Cataract (Staar): aandoening + staaroperatie
Inhoudsopgave:
- Opbouw van het oog en de eigen ooglens
- Wat is staar; hoe vaak komt het voor?
- Wat zijn de klachten van staar
- Oorzaken van staar en risicofactoren
- Soorten van staar
- Wanneer staar behandelen?
- Voorbereiding op de staaroperatie
- De staaroperatie (dagbehandeling, verdoving, operatietechniek)
- Type kunstlenzen waaruit gekozen kan worden
- Nazorg (leefregels)
- Problemen of complicaties tijdens en na een staaroperatie
- Resultaten van 12.000 staaroperaties
- Animatiefilm
Opbouw van het oog en de ooglens
Cataract of Staar betekent dat de ooglens troebel is. Eerst volgt een korte inleiding over de bouw van het oog zodat de aandoening staar beter te begrijpen is. Aan het einde van de folder vindt u een video. Het oog is een soort bal van 24 mm die gevuld is met glasvocht, een soort heldere gelei. De buitenzijde bestaat uit het doorzichtige hoornvlies en de harde oogrok (het oogwit).

Het licht dat het oog binnenkomt, gaat eerst door het hoornvlies, daarna door de pupil, de lens en het glasvocht. Uiteindelijk valt het op het netvlies. Daar wordt het licht omgezet in elektrische signalen. Via de oogzenuw gaan deze signalen naar de hersenen, die ze vertalen naar een beeld. Pas dan zien we wat er om ons heen is. De ooglens ligt direct achter de pupil (de zwarte opening) en de iris (het gekleurde deel van het oog). Samen met het hoornvlies vormt de lens het systeem dat het licht buigt, zodat het precies op het netvlies terechtkomt. In het netvlies zitten kegeltjes en staafjes die het beeld opvangen en via de oogzenuw naar de hersenen sturen.
Bij mensen jonger dan 45 jaar zorgt de lens ervoor dat beelden scherp op het netvlies komen, of je nu dichtbij of ver weg kijkt. Dit heet accommoderen (scherpstellen). Bij het scherp stellen verandert de vorm van de lens: staat de lens bol dan is het zicht van dichtbij scherp (accommoderen genoemd), staat de lens minder bol dan is het zicht veraf goed. Wanneer je naar iets dichtbij kijkt, wordt de lens boller. Kijk je ver weg, dan wordt de lens platter.
Boven de leeftijd van 45-50 jaar lukt dat scherpstellen minder goed. Daarom hebben veel mensen dan een leesbril nodig. Uitgebreide informatie over het oog vindt u op deze website www.oogartsen.nl bij “Het Oog”. Aan het einde van deze folder vindt u ook een animatiefilm.
Wat is staar en hoe vaak komt het voor?
Normaal is de ooglens helder en doorzichtig. Bij staar (cataract) wordt de eigen ooglens troebel de ooglens. Daardoor kan het licht niet goed door de lens heen en wordt het beeld op het netvlies wazig.
De meest voorkomende vorm is de ouderdomsstaat. Ouderdomsstaar (seniel cataract) is de meest voorkomende vorm en is een gevolg van het ouder worden. In de loop van de jaren gaan de eiwitten in de lens aan elkaar klonteren. Daardoor wordt de lens steeds minder helder en ga je slechter zien.
Hoe snel het slechter wordt, verschilt per persoon. Staar ontstaat meestal langzaam en kan in verschillende graden voorkomen. Vaak vragen mensen “heb ik wel/geen staar” Mensen vragen vaak: “Heb ik staar of niet?” Maar dat is niet altijd makkelijk te zeggen. Het gaat er vooral om hoeveel de lens troebel is en welke klachten je hebt. Bij staar wordt het binnenvallend licht verstrooid. Daardoor kun je last krijgen van verschillende klachten (zie later).

Hoe vaak komt staar voor?
Staar komt vooral voor bij mensen ouder dan 55 jaar. Van de mensen jonger dan 65 jaar heeft ongeveer 3% staar. Bij mensen van 85 jaar en ouder heeft ongeveer 20% staar.
