Droge ogen: hoofdfolder (keratoconjunctivitis sicca)

Droge ogen: hoofdfolder (keratoconjunctivitis sicca)

Inhoudsopgave:

  1. Wat is een traanfilm
  2. Aanmaak en afvoer van tranen
  3. Opbouw van de traanfilm
  4. Klachten van droge ogen
  5. Oorzaken van droge ogen
  6. Het onderzoek
  7. Hoe vaak komt het voor (prevalentie)?
  8. Behandelingen
  9. Prognose
  10. Animatie / film

1. Wat is een traanfilm
Op het oog rust een traanlaagje. Dit traanlaagje bevat traanvocht en dient ervoor om het oog te bevochtigen en het hoornvlies te beschermen tegen uitdroging en vuil. Bij elke knipperslag van de oogleden wordt traanvocht in een dun laagje gelijkmatig over het oog verdeeld. Dit dunne laagje wordt de traanfilm genoemd. Een optimale traanfilm is ook nodig voor een optimale breking van licht en beelden zodat we deze beelden scherp kunnen zien. Ogen zijn droog als er te weinig tranen zijn of als de tranen van slechte kwaliteit zijn, waardoor het oog niet goed vochtig wordt gehouden.
doorsnede oog traanklier en traanwegen
2. Aanmaak en afvoer van tranen
Het traanvocht wordt continu aangemaakt door het slijmvlies van het oog (conjunctiva, het witte deel van het oog) én de traanklier. De traanklier ligt in de oogkas boven de buitenste ooghoek (onder de botrand bij de wenkbrauw), zie afbeelding (lacrimal glands, nr 1). Een deel van de tranen verdampt op het hoornvlies. De overige tranen worden afgevoerd via het traanwegsysteem. Het traanweg afvoersysteem bestaat uit:

  • de bovenste en onderste traanpunten (punctum of nr 2 in de afbeelding). het zogenaamde ‘afvoerputje’
  • de bovenste en onderste traankanaaltjes (nr 3), de zogenaamde ‘afvoerbuisjes’
  • de traanzak (tear duct, nr 4), het zogenaamde ‘afvoerreservoir’
  • het neustraankanaal (nr 5). Dit is een afvoergang die in de neus uit komt
  • de neus (nr 6). Uiteindelijk komen overtollige tranen in de neus terecht

 traanklier en traanwegen

De traanklier, gelegen onder het bovenooglid, reageert bij emotie of oogirritatie en produceert dan méér traanvocht. Dit worden reflex-tranen genoemd. Bij het maken van méér tranen (bijv. door huilen) komt meer vocht in de neus (snotteren).

3. Opbouw van de traanfilm
De traanfilm is een dun laagje vocht dat over het voorste deel van het oog (hoornvlies en slijmvlies) ligt.  Het is nodig om een optimale gezichtsscherpte te krijgen (een glad oppervlak waarin de lichtstralen optimaal worden gebroken). Tevens wordt het oog gesmeerd en beschermd tegen vuil, stof en infecties. Bij elke knipperslag (na 20-30 seconden) wordt de traanfilm in een dun laagje gelijkmatig verdeeld over het oog (een soort ‘ ruitenwisser’).

In de afbeelding hiernaast is de opbouw van de traanfilm weergegeven. Deze traanfilm is samengesteld uit drie bestanddelen (de bijdrage staat in percentage vermeld):

  1. een buitenste (lipide/vet) laag (0.5%): deze olie-achtige laag wordt geproduceerd door kleine kliertjes in de oogleden (de Meibom kliertjes); deze laag voorkómt een snelle verdamping van het traanvocht.
  2. een middelste (waterige) laag (95%): deze wordt geproduceerd door kleine kliertjes in het slijmvlies en door de traanklier. Deze laag spoelt het oog schoon van vuil, stof en bacteriën.
  3. een binnenste (mucine) laag (4.5%): deze slijmachtige laag wordt geproduceerd door kleine kliertjes (de slijmbekercellen) in het slijmvlies van het oog; dit laagje zorgt ervoor dat de waterige laag zich gelijkmatig over het oog verdeelt en zich er goed aan vasthecht.

