiken, maken grotere nesten en spenderen minder tijd aan het eten van bladeren.
De rups is behaard en een deel van de beharing bestaat uit zogenaamde brandharen. De net uitgeslopen rupsjes zijn enkele mm lang en zullen uiteindelijk een lichaamslengte van 2-3 cm bereiken. Rupsen in het eerste ontwikkelingsstadium zijn oranje-bruin en hebben een verhoudingsgewijs grote kop (donker tot zwart). De lichaamsbeharing is nog kort en ze hebben geen brandharen. De oudere rupsen zijn bruingrijs, hebben ook een donkerbruine/zwarte kop maar hebben wel de brandharen.

De rups van de eikenprocessierups kunnen slecht tegen koude en neerslag (dan blijven ze in de nesten zitten en eten niet; bij een lange tijd gaat een groot deel van het nest verloren). Overdag schuilen de rupsen op beschaduwde plekken in de boom, tegen de stam of tussen takken (en eten niet). Tijdens schemering worden ze actief en verplaatsen ze zich in colonnes naar boven naar de kruin van de boom en eten de hele nacht de knoppen en bladeren. Tegen de ochtend kruipen ze weer naar hun nestplaats om uit het volle zonlicht te blijven.
Na deze periode (juli) trekken de rupsen ze zich terug om te verpoppen. De verpopping vindt meestal plaats binnenin het nest, de rupsen blijven zo beschermd door de in het nest aanwezig brandharen. Het popstadium duurt gemiddeld 40 dagen en is de vlinder inactief (de pop kan zich niet voortbewegen of eten). Als de pop volledig is ontwikkeld, breekt de pophuid open en verschijnt het volwassen insect, een bruingrijze onopvallende nachtvlinder). De volwassen vlinder leeft 3-4 dagen (juli – sept).

De volwassen vlinder heeft bruine voorvleugels en lichtere achtervleugels. De lichaamslengte is ongeveer 14-17 mm. Het dier overwintert in het ei-stadium en wordt in het voorjaar actief.  De volwassen vlinders verzamelen zich rond augustus/september rond eikenbomen om te paren en de eieren af te zetten. De vlinders vliegen ’s nachts en komen af op licht, vooral de mannetjes. Na de paring, sterven de mannetjes vrijwel direct. De vrouwtjes zetten begin september eerst hun eieren af op de eikenboom (in de scheuren van de stam of op de takken van eikenbomen), daarna gaan ze dood. De eitjes worden in een langwerpig spinselpakket afgezet aan de zuidzijde van de eik (die een leeftijd hebben van 3-5 jaar), daarna bedekt met een kleverige substantie.


Afbeelding afkomstig van Willum Morsch / de Volkskrant

2. Klachten
2a. Huid / luchtwegen
De rups heeft brandharen. Nadat de brandharen in contact gekomen te zijn met de huid, ontstaat binnen 8 uur een locale pijnlijke rode uitslag met hevige jeuk. De meest aangedane plaatsen zijn de nek, gezicht en onderarmen/-benen.  Ze kunnen leiden tot hevig irriterende ontstekingsreacties aan de huid en slijmvliezen. Als de haren worden ingeademd kan dit in extreme gevallen zelfs levensbedreigend zijn. Ook huisdieren zoals honden en vee kunnen nadelige gevolgen ondervinden als ze in contact komen met de rupsen. Na inademing kunnen brandharen irritatie of een ontsteking van het slijmvlies van de bovenste luchtwegen (neus, keel en grote luchtwegen) veroorzaken. De klachten lijken op een neusverkoudheid, terwijl mensen ook kunnen klagen over keelpijn en slikstoornissen.

De met gif gevulde haren (toxines) in de kleine haartjes veroorzaken een lokaal ontstekingsreactie, bestaande uit een rode uitslag (erytheem), zwelling / vochtophoping (oedeem) en veel jeuk. Patiënten hebben veel last van het licht (fotofobie).
Het merendeel van de patiënten heeft jeuk en  huiduitslag (89%), 6% alleen jeuk en 5% alleen huiduitslag. Ongeveer 5% van de patiënten heeft huidklachten in combinatie met andere klachten, zoals oogklachten (2.1%), luchtwegklachten (1.4%) en klachten van algemene aard (1%, zoals koorts, algehele malaise, slapeloosheid).

2b. Oogafwijkingen
Als de brandharen in de ogen komen, ontstaat binnen 1-4 uur een pijnlijke irritatie met zwelling, roodheid en jeuk van het slijmvlies (conjunctiva) en hoornvlies (cornea, het doorzichtige deel van het oog).
 
De oogarts zal u onderzoeken en kijken of er brandhaartjes in het oog zitten. Oogklachten door blootstelling aan de brandharen worden minder vaak gezien dan de huidklachten. Deze brandhaartjes moeten zoveel mogelijk verwijderd worden. Deze haartjes wordt m.b.v. een microscoop verwijderd.