Een groot aantal mensen op oudere leeftijd heeft in enige mate staar zonder klachten en zonder dat dit door een arts als zodanig is vastgesteld. Staar is wereldwijd een veelvoorkomende en belangrijke oorzaak voor slechtziendheid. De gemiddelde leeftijd van mensen die een staaroperatie krijgen is tussen de 70 en 75 jaar, maar soms komt het ook op jongere leeftijd voor (de frequentie van staar, als oorzaak voor slechtziendheid of blindheid,bedraagt in de leeftijdsgroep van 55-74 jaar ongeveer 11% en in de leeftijd van 85 jaar of ouder ongeveer 33%).
In Nederland worden ongeveer 175.000 staaroperaties per jaar uitgevoerd. Het is de meest uitgevoerde en succesvolste operatie. De leeftijdsverdeling van de patiënten die in ons centrum geopereerd zijn, vindt u in de folder “resultaten“.
Als iemand aan één oog wordt geopereerd, is de kans vrij groot dat later ook het andere oog geopereerd moet worden — dat gebeurt bij ongeveer de helft van de mensen.
Wat zijn de klachten van staar
Meestal gaat de vertroebeling van de lens heel langzaam en kan het jaren duren voordat de patiënt er iets van merkt. Doorgaans neemt de staar in de loop van de tijd toe. Soms gaat het proces echter een stuk sneller en treedt al na enkele maanden een merkbare verslechtering van het zicht op. Bij staar kunnen verschillende klachten ontstaan, zoals:
- Minder zien, waziger beeld (alsof u door een matglas kijkt): het scherpe zien wordt steeds minder, zowel op afstand (tv-kijken, autorijden) als dichtbij (lezen).


- Kleurverandering: de omgeving lijkt grauwer en minder kleurrijk. Meestal wordt u zich pas van het verschil bewust als bij het eerste oog de staar is weggenomen.
- Dubbelbeeld of schaduwbeeld met 1 oog. Dit ontstaat door een onregelmatige lichtbreking in de troebele lens waardoor meerdere beelden kunnen ontstaan. Als een dubbelbeeld alléén maar aanwezig is bij het kijken met 2 ogen dan komt dit meestal niet door staar.

- Last van verblinding/schitteringen (glare/halo’s). Bij bepaalde vormen van staar heeft men last van tegenlicht (bijv. autolampen) of zonlicht (zie linker foto). Dit verblindend effect, glare of halo’s genoemd, ontstaat door lichtverstrooiing in de troebele ooglens (linker foto). De patiënt kan dan verblind worden door tegenliggers (rechter foto):


- Wisselende of en steeds veranderende brilsterkte. Bij een kernstaar (nucleair cataract) verandert de breking van de ooglens door een toename van de bolling van de lens. Hierdoor verandert de sterkte van de bril. Meestal leidt dit tot een vermindering van het gezichtsvermogen. Echter, soms is het zicht van dichtbij tijdelijk verbeterd. Soms vertelt de patiënt “dat het zien zonder de bril veel beter gaat”. Dit wordt veroorzaakt door een verandering van het brekingsvermogen van de lens. Maar het voordeel daarvan verdwijnt weer omdat de lens, behalve boller, ook troebeler wordt.
- Slechter zien in het donker doordat de lens licht tegenhoudt (een sterkere leeslamp kan in het beginstadium van staar helpen bij het lezen).

Verschillende soorten van staar (cataract)
De ooglens is opgebouwd uit meerdere lagen: een lenskapsel (het zakje waarin de lens zich bevindt), de schors (cortex, de buitenste schil) en de kern (nucleus). Het cataract kan bestaan uit meerdere vormen:
– capsulair: een troebeling van het kapsel
– subcapsulair: een troebeling net onder het kapsel
– corticaal: troebelingen van de schors (deze troebelingen zijn meestal wit)
– nucleair: een troebeling van de kern (meestal groen-bruin-geel van kleur)
– mengvormen: allerlei combinaties, bijv. cortico-nucleair.