4. Klachten van droge ogen
De klachten kunnen divers zijn en o.a. bestaan uit:

  • een branderig gevoel
  • een vermoeid gevoel
  • een stekend gevoel (alsof er iets in het oog zit)
  • een zanderig of korrelig gevoel
  • een jeukend gevoel
  • een drukkend gevoel
  • last van licht (fotofobie), ook bij bijv. autolampen
  • vastklevende, vastgeplakte oogleden als u knippert, met name bij het opstaan (’s nachts, ’s ochtends).
  • een wisselend gezichtsvermogen: bij een aantal keren knipperen wordt het zien tijdelijk beter. Hierdoor kan de brilmeting minder nauwkeurig zijn en wisselende sterkten geven.
  • last bij het lezen of computerwerk (de ogen ‘vallen dicht’) waardoor men hiermee vroegtijdig stopt
  • verergering van de klachten door externe factoren: rokerige ruimten of airconditioning.
  • problemen met dragen van contactlenzen (voor een goed draagcomfort is een goede traanfilm nodig)
  • tranende ogen: het eigenaardige is dat het droge oog weer kan leiden tot abnormaal tranende ogen. U kunt dus ook last van ‘droge ogen’ hebben terwijl u juist last heeft van teveel tranen. Het overmatig tranen is een gevolg van irritatie. Er ontstaat irritatie door het droge oog (bijv. fietsen in de wind) waardoor de traanklier als reactie hierop juist extra tranen gaat aanmaken. Dit zijn reflextranen (neptranen of pseudotranen genoemd). Deze reflextranen zijn echter niet van dezelfde samenstelling als het normale traanlaagje dat over het oog hoort te liggen (de normale traanfilm); de kwaliteit is slechter. Deze overtollige tranen hebben niet de goede samenstelling en lossen daarom ook het probleem van de droge ogen niet op; ze blijven niet op het oog liggen maar rollen er uit over de wangen.Mensen met klachten van tranende ogen hebben dan ook feitelijk meestal ‘droge ogen’.

5. Oorzaken van droge ogen?
Droge ogen ontstaan als er onvoldoende traanvocht wordt aangemaakt en/of het traanvocht van onvoldoende kwaliteit is. Meestal is de samenstelling van de traanfilm niet goed doordat één van de 3 bestanddelen of lagen van de traanfilm onvoldoende aanwezig is; dit leidt dan tot een droger oog. De meest voorkomende oorzaken van droge ogen zijn:

1.  Een toegenomen verdamping van traanvocht
Een toename van de verdamping van het traanlaagje leidt tot een droog oog. De oorzaken kunnen zijn:

  • Onvoldoende productie van de buitenste (lipide/olie-achtige) laag.
    In de oogleden bevinden zich talgkliertjes die een vetachtige substantie afscheiden. Deze vetten zorgen voor een gladde traanlaag en werkt beschermend voor het oogoppervlak. Door de slechte functie van de talgkliertjes (Meibom kliertjes) is het vetlaagje van de traanfilm verminderd waardoor het waterige gedeelte van de traanfilm sneller verdampt. Dit komt bijv. voor bij:

