Low vision (hulpmiddelen voor slechtzienden)

Low vision (hulpmiddelen voor slechtzienden)

Inhoudsopgave:

  1. Slechtziendheid
  2. Oorzaken van slechtziendheid
  3. Low vision spreekuur
  4. Hulpmiddelen
    • Loepen (handloep) en leesglazen
    • Loeplampen (statief)
    • Loepbrillen
    • Telescoopbrillen
    • TV loepen / beeldschermloep
    • Filterbrillen
    • Nieuwe ontwikkelingen
  5. Vergoeding
  6. Doel van hulpmiddelen
  7. Andere voorzieningen

1. Slechtziendheid
Als gewone glazen, contactlenzen of implantaatlenzen geen goed zicht meer geven, wordt er gezegd dat U een lage visus (=gezichtsscherpte) heeft. Dit heet in het engels “low-vision”. Volgens de wet spreekt men van slechtziendheid, als de gezichtsscherpte van het beste oog met bril of contactlens maximaal 30% bedraagt. Mensen met een zeer beperkt gezichtsveld (=kokergezichtsveld) en een normale gezichtsscherpte zijn ook slechtziend.

Oorzaken van slechtziendheid
Bij oogziekten zoals macula-degeneratie, glaucoom en retinitis pigmentosa raken bepaalde delen van het netvlies of de oogzenuw beschadigd. Een bril kan dan een scherp beeld op het netvlies projecteren, maar het oog kan het beeld niet waarnemen. Bij andere oogaandoeningen wordt de ooglens (cataract) of het hoornvlies (corneadystrofie) troebel. Op het netvlies ontstaat dan een wazig beeld, alsof men door een melkglas kijkt. Soms kan slechtziendheid ook het gevolg zijn van een aandoening in de oogzenuw. Het oog ziet scherp, maar kan het beeld niet naar de hersenen doorsturen.

Het is zeer belangrijk  dat de oogarts vaststelt wat de oorzaak van de vermindering van het gezichtsvermogen is. Bij sommige oogafwijkingen, bijvoorbeeld cataract (staar), is de oogaandoening met een operatie te verhelpen. Bij andere oogafwijkingen, bijvoorbeeld glaucoom, is een medische behandeling heel belangrijk om een verdere verslechtering van het gezichtsvermogen te voorkómen. Alleen de oogarts kan beoordelen wat de juiste behandeling voor uw oogafwijking is. Heeft de oogarts vastgesteld dat het gezichtsvermogen niet meer door medische behandelingen te verbeteren is, dan zal hij de patiënt doorverwijzen naar een low-vision specialist.

3. Low vision spreekuur
Het low-vision spreekuur wordt gedaan door een opticiën, technisch oogheelkundig assistent of optometrist die hiervoor een speciale opleiding heeft gevolgd. Hij/zij geeft advies over een passend hulpmiddel. Om het beste hulpmiddel te bepalen, moet een aantal functies van het oog opgemeten worden. De diagnose en de gezichtsscherpte alleen zijn niet voldoende. Ook de vraag wat u met het hulpmiddel wilt doen en uw beroep of hobby zijn belangrijk. Er bestaan geen universele hulpmiddelen, die men de gehele dag kan dragen. Elk hulpmiddel kan alleen voor bepaalde taken gebruikt worden.

  beeldschermloep

4. Hulpmiddelen
Er bestaan een groot aantal verschillende hulpmiddelen voor slechtzienden. De bekendste gezichtshulpmiddelen zijn:

  • Loepen (handloep) en leesglazen: zijn geschikt voor mensen met een lichte vermindering van het gezichtsvermogen, die alleen een hulpmiddel voor heel klein geschreven teksten nodig hebben. Bijvoorbeeld om prijskaartjes in winkels te kunnen lezen. Zeker de laatste jaren is er veel verbeterd in het gewicht en het gerbuiksgemak. Een handloep kan in bijna elke sterkte gemaakt worden. De sterkte bepaalt hoeveel keer de loep de letters vergroot (vergrotingsfactor). Handloepen voor slechtzienden hebben een hogere vergrotingsfactor en een betere kwaliteit dan gewone handloepen. Veel handloepen voor slechtzienden hebben een ingebouwde verlichting.
  • Loeplampen (statief): dit zijn loepen die aan een statief gemonteerd zijn, met een ingebouwde verlichting. De vergroting is echter beperkt. Met dit hulpmiddel zijn beide handen vrij doordat de loep op een verrijdbaar statief staat of om de tafelrand is geklemd. Deze kunnen bijvoorbeeld goed bij het handwerken, schrijven worden gebruikt.
  • Loepbrillen: deze lijken uiterlijk op gewone leesbrillen, maar de sterkte is veel hoger.  De tekst moet met deze brillen altijd op een kortere afstand voor het oog gehouden worden. Hoe hoger de vergroting, des te korter wordt de leesafstand. Een bril met loepglazen is een bril met daarin de lens van een handloep. Op dezelfde manier treedt er dan vergroting van het voorwerp op, maar u hoeft geen loep meer vast te houden. De tekst dient u wel dichterbij de ogen te houden dan bij een normale bril.
  • Telescoopbrillen: Telescoop-loepbrillen zijn brillen waarbij miniatuurtelescopen op de bril zijn gemonteerd. De telescoopsystemen zorgen voor de vergroting. Het zijn optische combinaties van een toneelkijker en een loep. Deze worden in een brilmontuur gemonteerd, bijv. geschikt voor lezen, schrijven, tv-kijken, bioscoop en handwerken. Tevens zijn er specifieke loepbrillen voor overige activiteiten, zoals bijv. vissen, computeren of theaterbezoek. De vergroting gaat tot 4x. Het nadeel is dat bij hogere vergrotingen de beeldkwaliteit achteruit gaat (de randen worden onscherp en de kleuren veranderen).
  • TV loepen / beeldschermloep:  Dit hulpmiddel is een electronsch vergrootapparaat en is eigenlijk geen loep. Bij een beeldschermloep legt u de tekst die u wilt lezen onder het toestel (dus niet geschikt voor tv-kijken). De tekst wordt door een videocamera opgenomen en vergroot op een beeldscherm weergegeven. Een voordeel is de goede beeldkwaliteit en het hoge contrast (de beeldschermloep heeft een witte achtergrond met zwarte letters). De beelschermloep kan op diverse vergrotingen worden ingesteld. Vergrotingen van 8-25x zijn haalbaar.
  • Filterbrillen: slechtzienden hebben vaak veel last van het licht. Het aanpassingsvermogen van het oog aan verschillende lichtomstandigheden is vertraagd. Met speciale (spectrale) filterbrillen is het mogelijk om te veel licht goed af te schermen en het contrast te verhogen. Het oriëntatievermogen op straat kan met filterbrillen verbeterd worden. Spectraal filterglazen zijn een soort zonnebrilglazen met een bijzondere oranje of geeloranje tint. Deze glazen verminderen lichthinder zonder dat het contrast teveel afneemt, wat bij een gewone zonnebril wel het geval is. Sommige slechtzienden ervaren zelfs dat het contrast verbetert.
  • Nieuwe ontwikkelingen: Onderzoek naar nieuwe hulpmiddelen beidt de slechtziende steeds meer mogelijkheden. Enkele voorbeelden daarvan zijn de electronische opzetloep, brillen waarmee een blinde vlek verschoven kan worden of een scanner die teksten aan u voorleest. Ook zijn er computeraanpassingen mogelijk voor internet en e-mail en er zijn apparaten die u de ondertitels van televisie voorlezen

5. Vergoeding
Veel low-vision hulpmiddelen worden grotendeels vergoed door de zorgverzekeraars, indien de oogarts het gebruik hiervan noodzakelijk acht. Vrijwel alle genoemde hulpmiddelen vallen onder de regeling “Kunst en Hulpmiddelen.

6. Doel van hulpmiddelen
Met deze hulpmiddelen proberen we te bereiken dat de slechtziende:

  • minder afhankelijk wordt  en zich minder afhankelijk voelt van de omgeving
  • kan lezen, bijvoorbeeld het lezen van een boek, tijdschrift, dagblad, menukaart en prijskaartjes
  • kan schrijven, bijvoorbeeld een brief schrijven of typen, een bankoverschrijving invullen en het zetten van een handtekening
  • foto’s en afbeeldingen kan herkennen
  • huishoudelijke apparaten of gereedschappen kan lezen, bijvoorbeeld de thermostaat van de verwarming, de knop van de wasmachine of het aflezen van een duimstok
  • hobby’s, bezigheden of ontspannende activiteiten kan blijven uitoefenen
  • zich in de bestaande woonomgeving kan handhaven
  • op de werkplek of tijdens de studie beter kan functioneren
  • een betere kwaliteit van leven ervaart
  • een verhoogd gevoel van eigenwaarde krijgt

Andere voorzieningen
In diverse ziekenhuizen worden de hulpmiddelen aangemeten door een TOA, een optometrist of een low-visionspecialist. Voorbeelden van instelling zijn
– Elvea (088-9008000 of info@elvea.nl)
– Bartimeus
– Koninklijke Visio

Hoewel slechtzienden gebaat kunnen zijn bij hulpmiddelen, is het vaak ook belangrijk om voorzieningen te treffen in de thuissituatie. Slechtziendheid heeft immers ook invloed op algemeen dagelijkse leefomstandigheden.
De oogarts kan u zo nodig hiervoor doorsturen naar een daarvoor gespecialiseerd centrum, Bartimeus in Deventer (het adres vindt u op de website bij “Algemene informatie: instanties“).

Scroll naar top