– speciale vormen: bijv. kerstboom cataract (Christmas tree), matuur cataract (ernstig en hard cataract), cerulea cataract
Voorbeelden

Oorzaken van staar en risicofactoren
De meest voorkomende vorm van staar is het gevolg van veroudering van de ooglens (leeftijdsafhankelijke staar). Andere oorzaken die tot staar kunnen leiden zijn: aangeboren afwijkingen (erfelijkheidsfactoren), bepaalde stofwisselingsziekten (bijv. suikerziekte), bepaalde oogaandoeningen (bijv. inwendige oogontstekingen), medicijngebruik (bijv. langdurig prednisongebruik), oogverwondingen (bijv. scherp/stomp trauma, chemisch letsel) en overige restfactoren (bijv. na oogoperaties, bij bepaalde syndromen). Staar kan ook voorkomen bij pasgeborenen of op kinderleeftijd. De overige risicofactoren voor het ontwikkelen van staar zijn: geslacht (staaroperaties worden vaker verricht bij vrouwen [65%] dan bij mannen [35%]), suikerziekte, zonlicht, voeding, levensomstandigheden en levensstijl (roken, alcohol).
Wanneer staar behandelen?
Wie staar heeft maar nog goed kan zien en geen last heeft bij werk of hobby’s, hoeft nog geen behandeling te ondergaan. Meestal neemt het zicht geleidelijk af, maar soms lijkt het in de onderzoekskamer nog redelijk goed, terwijl iemand bijvoorbeeld bij het autorijden wordt verblind door tegenliggers. Wordt het zien moeilijker en hindert de staar het dagelijks leven, dan kan een staaroperatie (cataractoperatie) het gezichtsvermogen herstellen.
Staar kan in één oog voorkomen of in beide ogen, tegelijk of na elkaar.
De enige behandeling is het verwijderen van de troebele lens en het plaatsen van een kunstlens. De operatie kan aan één oog worden gedaan, maar tegenwoordig vaal ook aan beide ogen tegelijk (bilaterale chirurgie).
Voorbereiding op de staaroperatie
Om de operatie zo goed mogelijk te laten verlopen zijn de volgende voorbereidingen nodig. We streven erna om al deze onderzoeken in 1 polibezoek af te handelen (“cataractstraat”):
Oogonderzoek
Het eerste deel van het oogonderzoek wordt gedaan door een optometrist of een technisch oogheelkundig assistent. Zij meten onder andere het gezichtsvermogen en de oogdruk. Daarna krijgt u druppels om de pupillen te vergroten. Het vervolgonderzoek wordt vervolgens uitgevoerd door de oogarts.
Voorlichting
Na het consult bij de oogarts, krijgt u nog speciale voorlichting of een intake met de assistent om e.e.a. te verduidelijken Ook is de voorlichting op onze website te vinden.
Kunstlensmeting
De sterkte van de kunstlens voor uw oog wordt gemeten. Dit heet een biometrie. Het onderzoek gebeurt op de polikliniek Oogheelkunde. Het duurt niet lang en doet geen pijn. Omdat de juiste kunstlens ook afhangt van de meting van het andere oog, worden altijd beide ogen gemeten.
Als uw andere oog later ook geopereerd moet worden, hoeft dit onderzoek niet opnieuw. Het onderzoek wordt gedaan door een technisch oogheelkundig assistent (TOA) of een optometrist.
De brilsterkte na de operatie hangt af van de sterkte van de kunstlens die tijdens de operatie in uw oog wordt geplaatst.
Contactlensdragers: indien u contactlenzen draagt, is het voor een optimale meting nodig dat u de contactlenzen vóór de lensmeting een periode uit doet. Bij een monofocale standaard kunstlens moeten de lenzen (zachte en zuurstofdoorlatende lenzen) enkele dagen ervoor worden uitgedaan. Echter bij een speciale kunstlens (mutifocale of torische lenzen) moeten de zachte contactlenzen 2 weken en de harde contactlenzen 4 weken vóór de biometrie worden uitgedaan.
Preoperatieve screening: wel/niet nodig
De meeste operaties vinden plaats onder plaatselijke verdoving. Een preoperatieve screening door de anesthesist is daarom niet nodig. Bij eventuele narcose is een bezoek aan de anesthesist wel nodig: de anesthesist zal uw algemene gezondheidstoestand eerst beoordelen.