    • een chronische ooglidrandontsteking (zie folder over blefaritis).
    • toenemende leeftijd (bij veroudering verandert de werking van de talgkliertjes).
    • contactlensdragers (vermindering van het aantal functionerende talgkliertjes).
    • overige ooglidafwijkingen.
      Een aandoening van de ooglidranden (met onvoldoende functioneren van de talgklieren) komt bij 85% van de patienten met droge ogen voor. Er is een afzonderlijke folder over de talgklier afwijking (Meibomian Gland Dynsfunction MGD).
  • Onvoldoende productie van de binnenste (slijmachtige of mucine) laag.
    In het slijmvlies van het oog (de conjunctiva) bevinden zich slijmbekercellen (Goblet-cellen). Onvoldoende productie van slijm wordt veroorzaakt doordat de slijmbekercellen slechter functioneren of onvoldoende aanwezig zijn (bijv. na een chemisch letsel). Het waterige gedeelte van de traanfilm blijft dan onvoldoende kleven aan het hoornvlies (oogoppervlak). Dit kan voorkomen bij diverse bindvliesaandoeningen, zoals na oogverbrandingen, vitamine A gebrek (belangrijkste oorzaak in de derde wereld) en bepaalde zeldzamere oogziekten (Steven-Johnson, pemphigoid, trachoom).
  • Toegenomen verdamping van de traanfilm.
    De traanfilm droogt sneller op door verdamping in bepaalde omstandigheden, zoals airconditioning (bv. in kantoorgebouwen, auto’s), centrale verwarming, droge of warme omgevingslucht en fietsen in de wind. Doordat de traanfilm sneller op droogt, wordt de traanfilm dunner en ontstaan er droge plekken. Hierdoor raakt het oogoppervlak eerder beschadigd. Dit kan weer het ziektebeeld verergeren. De traanklier kan bij het droogvallen van de traanfilm reageren door méér tranen te produceren (tranend oog bij fietsen in de wind). De traanfilm wordt ook meer blootgesteld aan de buitenlucht als de oogleden wijder open staan, bijv. bij de ziekte van Graves.
    Een veel voorkomende situatie is het lezen of werken achter de computer. Hierbij neemt de knipperfrequentie af waardoor de traanfilm sneller uitdroogt. Dit wordt nogeens versterkt door airconditioning en droge lucht.
  • Blootstellen van het oogoppervlak door ooglidafwijkingen.
    Het ooglid zorgt voor een goede verdeling van het traanlaagje over het oog. Bij het niet goed kunnen sluiten van de oogleden, bijv. door een verlamming, droogt het oog sneller uit. Dit wordt “exposure keratopathie” genoemd.
  • Onvoldoende knipperen.
    De knipperbeweging zorgt ervoor dat de tranen gelijkmatig verdeeld worden over het hoornvlies. Bij te weinig of slechte knipperbewegingen wordt de traanfilm niet gelijkmatig over het oog verdeeld, waardoor bepaalde delen van het hoornvlies eerder uitdrogen. Sommige mensen hebben vooral last bij computerwerk of bij lezen (tablets, ipads, telefoon). In het algemeen zijn wij geneigd om bij het lezen minder vaak te knipperen. Mensen met droge ogen krijgen dan eerder last. Frequenter knipperen is dan nodig.
    Als u vooral na het slapen last heeft, vraag dan aan uw partner of iemand die u ziet slapen of u de ogen wel goed sluit bij het slapen. Sommige mensen slapen met hun ogen half open. Het is van belang dit te melden aan de oogarts die u onderzoekt voor uw klacht.

2. Een verminderde productie van traanvocht
De productie van traanvocht kan onvoldoende zijn door verschillende oogziekten. Deze traanproductie kan gemeten worden met eens speciaal stripje (Schirmer test).

  • Aandoening van de traanklier.
    De traanklier kan aangetast zijn door bepaalde ontstekingsreacties (bijv. sarcoidose, schildklierziekte), door een gezwel (zeldzaam) of na een bestraling (bijv. bij de behandeling van een gezwel dat in de buurt ligt van de traanklier).
  • Een immunologische afweerreactie tegen de traanklier.
    Het syndroom van Sjögren is een chronische auto-immuunziekte van o.a. de traan- en speekselklieren. Auto-immuun wil zeggen dat het afweersysteem van het lichaam zich richt tegen lichaamseigen weefsels. Vaak vindt dan ook een afweerreactie plaats in de traanklier en speekselklier waardoor men last heeft van een droog oog respectievelijk een droge mond. Ongeveer 1 op de 10 van de patiënten met droge ogen heeft een Sjogren. Zie folder Sjogren syndroom.
  • Hormonale veranderingen.
    Droge ogen komen vaak voor bij bijv. vrouwen in de overgang (menopauze) door ontregeling van de hormoonhuishouding.
  • Overige.
    Bepaalde medicijnen kunnen invloed hebben op de productie van het waterige deel van de traanfilm (bijv. orale anticonceptie).