Soms is het nodig om het hoornvlies oppervlak glad te schrapen (abrasio van het cornea-epitheel). De brandhaartjes kunnen zich verder verplaatsen (doordringen) door het hoornvlies naar binnen. De brandharen hebben kleine weerhaakjes. Haartjes kunnen diep in het hoornvlies binnendringen (in het stroma en de voorste oogkamer). In dit stadium zijn de haartjes nauwelijks te verwijderen. De haartjes kunnen zeer lang in het hoornvlies (stroma) blijven zitten (>1 jr).
 
Brandhaarden in het hoornvlies

Er kunnen ernstige ooginfecties voorkomen zoals:

  • een ontsteking van het slijmvlies (conjunctivitis)
  • een hoornvliesontsteking: bijvoorbeeld ontstekingsplekken in het hoornvlies (corneale infiltraten), etterige afscheiding (zie folder keratitis)
  • een inwendige oogontsteking (uveitis anterior)

3. Behandeling
De behandeling kan plaatsvinden door de patiënt zelf, de huisarts of de oogarts.

3a. Algemeen

  • Blijf in eerste instantie uit de buurt van eikenbomen met rupsen of rupsennesten.
  • Wees niet te nieuwsgierig door te dichtbij de nesten te komen
  • Indien men klachten ondervindt, spoel dan de huid en ogen goed met lauw water.
  • Verwijder brandharen van de huid met plakband.
  • Probeer zo min mogelijk te wrijven of te krabben. Dit leidt tot meer klachten en roodheid
  • De klachten gaan binnen 2 weken vanzelf over (self-limiting).
  • Bel uw huisarts bij als u oogklachten heeft, die niet beter worden na spoelen.

3b. Oogheelkundig (huisarts)

  • Kortdurend spoelen met water en niet wrijven in de ogen
  • bij etterige afscheiding wordt er behandeld met een antibioticum oogdruppel (chlooramfenicol)
  • Een bezoek aan de oogarts is nodig bij een vermindering van het zicht, aanhoudende klachten (>48 uur) en bij ernstige lichtschuwheid (fotofobie).

3c. Oogheelkundig (oogarts)
Deze ernstige ooginfecties worden behandeld met zwaardere medicijnen.

  • Bij ernstige ontstekingsverschijnselen, zoals gezwollen slijmvliezen (chemosis), lichtschuwheid (fotofobie) of ontstekingen aan de randen van het hoornvlies (limbitis) wordt een ontstekingsremmer gegeven (anithistaminicum). Ook zullen locale prednisondruppels (corticosteroïden) nodig zijn. Deze druppels kunnen langdurig gegeven moeten worden.
  • Bij ernstige infecties zal een sterk antibioticumdruppel worden gegeven.
  • Als haartjes langdurig in het hoornvlies zitten, zal een langdurige behandeling met milde steroid-oogdruppels nodig zijn.

4. Pathofysiologische mechanismen (type reactie)
Bij het in contact komen van de brandharen kunnen verschillende lichamelijke reacties geiniteerd worden. Waarschijnlijk spelen de volgende reacties een rol:

  • Mechanische irritatie. Door de bijzondere vorm van de brandharen, met weerhaakjes, kunnen de haren zich gemakkelijk vastzetten in de oppervlakkige lagen van de huid, ogen en bovenste luchtwegen. Hierdoor ontstaan kleine pijnlijke wondjes (vreemd-Lichaam reactie)
  • Erucisme. Dit is een reactie van de huid en slijmvliezen, veroorzaakt door het vrijkomen van lichaamsvreemd eiwit (thaumetopoeine). Dit eiwit activeert een aantal enzymen (bijv fosfolipase) waardoor histamine en waarschijnlijk andere vasoactieve stoffen worden vrijgemaakt (een “niet IgE-gemedieerde histamine release). Deze stoffen veroorzaken irritaties, zwellingen, roodheid en jeuk. Bij dit mechanisme is er geen sprake van de vorming van antistoffen. De verschijnselen lijken op een allergische reactie, vandaar de benaming “pseudo-allergische reacties”. Dit is de meest voorkomende reactie bij de eikenprocessierups.
  • Type I reactie (IgE-gemedieerde immediate of delayed type I). Deze reactie treedt op bij mensen die een bepaalde overgevoeligheidsreactie of allergie hebben ontwikkeld. Deze mensen reageren meestal snel na contact met de brandharen d.m.v. een specifieke allergische reactie op een eiwit dat vrijkomen uit de brandharen. De reacties treden meestal sneller op  en zijn meestal heftiger (binnen een paar minuten). Dit leidt tot urticaria (heftig jeukende bultjes en zwellingen die vooral op de huid voorkomen) en rode uitslag. Deze personen met deze opgebouwde overgevoeligheid blijken bij hernieuwd contact met de brandharen steeds heftiger en sneller te reageren. Vaker zijn ook lichamelijke reacties aanwezig (bultjes en roodheid die overal op de huid kunnen voorkomen, ademhalingsproblemen, algemene malaise, koorts).
    De type allergische reacties worden ook elders op de website beschreven (zie folder)
Scroll naar top