Vervolgafspraken:
U krijgt al uw afspraken via de polikliniekassistente. Meestal krijgt u direct een operatiedatum mee. Als dat niet meteen kan, belt de assistente u een paar weken voor de operatie om de datum af te spreken. U krijgt daarna een bevestigingsbrief thuis. Het is verstandig om steeds een vaste begeleider mee te nemen. Deze persoon kan u ook na de operatie helpen en de uitleg later samen met u doornemen.
Medicijnen:
Bloedverdunners hoeven niet gestaakt te worden. Diabetes patiënten moeten het gewone schema volgen. Andere medicijnen kunt u gewoon door gebruiken.
De dag van de staaroperatie
Dagbehandeling
U krijgt van tevoren te horen hoe laat u in het ziekenhuis verwacht wordt. Het is plezierig als u zich door een familielid of goede vriend(in) laat vergezellen. Houdt u er rekening mee dat u na de operatie niet zelf naar huis kunt rijden. Verder, geen make-up gebruiken, de sieraden afdoen en de oogleden schoonmaken. Contactlensdragers moeten de lenzen 2 dagen vóór de operatie uithouden. Trek makkelijk zittende kleding aan. Het te opereren oog wordt gemarkeerd op het voorhoofd of de wang om fouten te voorkómen. U krijgt enkele druppels met een antibioticum en om de pupil wijd te maken. U hoeft geen pyjama mee te nemen. De haren worden bedekt met een operatiemuts. Maak vóór het vertrek naar de operatiekamer even gebruik van het toilet, dat voorkomt problemen tijdens de operatie.
Als de operatie onder plaatselijke verdoving plaatsvindt, hoeft u niet nuchter te zijn. U mag ’s morgens voor de operatie een normaal ontbijt nemen en drinken. Als de operatie onder narcose plaatsvindt, moet u wel nuchter zijn (dit betekent dat u 6 uren voor de operatie niets meer mag eten en/of drinken en roken). Uw gebit mag u inhouden. Uw gehoorapparaat bij voorkeur aan de ‘operatiekant’ uitdoen. Als u dagelijks medicijnen gebruikt, moet u hier gewoon mee doorgaan, tenzij anders is geadviseerd. De staaroperatie zelf duurt ongeveer 15 minuten. Na de operatie gaat u terug naar de afdeling, waarna u vrij snel naar huis kunt. U bent totaal ongeveer 1,5-2 uur in het ziekenhuis.
Type verdoving
De operatie kan onder plaatselijke verdoving worden uitgevoerd d.m.v. druppels (druppel-anesthesie) of een prik (subtenon-anesthesie). In uitzonderingsgevallen wordt de operatie onder narcose verricht. Bij druppel-anesthesie wordt het oog verdoofd met druppels (het oog kan dan nog wel bewegen, maar is goed verdoofd). Bij de subtenon anesthesie wordt het oog eerst verdoofd met druppels zodat u verder geen pijn meer voelt (zie folder verdoving). Hierna wordt met een stompe canule (geen prik) extra verdovingsvloeistof achter het oog geplaatst. Deze verdoving heeft als voordelen dat het oog gevoelloos is en niet meer kan bewegen. Het is een zeer veilige en succesvolle verdovingsmethode in de oogchirurgie. Na de operatie werkt de verdoving in enkele uren uit en keren beweeglijkheid en gezichtsvermogen terug.
U kunt uw voorkeur kenbaar maken bij de oogarts tijdens het polibezoek. Uitgebreide informatie over de verschillende methoden van verdoving (met illustraties) vindt u op de website bij rubriek “Het oog“. In uitzonderingsgevallen wordt gekozen voor een algehele verdoving of narcose, bijvoorbeeld bij patiënten die erg angstig zijn, die absoluut niet stil kunnen liggen of die mentaal geretardeerd zijn. Bij narcose slaapt u natuurlijk en merkt u niets van de operatie. In alle gevallen wordt uw gezondheidstoestand doorlopend bewaakt; bloeddruk, hartslag en ademhaling worden goed in de gaten gehouden.