3. Onregelmatigheden van het oogoppervlak
Er kunnen op het hoornvlies- of bindvliesoppervlak plaatselijke onregelmatigheden aanwezig zijn waardoor de traanfilm tijdens een knipperslag bepaalde delen van het oogoppervlak niet goed bevochtigd. Voorbeelden zijn bindvlieszwellingen (na operaties, littekens, pterygium) of onregelmatigheden van het hoornvlies (map-dot- fingerprint dystrofie).

4. Onbekende oorzaak
Vaak blijft de oorzaak van een droog oog onbekend.
Er zijn negatieve effecten op droge ogen door langdurig lezen. Landgdurig in stilte lezen heeft effect op parameters van de traanfilm en het oogoppervlak [Ophth 2018].

Samengevat
De kwaliteit van de traanfilm wordt bepaald door een complex samenspel van de knipperfrequentie, de traanproductie, de traanafvoer en de verdamping van het oogoppervlak. Indien deze balans niet optimaal is, ontstaat een afwijkende traanfilm (traanfilm insufficientie) waardoor de klachten van ‘droge ogen’ ontstaan. Het “Droge ogen syndroom” of ” keratoconjunctivitis sicca” is een conditie waarbij het oogoppervlak droog of beschadigd is door een verminderde traanproductie en/of een overmatige verdamping van traanvocht. Dit leidt tot een “hyperosmolariteit” van de tranen (verhoogde concentratie van stoffen in de traanfilm)

Er kunnen op het hoornvlies- of bindvliesoppervlak plaatselijke onregelmatigheden aanwezig zijn waardoor de traanfilm tijdens een knipperslag bepaalde delen van het oogoppervlak niet goed bevochtigd. Structuren die daarbij een rol spelen zijn, zijn  a) het hoornvlies (de cornea), b) het slijmvlies (conjunctiva met slijmproducerende Gobletcellen), de oogleden (met de vetproducerende talgklieren) en de traanklier (traanproductie). De traanfilm wordt niet gelijkmatig verdeeld over het hoornvliesoppervlak. Op die plekken wordt het dan droger

Er bestaan extrinsieke en intrinsieke risicofactoren die kunnen leiden tot verergering (bijv. de excentrieke factoren omvatten: droge omgeving, contactlenzen, oogdruppels, veel beeldschermwerk, na ooglidcorrecties of laserchirurgie; de intrinsieke factoren zijn oa hogere leeftijd, vrouwelijk geslacht, autoimmuunziekten). Er ontstaat onvoldoende bevochtiging van het oogoppervlak waardoor allerlei ontstekingsstoffen vrij gaan komen. Deze ontstekingsmediatoren spelen een centrale rol in het ziektebeeld [Ophthalmology 2017; S1].
Dit leidt er weer toe dat de traanfilm nog instabieler gaat worden (vicieuze cirkel).

6. Het onderzoek
De traanfilm kan aangekleurd worden met een speciale kleurstof (fluoresceine) en worden bekeken met blauw licht. De traanfilm hoort bij een normaal oog minstens 10 sec egaal aan te kleuren. Deze aankleuring wordt uitgedrukt in een zogenaamde BUT (break-up time) van de traanfilm. Als de traanfilm niet meer egaal aankleurt, ontstaan er donkere plekken in de traanfilm (dat zijn de droge plekken). Er wordt gekeken hoe snel de aankleuring droogvalt. Bij droge ogen is deze BUT van de traanfilm korter dan normaal (< 10 sec).