De operatiekamer
Voordat de operatie begint, wordt u steriel afgedekt met een doek. Onder deze doek wordt u voorzien van frisse lucht om eventuele benauwdheid te voorkomen. Als u pijn hebt of als u zich niet prettig voelt moet u dit aangeven. Als het nodig is kunt u aan de opererende oogarts gerust vragen stellen. Als u tijdens de operatie zou moeten hoesten of kuchen, kunt u de oogarts daarvoor waarschuwen. Gedurende de operatie wordt er veelal gesproken door de oogarts en het operatiekamerpersoneel. Bovendien produceert de aanwezige operatieapparatuur tal van geluiden. Dit is echter niets om u ongerust over te maken. Tijdens de operatie moet u ongeveer 15 minuten rustig blijven liggen. Aan het eind van de operatie krijgt u een oogverband voor het geopereerde oog. Als de operatie met plaatselijke verdoving is gebeurd, gaat u direct terug naar de afdeling. Daar mag u eten en drinken en u mag meteen weer lopen.
Het oog behoort na de operatie nauwelijks pijnlijk te zijn. Het oog moet wel dicht zijn onder het verband om te voorkómen dat het verband tegen het oog schuurt. Zo nodig mag u een tablet paracetamol (pijnstiller) innemen. Na de operatie kunt u niet zelf autorijden. Door het kapje op het oog kunt u de diepte en afstanden tijdelijk niet inschatten. Neemt u een begeleider mee die u na de operatie naar huis kan begeleiden.
De staaroperatie
De operatietechnieken zijn de laatste jaren veel beter geworden. Daardoor verloopt de operatie tegenwoordig sneller en veiliger. Bij u wordt de modernste techniek gebruikt: phaco-emulsificatie. Dit betekent letterlijk dat de lens wordt verpulverd en opgezogen. De operatie begint met een klein sneetje in het oog (ongeveer 2,2 tot 2,5 millimeter). Binnen in de lens zit de lenskern. Deze wordt harder en donkerder naarmate u ouder wordt. Rondom de kern zit de lensschors, en alles samen is verpakt in het lenskapsel, het omhulsel van de lens. De oogarts maakt een ronde opening aan de voorkant van het kapsel. Daarna wordt de lens verpulverd en opgezogen (zie linker foto).
Als de troebele lens is verwijderd, wordt een vouwbare kunstlens in het lenszakje geplaatst. De kunstlens heeft flexibele pootjes en optiek (ronde schijf) waardoor ze makkelijk in opgerolde toestand in het oog te plaatsen zijn (rechtsboven). In het oog ontvouwt de kunstlens zich en zetten de pootjes zich vast in het lenszakje (linksonder). Er is géén hechting nodig, de wond sluit door een soort klepmechanisme vanzelf. Uiteraard kan het in sommige gevallen nodig zijn de techniek wat aan te passen. De oogarts heeft daar dan goede redenen voor die hij u ook zal uitleggen.

Afbeelding: vóóraanzicht van een kunstlens in het oog (rhexis = opening van het voorste lenskapsel)
Bilaterale chirurgie (dubbelzijde operatie op hetzelfde moment)
Onder bepaalde voorwaarden kunnen beide ogen tegelijkertijd worden geopereerd. Dit wordt dan gedaan onder druppelverdoving. Informeer daarvoor bij uw eigen oogarts. Het voordeel is dat het herstel van beide ogen sneller gaat. Hierdoor kan eerder een eventuele definitieve brilcorrectie plaatsvinden.
Type kunstlenzen waaruit gekozen kan worden
Bij de operatie wordt een kunstlens geplaatst ter vervanging van de eigen troebele ooglens. Afhankelijk van de refractie-afwijking (brilsterkte vóór de operatie) en de wens van de patiënt, heeft de oogarts de keuze uit een aantal kunstlenzen. Deze worden hierna beschreven:
a) Monofocale, standaard kunstlens
Dit is de meest gebruikte kunstlens waarvoor een patiënt in aanmerking komt. Een monofocale standaard kunstlens betekent dat u met de kunstlens maar op één afstand scherp ziet, meestal in de verte.
-foto links: diverse soorten kunstlenzen
-foto rechts: de grootte van de kunstlens in werkelijkheid (optiek met 2 pootjes)

Na de operatie heeft u bijna altijd een leesbril en/of een vertebril nodig om goed scherp te kunnen zien. Er bestaan verschillende soorten monofocale kunstlenzen. De meeste lenzen filteren schadelijk UV-licht en beschermen het netvlies tegen paarsblauw licht. De kunstlens heeft een rond doorzichtig deel van 6 millimeter (optisch deel) — dat is het deel waar u doorheen kijkt. Met de twee pootjes erbij is de totale diameter ongeveer 13 millimeter. De nieuwste generatie kunstlenzen heeft een verbeterd optisch systeem (de asferische kunstlens). Hierdoor is de beeldkwaliteit nog beter: minder last van schitteringen in het donker en beter contrast bij weinig licht. De kunstlens gaat uw hele leven mee. In principe krijgt iedereen deze monofocale standaardlens, tenzij u in aanmerking komt voor een van de andere typen kunstlenzen.
b) Monofocale, torische kunstlens
Deze kunstlens kan een cilindrische afwijking van het hoornvlies (astigmatisme) corrigeren. Bij zo’n afwijking is het hoornvlies niet mooi rond als een voetbal, maar meer ovaal als een rugbybal. Een standaard monofocale lens kan dit niet corrigeren, maar een torische kunstlens meestal wel. Met een torische lens kunt u scherper in de verte zien zonder bril. U heeft echter nog wel een leesbril nodig. De torische lens heeft ook een geelfilter voor extra bescherming van het netvlies.
Er staan twee kleine streepjes op de lens, zodat de oogarts deze in de juiste richting kan plaatsen.
Slechts minder dan 10% van de patiënten komt in aanmerking voor een torische lens. De meeste mensen hebben geen cilindrische afwijking en hebben deze lens dus niet nodig. De torische lens is duurder. Het extra bedrag moet u zelf bijbetalen (zie de folder Kosten). Meer informatie vindt u op de website in de aparte folder over “torische kunstlens“.
De lens is overigens duurder waardoor de patiënt zelf het aanvullende deel moet bijbetalen (zie folder kosten).

diverse kunstlenzen
c) Multifocale kunstlens
Met deze kunstlens kan de meerderheid van de patiënten goed in de verte én dichtbij zien, zonder een bril te dragen. Alleen mensen die géén bril meer willen dragen (bril-onafhankelijk), komen ervoor in aanmerking. Ook deze kunstlens heeft een gele kleur om het paarsblauwe licht eruit te filteren, net zoals bij de menselijke lens het geval is. De lens is aanzienlijk duurder waardoor de patiënt zelf moet bijbetalen; de zorgverzekeraar vergoedt de extra kosten niet. Slechts een klein deel van de patiënten wenst in aanmerking te komen voor deze lens. Er zijn vele multifocale kunstlenzen op de markt (zie aparte folder over de “multifocale lens“).
d) Multifocale en torische kunstlens
Patiënten die een cylindrische afwijking van het hoornvlies hebben, komen hiervoor in aanmerking (de Multifocale-Torische lens). De Multifocal-Torische kunstlens heeft eigenschappen van een multifocale kunstlens (zien voor veraf én dichtbij) én een torische lens (ter correctie van een cylinder). Deze lens is bedoeld voor patiënten die een cylindrische afwijking hebben én die na een staaroperatie geen bril meer wensen voor dichtbij, veraf en de tussenliggende afstand (zie folder multifocale lens), dus bril-onafhankelijk willen zijn. Deze lens is bedoeld voor mensen die een cilinder afwijking van het hoornvlies hebben én na de operatie geen bril wensen te dragen voor dichtbij en afstand. De oogartsen implanteren in principe meestal de “monofocale, standaard kunstlens“. Bespreek met uw oogarts welke kunstlens wordt geïmplanteerd. Er staat ook een film op de website over de lenstypen (zie folder film lenzen).
Nazorg
De dag na de operatie mag u het verbandje er thuis zelf afhalen. Bij een dubbelzijdige operatie, op dezelfde dag, wordt een doorzichtig kapje of een beschermbril meegegeven. Het is heel gewoon dat men in het begin nog wat wazig ziet. Het oog is de eerste week mogelijk geïrriteerd en traant soms. Dit trekt geleidelijk weg. Bij felle zon is een zonnebril aangenaam. Binnen enkele dagen ziet men aanzienlijk beter. De eindcontrole wordt verricht na ongeveer 4 weken.