BUT-traanfilm: bij een korte BUT ontstaan donker (droge) plekken in de traanfilm (witte pijlen)

Vaak zijn ook één of meerdere slijmvliesplooitjes te zien die rusten op het onderooglid. Dit wordt een conjunctivo-chalasis genoemd (zie folder). Deze conjunctivo-chalasis kan ook bij andere oogaandoeningen voorkomen (bijv. een slijmvliesbloeding):

conjunctivo-chalasis (lipcof plooitjes)

Bij ernstigere traanfilmproblemen worden droge puntvormige (beschadigde) plekjes op het hoornvlies waargenomen. Deze zwakke plekjes kleuren lichtgroen aan en worden punctata genoemd (linker foto). De traanproductie wordt soms gemeten met een papieren-stripje, de Schirmertest (rechter foto):
droge plekjes op hoornvlies   Schirmertest bij droge ogen
Bij droge ogen wordt de bovenste en onderste traanfilmmeniscus minder hoog (dit is het waterlaagje op de overgang van het ooglid en de oogbol). Op microscopisch niveau lijken er, bij ernstige vormen, veranderingen plaats te vinden van het oogoppervlak (afwijkende hoornvlieszenuwtjes en minder epitheel- of ‘huid’cellen van het hoornvlies).

7. Hoe vaak komt het voor (de prevalentie)?
Veel mensen ervaren in enige mate klachten van droge ogen, mede afhankelijk van omgevingsfactoren (bijv. droge lucht, airconditioning). Sommige mensen hebben vaak of constant last van droge ogen. Er is onderzocht hoe vaak mensen ernstige klachten (‘vaak of constant klachten’) hebben of waarbij de oogarts de diagnose heeft gesteld. De prevalentie is ligt tussen de 4-10% bij mensen > 40-50 jr en 10-15% bij mensen > 65 jr. Het risico op ernstige droge ogen is afhankelijk van oa:

  • Geslacht. In een Amerikaans onderzoek was de prevalentie bij vrouwen (7.8%) hoger dan bij mannen (4.3%). Dit geldt ook voor Aziatische landen (hoewel de prevalentie daar hoger ligt, namelijk 22% resp 13%, [Ophth 2011; 2326]). Globaal geldt een 1.8x hoger risico bij vrouwen.
  • Leeftijd. De kans op een droog oog neemt toe met de leeftijd (bijv. bij vergelijking van < 50 jr tov > 75 jr). Dit geldt zowel bij vrouwen (6% tov 10%) als bij mannen (4% tov 8%) [AJO 2003, Arch 2009]. Factoren die daarbij een rol kunnen spelen zijn de talgklieren, de hormonale huishouding en de hoornvliesgevoeligheid. De kwaliteit van de traanfilm is oa afhankelijk van de talgklieren (Meibomse klieren) in de oogleden. Met toenemende leeftijd wordt de functie van deze talgklieren minder waardoor de kans op een droog oog groter wordt. Tevens neemt de gevoeligheid van het hoornvlies af en veranderen de hormoonspiegels in het bloed (mn vermindering van het mannelijke hormoon).
  • Regio. In een Amerikaans onderzoek was de prevalentie lager (4-10%) dan in Aziatische landen (10-30%).
  • Medicatie. Bepaalde medicijnen geven eerder klachten, bijv. middelen tegen hoge bloeddruk, anti-depressiva, diuretica.
  • Omgeving: mn droge omgeving speelt een belangrijke rol
  • Beeldschermwerk: langdurig achter een beeldscherm werken, is een risicofactor
  • Contactlenzen. Het gebruik van contactlenzen, vaak in combinatie met intensief beeldschermgebruik, verhoogt het risico op klachten van een droog oog (een 3.5-4x hoger risico).
  • Andere aandoeningen, bijv. autoimmuunziekten
  • Overige. Minder constante risicofactoren (afhankelijk van de studie) zijn o.a. het dieet (een dysbalans in de opname van omega-3-vetzuren, vit A).