Druppelinstructie:
De druppels (ontstekingsremmers) moeten, vanaf de eerste dag na de operatie, 3x per dag in het geopereerde oog worden gedruppeld. U kunt dit zelf doen of door iemand in uw omgeving. Dit voorkomt infectie en vermindert de kans op een ontsteking.
- was uw handen met water en zeep en droog ze goed af, maak uw oogleden schoon door met een vochtige tissue of vochtig gaasje voorzichtig over de huid (richting uw neus) te strijken; ga, als u dit gemakkelijk vindt, voor een spiegel staan of op een stoel zitten.
- neem het flesje met druppels in de hand, alsof u een pen vasthoudt.
- trek het onderste ooglid met de wijsvinger van uw andere hand voorzichtig naar beneden en kijk omhoog. Een instructiefoto vindt u elders op de website → “instructie druppels, zalf, verband“. Laat voorzichtig in het midden van het onderste ooglid en druppel vallen.
- het flesje of de tube mag niet in aanraking komen met uw oog.
- sluit uw oog, maar knijp het niet dicht.
- volg het druppelprotocol van uw oogkliniek
- indien u meerdere soorten druppels voorgeschreven heeft gekregen: wacht telkens 1 minuut tussen de verschillende druppels.
De bril:
Voorafgaand aan een staaroperatie kan nooit worden gegarandeerd dat u daarna scherp kunt zien zonder bril. Ook is niet zeker welke brilsterkte u nodig zult hebben. Na de operatie meet de optometrist of TOA uw gezichtsscherpte voor veraf. Soms is een bril nodig om scherp te zien in de verte. Vaak heeft u ook een leesbril nodig.
Als u een multifocale kunstlens krijgt, is een (lees)bril meestal niet nodig, maar door verschillen tussen mensen kan het toch soms nodig zijn. U krijgt bij de eindcontrole (3–4 weken na de operatie) een briladvies. Echter de opticien doet de definitieve eindmeting na 5-6 weken, zolang duurt namelijk de wondgenezing.
Leefregels na de operatie:
- Het oog is de eerste weken na de operatie kwetsbaar. De eerste week na de operatie moet u ’s nachts en op andere tijden als u slaapt het plastic oogkapje opplakken (dit voorkomt wrijven in het oog).
- U mag niet in het geopereerde oog wrijven.
- Normale huishoudelijke activiteiten en kantoorwerk zijn toegestaan. U mag wandelen, tv-kijken, lezen en fietsen. Bukken, tillen, niezen en persen zijn toegestaan. U mag gewoon dingen van de grond rapen.
- U mag douchen en uw haren wassen, onder voorwaarde dat u het geopereerde oog sluit. Let op dat u bij het afdrogen niet in de ogen wrijft of op de oogleden drukt.
- Alle sporten mogen na 2-4 weken weer beoefend worden. Wees echter voorzichtig met spring- en contactsporten. De eerste twee weken na de operatie mag u niet zwemmen. Vermijd de eerste week na de operatie zware lichamelijke inspanning.
- Werken in een stoffige omgeving mag pas na een week en dan bij voorkeur met een beschermende bril op.
- Autorijden is afhankelijk van uw totale gezichtsvermogen (van beide ogen), maar is niet toegestaan zolang u het oogverband op heeft. Overleg dit met uw oogarts.
- Het oude glas mag gewoon in de bril blijven zitten na de operatie (dat kan geen kwaad). Als u veel last heeft van het sterkteverschil, dan kunt u het glas er bij de opticien uit laten halen. Bij eindcontrole wordt een nieuwe briladvies gegeven.
- Bij de volgende afwijkingen of klachten dient u direct contact op te nemen met de poli of met de dienstdoende oogarts: misselijkheid, pijn of plotseling minder zien, toenemende roodheid van het oog, het zien van zwarte vlekken en/of lichtflitsen.