8. Behandeling
Als er een aanwijsbare oorzaak is, dan wordt die eerst behandeld. Maar het lukt lang niet altijd de oorzaak van de droge ogen weg te nemen. In dat geval bestaat de behandeling uit het verlichten van de klachten. Dat kan door:

8a. Kunsttranen
De traanvervangers kunnen bestaan uit “kunsttranen”. Deze kunnen bestaan uit:

  • druppels (bijv. Protagens, Duratears, Oculotect, Cellufresh, Hypromellose, Methylcellulose, Celluvisc, Optivue, Hyabak, Filmabak)
  • gel (bijv. Vidisic carbogel, Liposic, Dry eye gel, Thilo-tears)
  • zalf (bijv. Oculentum simplex, vit. A zalf, Duratears zalf, Natriumchloride zalf)

Soms worden verschillende druppels/gels voorgeschreven zodat u, na een testperiode, de fijnste of best werkende druppel kunt continueren. Het gebruik van kunsttranen is meestal afdoende. U mag zelf bepalen hoe vaak u druppelt; dat is afhankelijk van de klachten. Indien de klachten verminderen dan wordt aangeraden om de druppelfrequentie te verminderen. Voor druppelinstructies →  lees verder.
Bij chronische en ernstige oogproblemen worden kunsttranen zonder conserveermiddelen voorgeschreven (bijv. Duratears free, Celluvisc, Protagens mono, Vidisic EDO, Hypromellose monofree, Oculotect unidose).
Als u contactlenzen draagt, let dan op de samenstelling van de kunsttranen. Het conserveermiddel kan met de contactlenzen reageren en ook opgenomen worden in de contactlens zelf, hetgeen weer het oog kan irriteren. Vooral zachte lenzen zijn hiervoor gevoelig. Conserveermiddelvrije kunsttranen kunnen bij het gebruik van contactlenzen een alternatief zijn (bijv. Duratears free, Oculotect mono). Ook zijn er kunsttranen die een bepaald soort conserveermiddel bevatten dat wel bij contactlenzen gebruikt mag worden (bijv. Duratears, Optivue). Soms is het oog te droog om nog verder contactlenzen te kunnen blijven dragen.

Essentiele vetzuren, zoals omega-3 en omega-6, worden niet door het lichaam aangemaakt en moeten via een dieet worden ingenomen (de ideale verhouding is 1:2.3). Omega-6 zit voldoende in het voedsel. Inname van extra omega-3 zou de traanfilmstabiliteit en de traanproductie kunnen verbeteren met minder klachten van droge ogen (omega-3 heeft waarschijnlijk een ontstekingremmende werking op de talgkliertjes waardoor het vetlaagje op de traanfilm verbetert) [Ophth2013; 2191]. Deze behandeling is te overwegen bij ernstige klachten. Voedsel, rijk aan omega-3-vetzuren: visolie, olijfolie, groente, fruit, noten, granen en zaden).

8b. Het verbeteren van de omgevingsfactoren
Als externe omstandigheden (zoals airconditioning), de droge ogen veroorzaken, kunnen de klachten verminderen door deze omstandigheden te vermijden of aan te passen. De volgende factoren kunnen een bijdrage leveren aan een vochtiger oog:

  • het vermijden van bepaalde omstandigheden (rokerige ruimtes, airco, ventilator, haarföhn, contactlenzen)
  • het verbeteren van de luchtvochtigheid in huis (waterbakken aan verwarming, aanschaf van luchtbevochtiger)
  • het dragen van een speciale beschermende bril om de verdamping en uitdroging te voorkómen (bijv. een fietsbril die aan de zijkanten is afgesloten)
  • frequenter knipperen is vaak nodig: bij te weinig of slechte knipperbewegingen (zoals bij het lezen het geval is), wordt de traanfilm niet gelijkmatig over het oog verdeeld.