Problemen of complicaties tijdens en na een staaroperatie
Een staaroperatie behoort tot één van de veiligste en meest succesvolle chirurgische operaties. Uiteraard doen wij ons uiterste best om complicaties te vermijden en gelukkig komen ze zelden voor. Over het algemeen verloopt 98% van de operaties vlekkeloos en treedt er in 2% van de gevallen een complicatie op. Deze complicatie kan ontstaan tijdens of na de operatie. Deze problemen zijn vaak goed te verhelpen, echter in een enkel geval leidt dit tot een achteruitgang van het zicht. De wet vereist dat we u ervan op de hoogte stellen. Daarom is het belangrijk dat u deze brochure goed doorleest en bij onduidelijkheden verder uitleg vraagt. Mogelijke problemen of complicaties zijn:
Tijdens de operatie:
- Scheurtje in het lenszakje. Tijdens het opereren kan het lenszakje scheuren. Dit kan tot gevolg hebben dat de ingreep wat langer duurt en dat een ander soort kunstlens moet worden ingezet; er zijn dan meestal hechtingen nodig. Soms is een aanvullende operatie nodig. Dit hoeft het zien uiteindelijk niet te beïnvloeden. Dit treedt zelden op (1-2% van de operaties).
- Lensresten. Bij een scheur in het lenszakje kunnen brokstukjes van de eigen ooglens in het glasvocht vallen. Deze lensresten moeten dan alsnog worden verwijderd. Dit komt zelden voor.
- Wondproblemen. In principe wordt tijdens de operatie geen hechting geplaatst. Indien wondlekkage verwacht wordt, zal de oogarts voor de zekerheid een hechting plaatsen.
Na de operatie:
- Infectie. Vanaf drie dagen tot twee weken na de operatie kan als gevolg van bacteriën een infectie van het oog ontstaan. Dit wordt een endophthalmitis genoemd. Dit is een ernstige complicatie, die echter heel zeldzaam is (1 op de 1.000 operaties).
- Nastaar (troebel lenszakje). Enkele maanden of jaren na de staaroperatie kunnen nieuwe troebelingen van het lenszakje ontstaan waardoor uw gezichtsscherpte kan verminderen. Deze ‘nastaar’ is goed te verhelpen met een poliklinische, pijnloze, laserbehandeling. Met de huidige techniek en de door ons gebruikte kunstlens komt na-staar zelden voor. De kans op nastaar is o.a. afhankelijk van de gebruikte kunstlens. Wij gebruiken kwalitatief hoogwaardige lenzen waarbij de vorming van nastaar zelden meer optreedt (< 3%). Zie folder over nastaar.
- Vocht onder de gele vlek (macula-oedeem). Soms ontstaat er een vochtophoping in het netvlies die zich korte of lange tijd na de operatie kan voordoen (zie folder cystoid macula-oedeem / CME). Dit wordt meestal behandeld met speciale oogdruppels of medicijnen en heeft vaak een goede prognose.
- Troebel hoornvlies. Soms is er sprake van een wazig hoornvlies gedurende enkele dagen: dit treedt weinig op en herstelt meestal goed.
De complicaties, zoals hierboven vermeld, komen gelukkig dus zelden voor. Wilt u hierover méér geïnformeerd zijn, zie dan de folder die gaat over “gecompliceerde staaroperatie“. In het algemeen zijn bovengenoemde problemen uiteindelijk goed te verhelpen en zij leiden zelden tot een minder gezichtsvermogen dan voor de operatie. Al met al vormen deze mogelijke complicaties geen reden om van de operatie af te zien. Zonder operatie wordt het zicht door staar zeer slecht, terwijl u met de operatie een heel grote kans hebt om beter te zien.
Resultaten van staaroperaties
In het algemeen leidt een staaroperatie tot een verbetering van de gezichtsscherpte (met één oog of met beide ogen tegelijkertijd), stereozien (dieptezien), de contrastgevoeligheid en vermindering van de brilsterkten tussen beide ogen (anisometropie). Daarnaast blijkt uit onderzoek dat een staaroperatie het risico op vallen en op ongevallen kan verminderen. Op onze website bij rubriek “Lens (staar): resultaten” worden de resultaten van de gezichtsscherpte getoond van 12.000 staaroperaties. Gemiddeld neemt bij 95% van de geopereerde patiënten het gezichtsvermogen toe na de staaroperatie.