8c. Het belemmeren van de afvoer van de tranen
De tranen worden met name afgevoerd via het traanwegsysteem, gelegen in de binnenste ooghoek. Het is belangrijk om het nog aanwezige traanvocht zo lang mogelijk vast te houden. Dat kan door:

  • Punctum-pluggen. Hiermee wordt het traanafvoer-kanaaltje tijdelijk dichtgemaakt (er zijn 3 soorten pluggen: punctumpluggen, intracanaliculaire pluggen en oplossende pluggen). Plaatsing van pluggen kunnen bij patiënten resulteren in een verbetering van de symptomen met ≥ 50%, verbetering van de gezondheidstoestand van het oogoppervlak, een daling van het gebruik van kunsttranen en meer draagcomfort van contactlenzen. Het meest voorkomende probleem is echter het verlies van de plug (bij 40% van de patiënten). Een deel van de patiënten krijgt een tranend oog (10%) of moeten de pluggen verwijderd worden wegens irritatie (10%) [Ophthalmology 2015; 1681]. Deze behandeling wordt uitsluitend toegepast bij matige en ernstige droge ogen.
  • Traanpunten dichtmaken. De traanpunten kunnen bij ernstige gevallen ook permanent dichtgemaakt worden. Dit is een vrij eenvoudige behandeling maar heeft een definitief karakter (punctum occlusie genoemd).
  • Overige. Men kan ook de verdamping van het traanvocht verminderen met een beschermbril of het operatief verkleinen van de ooglidspleet (tarsorraphie). Deze behandeling is alleen nodig bij ernstige klachten van droge ogen.

8d.  De behandeling van lichamelijke (oog)ziekten
Als droge ogen het gevolg zijn van lichamelijke (oog)ziekten, behoort de behandeling ook hier op gericht te zijn. Bij een ooglidrand-ontsteking moet deze eerst worden behandeld (zie folder blefaritis), eventueel ondersteund door het gebruik van kunsttranen.

8e. Overige
In ernstigere gevallen kan overwogen worden prednison-achtige oogdruppels te proberen (bijv. FML). Ook wordt soms cyclosporine oogdruppels voorgeschreven. In principe wordt dit dan kortdurend gebruikt om ontstekingsfactoren te verminderen. Bij ernstige droge ogen worden ook weleens autologe serumdruppels gebruikt [review O2020;128].
Deze behandeling is voorbehouden aan de oogarts.

9. Prognose
Het droge oog is vaak een chronische aandoening. Dit betekent dat de klachten vaak in enigerlei mate aanwezig blijven. De klachten kunnen wisselend in ernst aanwezig zijn. Soms zijn er perioden zonder klachten, afgewisseld door perioden met een toename van klachten (bijv. bij droge omgevingsfactoren). Kunsttranen dienen er in deze periode dan ook voor om de klachten te verlichten en de balans weer enigszins te herstellen. Kunsttranen verzachten de klachten, maar genezen de onderliggende aandoening meestal niet.

Opmerking
Het droge oog treedt op als er onvoldoende traanvolume of onvoldoende traanfunctie aanwezig is, hetgeen leidt tot een instabiele traanfilm en oogoppervlak-afwijkingen. De volgende termen worden gebruikt:

  • Keratoconjunctivitis sicca (KCS, het sicca syndroom): deze term wordt gebruikt bij een oog met enige vorm van droogt.
  • Xerophthalmia: dit is eendroog oog op basis van een vitamine A-tekort.
  • Xerosis: dit is een extreem droog oog met keratinizatie, hetgeen optreedt bij een ernstige conjunctiva-verlittekening.
  • Sjogren syndroom: dit is een auto-immuun ziekte waarbij het droge oog vaak voorkomt.

10. Animatiefilm (Engels)

Scroll naar top